Geheugentraining in memorieklooster

Voorstelling: Het theater van het geheugen of het mysterie van het verloren geheim door Theaterfirma Rieks Swarte/ Toneelschuur Produkties. Concept en regie: Rieks Swarte. Dramaturgie: Eva Mesker. Decorontwerp: Jan Klatter. Spel: Ferdi Janssen, Guy Cassiers, Sjoerd Wagenaar, Rieks Swarte. Gezien: 14/6 Toneelschuur, Haarlem. T/m 24/6 aldaar. Tournee in september.

Rieks Swarte is een gepassioneerd verzamelaar van curiosa. In zijn voorstellingen zijn de hoofdrollen niet weggelegd voor de acteurs, maar voor de talloze voorwerpen waarmee zij zich omringen. Na afloop gaan de bezoekers die voorwerpen altijd bekijken en soms treedt Swarte dan als gids op.

Net als Het cabinet voor natuur & kunst uit 1987 heeft Het theater van het geheugen de vorm van een nagebouwd museum. Er is een portrettengalerij, er is een performance van een videokunstenaar en bij de ingang liggen de gekste spullen op de grond: een degen, een pruik, een paar gouden muiltjes, een opgezette krokodil, een reusachtige passer. Tussen al deze rariteiten ligt ook het boek waarop Swarte zijn voorstelling baseerde: De geheugenkunst, een cultuurhistorische studie uit de jaren zestig waarin Frances A. Yates laat zien welke systemen er door de eeuwen heen bedacht zijn om kennis beter te onthouden. Voor de uitvinding van de boekdrukkunst was een getraind geheugen immers van vitaal belang. In ons gecomputeriseerde tijdperk hoeven alleen acteurs nog flinke lappen tekst uit het hoofd te leren; de hersens van de modale burger hebben zo langzamerhand een andere functie gekregen. Toch bestaat er ook voor het grootste warhoofd wel een geschikte methode om het geheugen te activeren.

Samen met drie andere acteurs zet Rieks Swarte het publiek op de tribune aan het werk. Hij begint met simpele memo-spelletjes die ook in een tv-show niet zouden misstaan. Moeilijker wordt het wanneer de acteurs het zogenaamde memorieklooster te voorschijn halen, een houten plattegrond naar een ontwerp uit de late middeleeuwen. Geheugenkunstenaars, licht professor Swarte toe, beschouwden een denkbeeldige wandeling door een gebouw destijds als een probaat middel tegen vergeetachtigheid. Aan de hand van een gedicht van Jorge Luis Borges neemt hij de proef op de som. Elke regel wordt gellustreerd met een voorwerp, totdat de hele plattegrond vol met spullen staat: met een takkenbos, een flesje bloed, een citroen op een hagelwit laken. En ziet: met behulp van de meester, die geduldig naar de voorwerpen wijst, zegt het schoolklasje in de zaal het moeilijke gedicht van Borges foutloos op.

Vlijtige leerlingen zullen hun cursus geheugentraining evenwel elders moeten voltooien, want wat Theaterfirma Rieks Swarte verder te bieden heeft is bepaald niet praktisch. De overdaad aan attributen geeft al aan hoe omslachtig deze firma eigenlijk te werk gaat. Het ene gepropageerde geheugensysteem is nog ingewikkelder dan het andere en met het pronkstuk van de tentoonstelling weten de spelers uiteindelijk helemaal geen raad. Dit ingenieuze bouwsel, ontworpen door Jan Klatter, is een reconstructie van Giulio Camillo's Theater van het Geheugen. Niemand weet precies hoe het er heeft uitgezien, want met Camillo's dood in 1544 verdween ook zijn theater van de aardbodem. Er is wel een brief bewaard gebleven, waaruit blijkt dat Camillo de klassieke geheugenkunst in een occulte kunst veranderde. Swarte lijkt echter niet in de eerste plaats gefascineerd te zijn door Camillo's occultisme, maar door diens streven naar alwetendheid. Deze homo universalis wilde het hele universum in zijn systeem onderbrengen, alle kennis die er in de Renaissance in omloop was. Daartoe ontwierp hij een halfronde, op een tribune lijkende trapconstructie, verdeeld over zeven rangen en zeven driehoekige vlakken. Ook Klatter, die zich trouw aan deze magische getallen gehouden heeft, komt op die manier tot een opbergsysteem met 49 vakjes. Met veel vaart demonstreren de acteurs wat er in die vakjes zit: grote triplex platen trekken zij eruit, platen met afbeeldingen die voor de moderne mens even intrigerend als duister zijn. De constructie ziet er volmaakt evenwichtig uit, maar het systeem raakt volkomen over zijn toeren wanneer de acteurs stapels dozen met hedendaagse woorden in de vakken willen gooien. De dozen vliegen door de lucht en het lijkt er even op dat het mooie bouwwerk in rook zal opgaan.

Het is duidelijk te merken dat de acteurs, die maandenlang op het onderwerp gestudeerd hebben, pas op het allerlaatste moment aan de invulling van hun rollen toekwamen. Die zijn nogal bleek en ongeloofwaardig, maar zo gaat dat nu eenmaal bij het soort theater dat Rieks Swarte maakt: op naturalistisch spel rust in zijn ensceneringen een taboe. Wat telt, is het grote enthousiasme dat de spelers voor hun project opbrengen.