JAMES HUNT 1947-1993; Bij vlagen geniaal

Achter zijn vaak provocerende optreden verborg de gisteren op 45-jarige leeftijd aan een hartaanval overleden James Simon Wallis Hunt een bezeten drang om te slagen in zijn vak als autocoureur.

Hij nam zichzelf serieus, maar de buitenwereld kende vooral de eeuwig grijnzende blonde god met de lange haarlokken. In rafelige korte broek op de golfbaan, met sportschoenen onder een smoking of een prijsuitreiking bijwonen in een T-shirt, het hoorde bij de idoolvorming van de onverschrokken coureur-playboy die in 1976 wereldkampioen werd. De zoon van een makelaar in effecten vertelde dat hij op school net genoeg uitvoerde om thuis geen ruzie te krijgen. Hoewel ingeschreven voor een studie medicijnen, lokte de autosport. Hij nam baantjes als wegwerker en portier om met een mini te kunnen racen. Eind jaren zestig doorliep hij de toen gebruikelijke weg van de Formule Ford via de Formule 3 en 2 naar de hoogste klasse. Zijn optreden wekte nogal eens opschudding. Hunt hanteerde zijn vuisten tegenover andere rijders of maakte officials hardhandig duidelijk dat hij het niet met ze eens was. Door zijn talrijke ongelukken kreeg hij de bijnaam James Shunt. Zijn eerste stap naar de roem zette hij bij de jonge, steenrijke en exentriek Lord Alexander Hesketh. Het waren roemruchte jaren waarin het team met gulle hand zijn gasten ontving; kreeft en champagne stonden altijd op het menu. Hunt debuteerde twintig jaar geleden in de Grand-Prixwereld in Monaco, waar de Lord opviel door een te grote boot, een helicopter en een open Rolls-Royce. In 1974 ontwierp Harvey Postlethwaite, een racewagen die als Hesketh zijn opwachting maakte. Het succes kwam op Zandvoort in 1975 toen James zijn eerste en enige Grand Prix met die wagen won. Na dat jaar waren de middelen uitgeput. Door toeval, Emerson Fittipaldi ging zijn eigen weg, kwam een plaats vrij bij McLaren. Niki Lauda, wereldkampioen op Ferrari, was op weg naar herhaling maar een zware crash op de Nürburgring dwarsboomde die ambitie. Zwaar getekend keerde Lauda terug, maar in de finale op het Fuji-circuit in Japan stopte de Oostenrijker abrupt omdat hij het te gevaarlijk vond in de regen.

Door een derde plaats behaalde James met één punt verschil op Lauda de wereldtitel. Ook al was het verdiend, reed hij bij vlagen geniaal en won hij zes grote prijzen, de terugkeer van Lauda trok veel aandacht weg van zijn titel. James bleef nog twee jaar bij McLaren, won drie wedstrijden in 1977, maar het heilige vuur was er uit. In 1979 startte hij voor het team van de Canadese oliemiljonair Walter Wolf. Na zeven races gaf James er in Monaco de brui aan. Ontevreden en met harde kritiek op het team verliet hij de stal. In Marbella vermaakte hij zich met golf, tennis en squash in welke laatste tak van sport hij tot de besten behoorde. Zijn privéleven, en vooral de scheiding van zijn eerste vrouw Susy die met Richard Burton trouwde, leverde regelmatige roddels op. In 1980 keerde Hunt terug naar zijn oude passie: tv-commentator bij de BBC. Zijn rustige stem stond in schril contrast tot de opgewonden manier waarop Murray Walker de races verslaat. James was de deskundige die incidenten in perspectief zette of mijlenver zag aan komen dat er met een auto iets mis was. Samen vormden zij een ideaal en gewaardeerd commentaarduo.

    • Rob Wiedenhoff