"Klein deel werklozen werkt zwart'

ROTTERDAM, 16 JUNI. Een derde deel van de werklozen in Rotterdam vindt "zwart' werken toelaatbaar. Andere vormen van bijstandsfraude - bij voorbeeld door niet op te geven dat de uitkeringsgerechtigde samenwoont - accepteren de werklozen minder. Slechts zeven van de honderd werklozen vinden deze vorm van frauderen toelaatbaar.

Dit blijkt uit een onderzoek dat de Rotterdamse sociale dienst onder 600 RWW'ers heeft uitgevoerd. RWW'ers zijn werklozen die wel beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Veel werklozen hebben moeite van hun uitkering rond te komen. Bijna de helft van de ondervraagden zit in de schulden, die gemiddeld 6500 gulden bedragen. Elf procent vult hun uitkering aan met zwart of grijs werk, vier procent fraudeert op een andere manier.

Het overgrote deel van de ondervraagde werklozen denkt niet ooit nog een baan te zullen vinden. Ze vinden zichzelf te oud of denken te weinig opleiding te hebben genoten. Toch wil negentig procent van hen wel aan het werk, maar zij accepteren niet iedere baan die hen aangeboden wordt. De beloning, die de werklozen vergelijken met de hoogte van hun uitkering, speelt een belangrijke rol. Ook hechten ze aan het soort werk, de zekerheid van het dienstverband en de reistijd.

Slechts een op de tien werklozen wil niet meer aan de slag. Dat zijn volgens de onderzoekers meestal oudere mensen, die een lang arbeidsverleden achter de rug hebben of al langdurig zonder werk zitten.