"We hielden oorlog eigenlijk niet meer voor mogelijk'

De Duitse diplomaat WILHELM HOYNCK (59) is dezer dagen op voordracht van de Zweedse voorzitter benoemd tot eerste secretaris-generaal van de CVSE, de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa. “Door de Russische betrokkenheid bij die nieuwe lidstaten, zijn hun problemen ook onze problemen. Ze horen bij ons.”

BONN, 16 JUNI. Zijn rijzige gestalte in het donkere pak, het ascetische gezicht en de rust die hij uitstraalt maken hem tot het prototype van een gedegen diplomaat die door geen crisis van zijn stuk te brengen is. Met de Nederlandse ambassadeur Veenendaal, die onlangs van de CVSE in Wenen naar de NAVO in Brussel verhuisde - “Ik beschouw hem als een van mijn beste vrienden”, aldus Höynck - was hij zo langzamerhand tot het meubilair van de organisatie gaan behoren.

Aanvankelijk wilde de uit Solingen afkomstige Höynck na zijn rechtenstudie notaris worden, maar zijn belangstelling voor politiek en geschiedenis brachten hem in 1964 op het Duitse ministerie van buitenlandse zaken. Zijn eerste post was Saigon, terwijl de oorlog in Vietnam in volle gang was. De laatste twintig jaar heeft hij zich vooral bezig gehouden met de transatlantische verhoudingen en de relatie met Oost-Europa, waarbij lange tijd het accent lag op wapenbeheersing.

Zijn jarenlange ervaring, onder meer als leider van de Duitse delegatie bij de CVSE maakte hem bij uitstek geschikt voor de enige maanden geleden gecreëerde post van secretaris-generaal van de CVSE.

Beschouwt u zich nu als collega van Manfred Wörner van de NAVO en Willem van Eekelen van de Westeuropese Unie?

“De CVSE heeft een roulerend voorzitterschap. De secretaris-generaal van deze organisatie werkt op aanwijzing van de voorzitter en daarin verschilt zijn functie van zijn collega's van NAVO en WEU. Ik denk dat die combinatie van een dynamisch voorzitterschap en de continuteit van de secretaris-generaal een goede is. En ik moet zeggen: Zweden is een zeer actief voorzitter.”

Höynck is in beginsel voor een periode van drie jaar benoemd. In die tijd zal hij moeten proberen de status en de effectiviteit van de organisatie te vergroten. De Süddeutsche Zeitung omschreef die taak onlangs niet zonder reden als Sisypus-arbeid, waaraan de secretaris- generaal niettemin welgemoed lijkt te beginnen.

Het is, volgens Höynck, van groot belang dat de CVSE intensief samenwerkt met andere internationale organisaties, waarbij hij vooral denkt aan de Europese Gemeenschap. “Van de Twaalf wordt binnen de CVSE veel verwacht. De Europese Politieke samenwerking (EPS) heeft ook al in een vroeg stadium binnen de CVSE gestalte gekregen. Als de twaalf landen van de Gemeenschap het onderling eens zijn, dan is dat bevorderlijk voor de daadkracht van de CVSE. Niet dat het standpunt van de Twaalf per definitie het evangelie is, maar het helpt wel. En er wordt door de anderen naar de Twaalf gekeken. De Europese landen moeten steeds eerst onderling consensus zoeken, want van hen wordt werkelijk wat verwacht”, zo beklemtoont hij.

Het succes van de CVSE bij het herstel van vrede en veiligheid lijkt tot dusver toch niet erg indrukwekkend?

“De kracht van de CVSE moet liggen in het in een vroeg stadium voorkomen van conflicten. Door de confrontatie tussen Oost en West die we lange tijd hebben gekend, was er voor die gedachte lange tijd geen ruimte. We zitten nu in een situatie waarin oorlog weer een reële mogelijkheid blijkt te zijn geworden. Daaraan waren we niet meer gewend. Daarom is het goed dat de CVSE een hoge commissaris, de Nederlander Max van der Stoel, heeft aangewezen, die daaraan werkt. Het is zaak dat je potentiële conflicten in een vroeg stadium onderkent. Niet dat je dan die conflicten onmiddellijk oplost, maar je kunt op die manier eventuele crises wel eerder helpen bestrijden.”

Is de CVSE, die nu 53 leden telt, eigenlijk niet veel te groot om effectief te kunnen opereren? Horen landen als Kirgizië en Tadzjikistan er eigenlijk wel bij?

“Je kunt niet weglopen voor de problemen die er zijn. Door de Russische betrokkenheid bij die nieuwe lidstaten, zijn hun problemen ook onze problemen. de secretaris-generaal niettemin welgemoed lijkt te beginnen. Ze horen bij ons. Het is geen oplossing die problemen buiten te sluiten. Je kunt ook niet stellen dat het "grondgebied' van de CVSE door die nieuwe lidstaten is uitgebreid, want vroeger hoorden ze bij de Sovjet-Unie.”