Premie-holiday eist voorbereiding

De KLM gaat 300 miljoen gulden op de arbeidskosten besparen door anderhalf jaar geen pensioenpremie voor de werknemers af te dragen. Dit is met de vakbonden overeengekomen. Als gevolg hiervan lopen de KLM-Pensioenfondsen een flink bedrag aan premie-inkomsten mis. Kan dat zomaar, zonder dat de pensioenrechten van de werknemers in gevaar komen?

Pensioenfondsen moeten ervoor zorgen dat zij voldoende vermogen bezitten om de pensioenen van de werknemers te kunnen betalen. Het vermogen van pensioenfondsen wordt opgebouwd door premiebetaling en beleggingsopbrengsten. Bij de vermogensvorming hanteren pensioenfondsen onder toezicht van de Verzekeringskamer veiligheidsmarges. Dat is noodzakelijk omdat zowel de opbouw- als uitkeringsduur van pensioenen zich over een groot aantal jaren uitstrekt. De premie die nu voor een 35-jarige werknemer wordt betaald, moet misschien over 40 jaar nog voor de pensioenuitkering worden gebruikt. Hierbij komt dat noch de hoogte van het toekomstige pensioen, noch de toekomstige beleggingsrendementen van te voren bekend zijn. Pensioenverplichtingen in eindloonregelingen stijgen namelijk tussentijds indien er sprake is van loonsverhogingen. De beleggingsopbrengsten zijn afhankelijk van onzekere factoren als de rentestand en de ontwikkeling van de aandelenkoersen. Het gaat hier om per definitie onzekere factoren en pensioenfondsen houden daarom uit voorzichtigheidsprincipe altijd een reserve of buffer aan. Dit is in het belang van de verzekerden.

Met name in tijden van geringe loonstijgingen en hoge beleggingsrendementen kan de reserve bij een pensioenfonds aanzienlijk groeien. Hoewel de reserve op de eerste plaats is bedoeld voor het opvangen van toekomstige tegenvallers, kan de financiele toestand van een pensioenfonds zodanig zijn dat er ruimte is voor een premieverlaging of zelfs -nihilstelling. Zo'n premie-holiday is dus alleen gerechtvaardigd indien de toekomstige pensioenrechten voldoende zijn afgedekt door vermogen van het pensioenfonds. Of er vervolgens werkelijk een premie-holiday komt, moet in het algemeen in het arbeidsvoorwaardenoverleg tussen de werkgever en de werknemers worden beslist. Ook bij pensioenverzekeringsmaatschappijen is het gebruikelijk een premiekorting te geven bij gunstige beleggingsrendementen, maar bij verzekeraars is het recht hierop veelal in de vorm van rentestandskortingen in het verzekeringscontract vastgelegd.

Een premieverlaging levert voor de werkgever aanzienlijke kostenbesparingen op, hetgeen bedrijfseconomisch natuurlijk gunstig is. Buiten de situatie bij de KLM zijn er uit het verleden wel meer voorbeelden dat de pensioenpremie op nihil werd gesteld. Onder andere bij Unilever en Nedlloyd was dit het geval. Ook heeft het zich voorgedaan dat pensioenfondsen rechtstreeks uit hun reserves een bedrag aan de onderneming overmaakten. Zo werd onlangs bekend dat het pensioenfonds van Credit Lyonnais Bank Nederland nog in 1992 uit de reserves een bedrag van 51 miljoen gulden aan de onderneming had betaald. Zolang de statuten en reglementen van een pensioenfonds deze transacties toestaan en de financiele toestand van het fonds het toelaat, lijken deze betalingen juridisch geoorloofd.

Toch is er wel kritiek op een dergelijk gebruik van pensioengelden. De veel gehoorde opvatting bij werknemers is dat pensioen uitgesteld loon is en dat het dus geld is van de werknemers. Ook de beleggingsrendementen op dit geld zouden dan ten goede moeten komen aan de werknemers. Op zich schuilt hierin een kern van waarheid en de praktijk bij vrijwel alle pensioenfondsen is ook dat de reserves (mede) worden gebruikt om indexeringstoeslagen op ingegane pensioenen en premievrije aanspraken van slapers te geven, teneinde deze waarde- of welvaartsvast te houden. Dit zijn de voorwaardelijke toeslagen die afhankelijk zijn van de vermogenssituatie van het pensioenfonds. Een individuele aanspraak van de werknemer op de reserves van een pensioenfonds wordt in de rechtspraak echter ontkend. De Hoge Raad heeft al in een arrest van 1976 beslist dat een verzekeringnemer geen rechten kan doen gelden op de beleggingen die zijn voortgekomen uit de premies en koopsommen die door hem bij een verzekeringsmaatschappij zijn gestort. In een uitspraak van 1991 nam de Rotterdamse kantonrechter deze beslissing over toen werknemers aanspraak maakten op een deel van de reserve bij een pensioenfonds. Het honoreren van een dergelijke aanspraak zou volgens de kantonrechter tevens een ongerechtvaardigde extra arbeidsbeloning opleveren. Maar net zo goed als de werknemer geen individuele aanspraak op de reserves heeft, heeft eveneens de werkgever deze aanspraak niet. Een rechtstreekse betaling van een bedrag aan de werkgever is daarom afhankelijk van besluitvorming door het pensioenfonds. Werkgever noch werknemer kunnen kortom zomaar de pensioenpremie niet betalen. Elke vakantie vereist een deugdelijke voorbereiding, goed gevulde koffers en een veilige thuisreis. Ook een premie-holiday!