Rijbewijs als identiteitsbewijs op het werk

DEN HAAG, 16 JUNI. Het rijbewijs moet volgens de fracties van PvdA en CDA in de Tweede Kamer, samen een meerderheid, ook als identiteitsbewijs op het werk gelden wanneer in 1994 de identificatieplicht wordt ingevoerd.

Minister Hirsch Ballin (justitie) reageerde vanochtend tijdens het debat over de identificatieplicht “terughoudend” op het wijzigingsvoorstel van de coalitiepartijen. Het rijbewijs vertoont volgens hem drie manco's: het vermeldt niet de nationaliteit van de houder zodat er volgens de minister geen aanknopingspunt voor de verblijfstitel van de betrokkene is, er staat geen sofinummer op en het rijbewijs is nog niet fraudebestendig.

Het wetsvoorstel waarover gisteren en vandaag werd gesproken bepaalt dat burgers zich vanaf volgend jaar in een reeks afzonderlijke situaties moeten kunnen legitimeren. Met name bij zwartrijden, vreemdelingentoezicht, voetbalwedstrijden, en tegenover banken, notarissen en werkgevers. Een meerderheid van de Kamer steunt het wetsvoorstel.

Hirsch Ballin wil het rijbewijs bij identificatie alleen toestaan in gevallen dat de nationaliteit van de betrokkene er niet toe doet, zoals bij voetbalvandalisme en controle op zwartrijden in het openbaar vervoer. Voor controle van de persoonsgegevens op het werk, gericht op bestrijding van illegaliteit, zwart werken en ontduiking van sociale premies door de werkgever wilde hij alleen het paspoort en de identiteitskaart gebruiken. Volgens de PvdA kan bij twijfel de nationaliteit worden nagevraagd bij het bevolkingsregister of de vreemdelingenregistratie.

CDA en PvdA willen het rijbewijs als identiteitsbewijs op het werk omdat zij denken dat de verplichting een paspoort of identiteitskaart op het werk op zak te hebben niet door iedereen zal worden nageleefd. In de praktijk wordt daarvoor te weinig gecontroleerd. Een rijbewijs zullen meer mensen dagelijks bij zich dragen, menen CDA en PvdA. Beide partijen willen bovendien dat de werkgever een verificatieplicht krijgt en een administratie van zijn werknemers op de werkplek bijhoudt, maar daar kon Hirsch Ballin niet mee instemmen. Identiteitspapieren van de werknemers kunnen naast de administratie worden gelegd. Werknemers die geen identiteitsbewijs bij zich hebben hoeven dan voor identificatie niet mee naar het politiebureau.

Volgens het Tweede-Kamerlid Van der Burg (CDA) komt het wetsvoorstel “heel dichtbij” de door de CDA-fractie eerder bepleite draagplicht. “Het wetsvoorstel anonieme verdachte in combinatie met deze wet leidt tot een situatie waarbij de Nederlandse burger op den duur altijd een document aan de hand waarvan zijn identiteit kan worden vastgesteld bij zich zal hebben. Het verschil met een algemene identificatieplicht is wel erg klein.”