Uitbreiding Stedelijk Museum eenvoudiger

AMSTERDAM, 16 JUNI. De uitbreiding van het Stedelijk Museum wordt aanzienlijk kleiner en eenvoudiger dan in het oorspronkelijke plan van de Amerikaanse architect Robert Venturi was voorzien. Met het oog op de kostenbeheersing wordt het projectmanagement in handen gegeven van het bureau Twijnstra Gudde.

In het eerste ontwerp was de uitbreiding 17.000 vierkante meter groot en zou volgens de berekening van de Nederlandse Bouw- en Installatiegroep GEAM 72 miljoen gulden gaan kosten. Inmiddels is het plan aangepast aan de uitgangspunten van de gemeente: 10.000 vierkante meter en een bouwsom van 30 miljoen, exclusief grondkosten. Hoeveel de grondkosten bedragen is nog niet duidelijk. De uitbreiding van het Stedelijk vindt grotendeels op eigen grond plaats, maar voor die van het Van Gogh wil de gemeente een commerciële grondprijs in rekening brengen. Uit Venturi's plan, waarover directeur Fuchs in mei met de architect in diens woonplaats Philadelphia heeft overlegd, is nu de beeldentuin geschrapt. Volgens Fuchs staat echter Venturi's "urbane ontwerp' nog diametraal tegenover de "pastorale visie' op de herinrichting van het Museumplein van de Deense stedebouwkundige Anderson. GEAM zal ook het nieuwe ontwerp doorberekenen.

In opdracht van B en W maakten vorig jaar vier architecten schetsontwerpen: Venturi, Weeber, Quist en Koolhaas. Alle waren groter en duurder dan gepland.