"Een gevoel van medelijden is een fout gevoel'

Veel jonge mensen zijn het materialisme voorbij. Ze zijn redelijk geslaagd, hebben werk, een huis, een auto, kunnen kopen wat ze willen. Maar er ontbreekt iets. Een leidraad, betrokkenheid. En dus zijn ze op zoek naar meer. Vandaag de zesde aflevering van een serie. Mark Aardenburg zette zich in voor Artsen zonder Grenzen. Henk was uiteindelijk toch niet beschikbaar.

Mark Aardenburg (29) is net terug uit Bangladesh. Als logisticus hielp hij mee bij het bouwen van kampen voor de opvang van Royhinga-vluchtelingen uit Myanmar (Birma). Toen Mark zich inschreef bij Artsen zonder Grenzen zat hij in een periode van zakelijke tegenslag, maar op het moment dat hij weg mocht, begon zijn nieuwe bedrijfje (videoprodukties) net een beetje te lopen. Hij vroeg zes maanden uitstel om de continuteit van zijn bedrijf te waarborgen.

“Het idee van het helpen van mensen in nood speelde nauwelijks een rol. Wat mij trok was het onbekende, de andere wereld, het avontuur en de behoefte om op een of andere manier getuige te zijn van de geschiedenis.” Volgens Mark is er bij Artsen zonder Grenzen voor idealisme nauwelijks plaats. “Idealisten worden vaak niet uitgezonden of haken op het laatste moment af. Idealisten denken namelijk dat ze het leven daar echt kunnen verbeteren. Dat kan dus niet. Als ze toch gaan, zie je vaak dat ze na een maand al weer thuis zitten. Ze zijn niet opgewassen tegen het gebrek aan dankbaarheid en de tegenwerking. Ze zijn gekomen met een gevoel van medelijden. Een fout gevoel.”

De vrijwilligers van Artsen zonder Grenzen zijn volgens Mark vooral mensen die het leven thuis te saai vinden en te eigenwijs zijn om onder een baas te werken. Geen idealisten dus, maar vrijbuiters. De folders van Artsen zonder Grenzen spelen op hierop in: foto's van zenuwachtige jonge mensen rondom zendapparatuur, het opruimen van versperringen. Overal worden problemen opgelost. “Idealisme is ronduit lachwekkend in het licht van de waanzinnige problemen die je tegenkomt. Er gebeuren daar ongelofelijke dingen. Birma exporteert bijvoorbeeld meisjes naar de sekshuizen van Bangkok. Als ze aids hebben worden ze in bussen naar Birma teruggestuurd. Die bussen verdwijnen vervolgens spoorloos.”

Een compleet kamp dat Mark had ingericht werd gevorderd door het Bengaalse leger en in gebruik genomen als "repatriëringskamp', precies het omgekeerde van waarvoor het was bedoeld. En toen een Bengaalse arts werd ontslagen omdat hij medicijnen doorverkocht, blokkeerden de woedende dorpsgenoten van de medicus de toegangsweg naar het kamp. “Nee, dankbaarheid hoef je niet te verwachten, eerder tegenwerking.”

“Ik heb heel veel geleerd. Vooral hoe belangrijk samenwerking is. Het is toch fantastisch dat je in Nederland met mensen gewoon afspraken kunt maken? Ik denk er serieus over om nog eens weg te gaan.”

Henk (35, niet zijn echte naam) is al tien jaar handelaar in exclusieve automobielen. Een harde wereld. “Alles draait om poen. Je bent in feite een slaaf van je portemonnaie.” Door het snelle geld raakte zijn studie economie zwaar in het slop, maar op zijn dertigste was hij wel binnen. “Ik had inmiddels een grote behoefte gekregen om me in te zetten voor hogere doelen dan mijn eigen hachie. Dat past ook in de traditie van mijn familie, waar liefdadigheid altijd een grote rol heeft gespeeld. Ik wilde iets doen dat niets met geld te maken had. Dat was toch wel de voornaamste reden om contact te zoeken met Artsen zonder Grenzen.”

Henk werd direct aangenomen en is inmiddels drie keer opgeroepen. Hij kon achtereenvolgens naar Irak, Bangladesh en Joegoslavië. Maar hij is niet gegaan. “Ik kreeg de eerste oproep pas na acht maanden. In die periode kan er veel veranderen in een leven. Je krijgt bijvoorbeeld een relatie en wilt ook rekening houden met de gevoelens van je partner. Maar als je voor langere tijd wordt uitgezonden, kun je je relatie wel vergeten. Je maakt te veel mee. Ik heb gevraagd of het mogelijk was samen met mijn vriendin uitgezonden te worden, maar dat bleek niet te regelen. Artsen zonder Grenzen is een echte relation-cruncher.”

Wie wordt opgeroepen en niet gaat, krijgt na een tijdje een brief met de vraag of er nog altijd belangstelling bestaat voor een uitzending. “Ik heb drie keer gezegd dat ik nog steeds weg wil. Maar ze zullen me nu wel niet meer zo serieus nemen. Ik verwacht dan ook geen vierde oproep meer.”

Henk heeft vorig jaar in een verpleegtehuis gewerkt. Maar dat was geen vrije keus. Hij had de fiscus opgelicht en mocht kiezen tussen zes maanden cel en 240 uur dienstverlening. Hij werd activiteitenbegeleider voor bejaarden. “Het leed van oude mensen is schrijnend, maar niets voor mij. Ik raak er persoonlijk te veel bij betrokken. Bij Artsen zonder Grenzen houd je je bezig met zaken als logistiek en communicatie. Je steunt mensen in hun strijd om te overleven. Bij Artsen zonder Grenzen lopen heel andere types rond dan in de suffige gezondheidszorg. Hongerende Somaliërs helpen is toch iets heel anders dan het bezighouden van bejaarden.”

Henk zegt nu over Artsen zonder Grenzen: “Het is een beetje een yuppen-club geworden van corpsballen die op het flitsende imago afkomen en op de sfeer van de Camel Trophy. Als het puntje op het paaltje komt zijn er maar weinig die echt weggaan. De die-hards in vaste dienst zijn uit heel ander hout gesneden. Dat zijn best heroes. Ik wilde eigenlijk ook in vaste dienst. Een kamp uit de grond trekken, de eerste contacten leggen. Maar dan moet je eerst worden uitgezonden.”

Henk noemt zijn interesse voor Artsen zonder Grenzen oprecht, meer dan een goed verhaal voor bij de borrel. “Maar door omstandigheden in mijn leven is het er niet van gekomen. Je kunt nu eenmaal niet altijd beschikbaar zijn.”

Henk handelt nog altijd in exclusieve auto's. Zijn specialiteit is de Jaguar.