Gewelddadige satire loopt vast in rammelend scenario; Brandweer als schatgraver

Trespass. Regie: Walter Hill. Met: Bill Paxton, Ice T, William Sadler, Ice Cube. Alkmaar, Cinema; Amsterdam, City 7; Arnhem, Palace 1; Den Haag, Cineac 2; Rotterdam, Lumière 2.

Walter Hill is de tegendraadse regisseur van cultfilms als The Getaway, en 48 Hrs, maar ook de vakman die zich nooit te goed heeft gevoeld voor formulefilms in het actiegenre waar artistiek gezien weinig eer aan te behalen viel. Vermoedelijk zag hij direct in dat het scenario van Trespass weinig bijzonders beloofde, maar dat hij er al zijn voorkeur voor en deskundigheid op het gebied van snel gestileerd geweld op kon botvieren. Bovendien realiseerde hij zich dat het verhaal schreeuwde om waanzin en overdrijving.

De film die Hill vervolgens maakte, en waarvoor hij beschikking had over de populaire rappers Ice T en Ice Cube, was gedoemd in het luchtledige te bljven hangen. Hoewel je sterk de indruk krijgt dat Hill het verhaal en de personages werkelijk serieus kon nemen, wil de film maar geen echte satire worden. Om te beginnen benadrukt hij dat iedereen slecht is, met als variaties onzinnig egocentrisch of gewoon een zuivere malle eppie. Daarnaast greep Hill welgemoed terug naar bekende filmcliché's en verwrong ze tot actueel toepasbare elementen.

Schatgravende cowboys, ze bestaan volgens Hill nog steeds, blijkt uit Trespass. Alleen vind je ze tegenwoordig niet meer op de prairies in het wilde westen, maar aan de oostkust van de VS. Ruwe klanten zijn het nog steeds, maar nu vuilbekkende, onderbetaalde brandweermannen die honderden kilometers rijden, wanneer ze, met een heuse vergeelde schatkaart in de hand, denken hun slag te kunnen slaan in een verlaten fabrieksgebouw, in het onherbergzame stadslandschap van New York. Als rechtgeaarde gold diggers ontmoeten ze op dat vijandige terrein wrede autochtone stammen - geen Indianen met verentooi en herteleren broek, maar een in flamboyante maatpakken gestoken gang van zwarte drugscriminelen. Uiteraard verplaatsen die zich niet te paard. Hun opperhoofden berijden dure auto's waaruit, in Hills visie, zodra de motor loopt onvermijdelijk een hersenverdovend luide rap-dreun schalt.

Walter Hill slaagde er niet in deze aanpak tot een bevredigend einde te brengen. Zijn vergelijking gaat steeds minder op en tenslotte moet de film het doen met zijn gewiekste violente filmstijl. En die verliest het van het rammelende scenario en de ondoordachte personages.

    • Joyce Roodnat