Schilderachtige beelden van barre zeden in ver gebied

Virgina. Regie: Srdjan Karanovic. Met: Marta Keler, Miodrag Krivokapic, Ina Gogalova. Amsterdam, Desmet; Arnhem, Filmhuis; Nijmegen, Cinemariënburg; Eindhoven, Plaza Futura.

Een onvruchtbare hoogvlakte in de Balkan, eind vorige eeuw. Stormvlagen overstemmen de kreten van een barende vrouw. Als de wind gaat liggen is haar kind geboren. De vader werpt een enkele blik op de baby. Hij constateert dat zijn vierde dochter geboren is in plaats van zijn eerste zoon, laadt zijn geweer en neemt het bundeltje mee naar buiten om het af te maken. Wie niet minstens één zoon wist te verwekken, tekende in die tijd en in die streek voor maatschappelijk isolement en daarmee voor een grote kans op de hongerdood. Hij werd buitengesloten van feesten en rituelen en op burenhulp hoefde hij niet te rekenen. Echter, net voor hij de trekker overhaalt krijgt de vader een teken van Sint Joris. Eén onverwachte, en daarom als heilig aangemerkte, windvlaag is voldoende: deze dochter dient gespaard te worden, want ze zal dienst doen als de zoon die maar niet verwekt wil worden. Zij zal een hij zijn, een tot levenslange maagdelijkheid gedoemde "virgina', van wie de vrouwelijke sekse geheim zal blijven op straffe van de dood.

In de film Virgina probeert de Servische filmer Srdjan Karanovic in kaart te brengen wat dat merkwaardige gebruik concreet betekende voor een meisje. Niet alleen mannenkleren en mannenwerk, maar ook privileges, vanzelfsprekende superioriteit, aandacht en macht. “Liever een dag een haan dan je hele leven een kip”, vat de afgetobde moeder de voordelen van het geheim van haar dochter samen.

Helaas kwam Karanovic nauwelijks verder dan het observeren van verschijnselen. Hoe mooi de actrice Marta Keler deze "Stevan' ook gestalte gaf, hij blijft grote afstand in acht nemen en suggereert alleen maar dat het opgroeiende meisje zwaar gebukt gaat onder haar situatie. Tot uitdiepen van haar psychische of zelfs maar lichamelijke nood komt hij niet, evenmin ontrafelt hij wat de leugen voor haar naaste familie betekent en een analyse van de boerengemeenschap waar de versteende tradities tot dit gebruik hebben geleid is helemaal ver te zoeken. Alles en iedereen wordt gepresenteerd als een losse kiezel in een rul grintpad. Halverwege de film is er even sprake van een speciale relatie tussen de moeder en de zoon-dochter, weer later probeert Karanovic nog ter elfder ure de vader voor te stellen als een tragische figuur. Maar de virgina-figuur heeft er geen baat meer bij. Ook haar drie zussen hadden iets kunnen betekenen voor haar personage, maar zij spelen nauwelijks een rol, haar boezemvriend met wie hij/zij tussen kameraadjes ongebruikelijke gevoelige spelletjes verzint, staat eveneens terzijde. Zelfs aan de stoere buurman van wie wij tegen het eind van de film te weten komen dat hij ook een virgina is, werd geen rol van psychologisch belang toegedacht.

Was Virgina gemaakt door iemand als de Chinese filmer Zhang Yimou, dan had het een snerpend dramatisch epos kunnen zijn. Nu blijft het verhaal steken in een schilderachtige impressie van barre zeden, in een verre tijd en een ver gebied. We kijken ernaar, verbazen ons, beklagen een ogenblikje het arme meisje en doen in dezelfde ademtocht deze doorgeschoten patriarchale cultuur af als idioot. Maar er ook maar iets van doorschouwen, doen we niet.