Kok: G-7 richt zich te eenzijdig op Rusland

JALTA, 16 JUNI. Nederland zal op de komende Europese Top, volgende week in Kopenhagen, aandacht vragen voor de Oekraine en de eenzijdige gerichtheid van de G-7, de groep van zeven rijkste industrielanden, op Rusland aan de orde stellen.

Dit heeft minister van financiën Kok gisteren gezegd tegen de voorzitter van het Oekrainse parlement, Ivan Pljoesjtsj. Kok leverde kritiek op de eenzijdige gerichtheid van de G-7 op Rusland.

Kok brengt als voorzitter van de Nederlandse kiesgroep in het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank, waartoe ook de Oekraine behoort, een driedaags bezoek aan de Oekraine. Vandaag brengt Kok een bezoek aan Jalta in de Krim. De aanwezigheid van Kok in de Oekraine valt samen met grote politieke conflicten tussen het parlement en de regering, en met spanningen in het oostelijke Donets-mijngebied, waar tienduizenden mijnwerkers staken. Als onderdeel van zijn missie heeft Kok gisteren apparatuur voor mijnbeveiliging, die Nederland beschikbaar heeft gesteld, aan de Oekrainse autoriteiten overgedragen.

Tegen de invloedrijke parlementsvoorzitter Pljoesjtsj zei Kok dat de internationale gemeenschap zorg moet dragen voor een “evenwichtige relatie met de Oekraine, gelijkwaardig aan die met Rusland”. De G-7 heeft, aldus Kok, “fouten gemaakt door in de afgelopen anderhalf jaar uitsluitend aandacht aan Rusland te schenken”. Hij zei dat premier Lubbers deze kwestie in Kopenhagen aan de orde zal stellen. Bondskanselier Kohl, die vorige week Kiev bezocht, heeft zich in soortgelijke bewoordingen uitgelaten.

Over de omstreden kwestie van de Oekrainse kernraketten dreigde Kok even in conflict te raken met Pljoesjtsj. Zolang Oekraine weigert het Start-1 verdrag voor vermindering van kernwapens en bijbehorende protocollen te ondertekenen, staat het Amerikaans-Russische proces van vermindering van kernwapens stil. Nadat Kok het Nederlandse en Westerse standpunt had herhaald waarin hij zijn bezorgdheid uitsprak over de Oekrainse stagnatie bij de ondertekening van het Start-1 verdrag, antwoordde Pljoesjtsj dat dit klonk als een "ultimatum'.

De parlementsvoorzitter zette uiteen dat het bij de ontmanteling van de 176 voormalige Sovjet-raketten in de Oekraine gaat om de garantie van de onschendbaarheid van de Oekrainse grenzen die Rusland niet heeft gegeven, alsmede om de vraag wat gebeurt met de nucleaire brandstof die uit de raketten wordt gehaald. Dit betreft vooral 46 intercontinentale SS-24 raketten die indertijd in de Oekraine zijn gebouwd en die volgens de regering Oekraiens eigendom zijn. Volgens Pljoesjtsj wil Rusland de brandstof uit de SS-24 raketten gebruiken voor zijn kerncentrales. Oekraine wil hetzelfde temeer daar Rusland de olie- en gasleveranties aan de Oekraine heeft teruggeschroefd.

Op Koks aandrang dat het parlement zich uitspreekt voor steun aan het voorstel van de Amerikaanse minister van defensie om deze 46 raketten tijdelijk onder internationaal beheer te plaatsen in de Oekraine, antwoordde Pljoetsjtsj: “Wij hebben geen bezwaar tegen internationaal toezicht, maar eerst moet de eigendomskwestie geregeld worden.”

    • Roel Janssen