Mexicaanse partner van de KLM op rand van bankroet

MEXICO-STAD, 16 JUNI. Mexicana de Aviación, de Mexicaanse partner van KLM en klant van Fokker, bevindt zich in grote moeilijkheden. Bovenop miljoenenverliezen op zijn operaties, een buitenproportionele schuld en hevige internationale concurrentie dreigt een staking van vliegend en grondpersoneel de problemen te verergeren.

De staking kan overigens ook de andere grote Mexicaanse vliegmaatschappij, Aeroméxico, treffen. De twee maatschappijen hebben begin dit jaar een "strategische alliantie' afgesloten die in feite neerkomt op een overname door de voormalige staatsmaatschappij Aeroméxico van Mexicana via een ingewikkelde aandelenruil tussen de belangrijkste eigenaars van de twee maatschappijen. De topman van het nieuwe conglomeraat, Aeroméxico-president Gerardo de Prevoisin Legorreta, ziet zich nu geconfronteerd met twee zwaar verliesgevende maatschappijen, waarvan Mexicana op het punt van bankroet staat.

De belangrijkste factor in de verliesgevende operaties van beide maatschappijen is, behalve de internationale recessie die de hele luchtvaartsector treft, de kostenstructuur van Mexicana en Aeroméxico. Toen de nieuwe eigenaren van Mexicana de arbeidscontracten van de piloten onder de loupe namen, bleek deze groep werknemers meer dan riante, en dus peperdure, arbeidsvoorwaarden te hebben. De poging van De Prevoisin deze voorwaarden evenals het aantal vliegers terug te schroeven, heeft hem in conflict gebracht met de machtige vliegersvakbond ASPA. De voorzitter van de bond, Celso Domnguez, heeft de beide maatschappijen nu de wacht aangezegd.

In tegenstelling tot Aeroméxico, dat vrijwel alle vliegtuigen least en daardoor een moderne vloot heeft, is Mexicana eigenaar van sterk verouderde toestellen. Daaronder zijn 42 Boeings 727 en zes DC-10-toestellen uit de jaren zeventig. Duur in brandstofgebruik en door hun leeftijd ook in ouderhoud, vereisen deze driemotorige vliegtuigen bovendien een cockpitbemanning van twee vliegers en een boordwerktuigkundige. Met de vernieuwing van zijn vloot hoopt Mexicana twee vliegen in één klap te slaan: modernere, efficiënte vliegtuigen die bovendien slechts twee bemanningsleden in de cockpit behoeven. Daartoe heeft Mexicana vijftien Airbus A-320's gekocht die volgens het zogeheten fly by wire-systeem vrijwel geheel gecomputeriseerd zijn. Daarnaast heeft Mexicana voor de dunnere, binnenlandse routes bij Fokker een order van tien F-100's geplaatst, waarvan er al enkele operationeel zijn.

Met de aankoop van deze nieuwe toestellen zijn evenwel de passiva van Mexicana gestegen tot een niveau van meer dan een miljard dollar oftewel tachtig procent van de activa. Aan het eind van het eerste trimester van dit jaar bedroeg de liquiditeit van Mexicana slechts 240 miljoen dollar.

Zowel Mexicana als Aeroméxico boekten over het afgelopen jaar grote verliezen. Die van Mexicana bedroegen 100 miljoen dollar, Aeroméxico zakte tot 40 miljoen dollar in het rood. De twee maatschappijen hebben te maken met hevige nationale en internationale concurrentie. Op de inmiddels geliberaliseerde Mexicaanse routes is een aantal kleinere en kostenefficiëntere maatschappijen gaan opereren, zoals het door piloten geleide Taesa. Maar ook voor deze upstarts blijkt 1993 een zeer moeizaam jaar te zijn. Dit ondanks een toename van het aantal reizigers met 16,6 procent in het eerste trimester. Op de Mexicaanse markt heerst evenwel een overaanbod van vliegstoelen. Zowel Mexicana als Aeroméxico vergrootten begin dit jaar hun capaciteit met respectievelijk 17,1 en 11,5 procent, aldus het verzekeringsbedrijf Nomura, mede-eigenaar van Aeroméxico.

Ook op de internationale markt moeten de twee maatschappijen vechten voor hun posities. Het economische herstel van Mexico in de afgelopen tien jaar heeft het aantal - vooral uit de VS afkomstige - zakenreizigers doen toenemen. Daarnaast blijft het land een geliefde toeristische bestemming voor het buurland VS en Canada. Op de trajecten tussen Mexico-Stad, de badplaatsen Acapulco en Cancún en zakencentra als Guadalajara en Monterrey concurreren de Mexicaanse maatschappijen met American Airlines, United, Delta en Continental.

Met name American Airlines gebruikt hierbij een agressieve tactiek waarbij prijsdumping niet wordt geschuwd. Zo heeft Aeroméxico de bestemming Dallas/Fort Worth - thuisbasis van American - al moeten prijsgeven. Op de belangrijke routes tussen Mexico-Stad en Miami en Chicago wordt eveneens op het scherpst van de snede gevochten.

De nog steeds groeiende Latijns-Amerikaanse markt wordt in Amerikaanse luchtvaartkringen beschouwd als zeer lucratief en medebepalend voor de overleving in de huidige mondiale luchtvaartslag. Zo boekte American Airlines, dat vorig jaar door verlies op de binnenlandse Amerikaanse markt en de Europa-routes diep in het rood zakte, alleen op zijn recent van het failliete Eastern Airlines overgenomen routes naar Latijns Amerika een forse winst.

Aeroméxico lijkt in de beste positie om het Amerikaanse geweld te lijf te gaan. Behalve zijn "slankere vorm' en grotere flexibiliteit, heeft de maatschappij nu ook een belang in een andere Latijns-Amerikaanse luchtvaartmaatschappij genomen. Eind vorig jaar kocht Aeroméxico 47 procent van de aandelen van de kwakkelende Peruaanse staatsmaatschappij Aeroperú, waarmee de basis is gelegd voor wat deskundigen nu al een "Latijns-Amerikaanse megacarrier' noemen. Een open skies-overeenkomst waarbij de luchtvaart in het Andes-gebied totaal is geliberaliseerd biedt Aeroméxico in principe grote mogelijkheden tot het opereren in de aangesloten landen. Maar dan dient wel eerst fors te worden genvesteerd in de Peruaanse maatschappij, die onder reizigers beter bekend is als Aeropeór, of te wel "Air slechter'. Die fondsen lijken voorlopig niet voorhanden.

Mexicana, dat tot zijn nek in de schulden zit bij voornamelijk Mexicaanse banken, is niet in een positie om in andere luchtvaartmaatschappijen te investeren. De maatschappij probeert via samenwerkingsovereenkomsten zoals die van vorig jaar september met KLM zijn positie op de markt te verbeteren. De twee Mexicaanse maatschappijen spelen overigens nauwelijks een rol in het nog steeds groeiende verkeer tussen Europa en Mexico. Die lijkt te zijn voorbehouden aan met name Iberia, Lufthansa, British Airways en KLM die onderling in een hevige concurrentieslag zijn gewikkeld om hun jumbo's op de Mexicaans-Europese routes met passagiers en vracht te vullen.