Alle tranen gedroogd, alle gedachten gehoord; Maison Balzac: vluchtplaats tussen wijngaarden en warmwaterbronnen

Parijs, Maison de Balzac, Rue Raynouard 47. Di t/m zo 10-17u40. Inl 09- 33142245638. De tentoonstelling "Balzac dans l'empire Russe' duurt tot en met 11 juli. Bij de tentoonstelling is een prachtige catalogus verschenen.

"Ik kom met kant uit Belgie', of "Het pruimenseizoen is gearriveerd' waren de wachtwoorden die toegang gaven tot het huis van Honore de Balzac. Het huis werd omgebouwd tot museum en is sindsdien voor iedereen toegankelijk.

In 1837 zat Balzac tot over zijn oren in de schulden. Om aan zijn schuldeisers te ontkomen vluchtte hij naar Sevres, op het platteland, onder de naam van zijn zwager, Surville. Hij kocht er een huis met een stuk grond, "Les Jardies', dat hij wilde verbouwen tot een luisterrijk landgoed met een tuin "a la Versailles', een ananasplantage en plafonds geschilderd door Delacroix.

Balzac had nauwelijks enkele bomen geplant, of zijn schuldeisers zaten hem alweer op de hielen. De schrijver verliet "Les Jardies' en verschool zich in een huis _ het huidige Maison Balzac _ aan de Rue Raynouard. Het is het enige van Balzacs elf Parijse huizen dat nog bestaat. Hij woonde er van 1840 tot 1847 onder het pseudoniem Monsieur de Breugnot, de naam van zijn gouvernante Louise Breugnot. Om binnen gelaten te worden moesten bezoekers het wachtwoord "Ik kom met kant uit Belgie', of "Het pruimenseizoen is gearriveerd' kennen.

Het huis bevindt zich in Passy, tegenwoordig het 16de arrondissement van Parijs, maar in die tijd platteland met wijngaarden, warmwaterbronnen en dure vakantiehuizen. Het dateert uit het eind van de achttiende eeuw, toen het deel uit maakte van "la Folie Bertin', het landgoed dat de rijke financier Louis-Auguste Bertin voor een van zijn geliefdes had laten bouwen. In 1937 is het hoofdgebouw gesloopt.

Voor Balzac had zijn "Cabane de Passy', zoals hij het huis noemde, twee voordelen: het werd door groen aan de blik onttrokken, en het bezat twee ingangen, een aan de Rue Basse (de oude naam van de Rue Raynouard), de andere aan de Rue Berton. Balzac huurde slechts een verdieping in het merkwaardige, tegen de heuvel gebouwde paviljoen, maar had de tuin voor zich alleen. De "Cabane de Passy' werd voor Balzac een plaats van noeste arbeid. Hij corrigeerde er de complete Comedie Humaine en schreef er enkele van zijn meesterwerken, zoals Une Tenebreuse Affaire, La Rabouilleuse, Ursule Mirouet, Splendeurs et miseres des courtisanes, La Cousine Bette en Le Cousin Pons. In 1847 verliet Balzac de Rue Raynouard voor de Rue Fortunee, waar hij twee jaar later overleed. De "Cabane de Passy' werd in 1903 ingericht als museum.

Het appartement van Balzac bestond uit vijf kamers. Rechts van de eetkamer, die zich tegenover de ingang bevindt, zijn slaapkamer, de salon en de werkkamer, alle drie uitkomend op de tuin waar de schrijver abrikozen, wijnstokken en rozen liet groeien. Links de keuken (waar nu de kassa van het museum is) en een logeerkamer.

Het Maison Balzac herbergt talrijke originele manuscripten, documenten, gravures, foto's en voorwerpen. Op de etages die niet door Balzac werden bewoond, bevinden zich drie ruimtes voor tijdelijke exposities en een bijzondere bibliotheek. Van Balzacs meubels is nog maar weinig over, maar de sfeer van het huis is intact gebleven.

De bezoeker wordt in de vestibule opgewacht door een wonderlijk beeldje van de bekende karikaturist Dantan. Balzac uitgebeeld als een opgeblazen mannetje, uitgedost met zijn veel beschreven canne aux turquoises. bp ir,96,7l “Men neemt me aux serieux,” schreef Balzac aan gravin Hanska. “Ik zie eruit als Lodewijk de Achttiende.”

De voormalige slaapkamer hangt vol met portretten van familie en verwanten, onder andere twee prachtige pastels van zijn moeder en zuster. Een vitrine met Balzacs stok _ met turkooizen stenen versierd _, zijn bretels en een vestje, herinnert aan de uitgebreide garderobe die Balzac eropna hield. Volgens een verslag uit die tijd kocht hij “zestig paar handschoenen en meerdere kostuums in zes maanden”.

De salon is voornamelijk gewijd aan Madame Hanska, bijgenaamd "l'Etrangere'. Evelyn Hanska, van adellijke Poolse afkomst, trouwde op negentienjarige leeftijd met Graaf Hanski, 22 jaar ouder dan zij en eigenaar van uitgestrekte domeinen in de il,96,7l Oekraine. Evelyn, een erudiete vrouw, sprak verschillende talen waaronder Frans. In haar kasteel Wierzchownia, waar zij zich dodelijk verveelde, las ze de laatste boeken uit Parijs. Zo ontdekte zij Balzac. Ze schreef hem in 1832, zonder haar identiteit te onthullen, en ondertekende met "l"Etrangere'. Balzac antwoordde haar via een dagblad, en werd al snel verliefd op zijn correspondente. Zij ontmoetten elkaar meerdere malen in Europa, en in 1843, na de dood van graaf Hanski, ook in Rusland. Na vele politieke beslommeringen konden ze in 1850 eindelijk trouwen. Te laat, want de doodzieke Balzac overleed vijf maanden later.

De boeiende tentoonstelling, "Balzac dans l"empire Russe', die tot en met 11 juli in het museum te zien is, vertelt aan de hand van een aantal treffende documenten (waaronder een schitterend portret van Madame Hanska door Dattinger) over Balzacs verblijven in Rusland, over l'Affaire Custine en de gevolgen daarvan, en over het grote succes van La Comedie Humaine, dat bij Balzacs dood in 1850 bijna integraal in het Russisch werd uitgegeven.xp Balzacs werkkamer, die er nog net zo uitziet als in zijn tijd, is ongetwijfeld het meest ontroerende vertrek van het huis. In deze kloosterlijke ruimte _ met voorwerpen als zijn koffiepot (met behulp waarvan hij zichzelf wakker hield), zijn inktpot, stempel, horloge en een mooi borstbeeld van David d'Angers _ werkte hij soms wel achttien uur per dag. Midden in de kamer staat het beroemde werktafeltje dat Balzac op al zijn verhuizingen volgde en waar hij in een brief van 24 oktober 1833 aan Madame Hanska over schreef: “Het heeft al mijn ellende meegemaakt, al mijn tranen gedroogd, al mijn gedachten gehoord; mijn arm heeft het bijna versleten door de aanhoudende beweging als ik schrijf”.

Het romantische, vredige tuintje, waar Balzac graag uitrustte, staat nu volop in bloei. Een idyllische plek om de boeken van Balzac ter hand te nemen.