Drugsbestrijding: dweilen tegen de chaos

Er gaat geen week voorbij of een politiekorps kondigt de ontmanteling aan van weer een nieuwe drugsorganisatie. Drugscriminaliteit - van groothandelaar tot tasjesrovende junk - is verreweg de grootste werkverschaffer van het justitiële apparaat. Een rondgang langs betrokkenen in het arrondissement Rotterdam. Deel twee in een serie.

De politie

Ruim zestig procent van alle arrestanten in de regio Rotterdam is verslaafd aan drugs. Die conclusie trekt hoofdinspecteur van politie in Rotterdam en chef van de afdeling verdovende middelen R. van Heijningen na een peiling onder rechercheurs.

Aan drugs in ruime zin, dat wil zeggen de handel in verdovende middelen maar ook misdrijven als tasjesroof en inbraken die worden gepleegd om drugs te kunnen aanschaffen, wordt door de Nederlandse politie de meeste aandacht besteed. De speciale afdeling verdovende middelen - die zich alleen richt op de georganiseerde handel - is vijftien jaar geleden opgericht en gestaag gegroeid tot de huidige omvang van 40 rechercheurs. Hoeveel van de in totaal 3.000 Rotterdamse agenten zich met drugscriminaliteit bezighouden is moeilijk exact aan te geven. De 40 drugsagenten krijgen regelmatig assistentie van observatieteams, de FIOD, de douanerecherche en agenten van de criminele inlichtingendiensten.

Werken bij de drugsafdeling is voor een agent zeker niet de vervelendste klus. Foto's op de gang van alle exotische bestemmingen die de politie in verband met onderzoek heeft bezocht illustreren dat. Van Heijningen verhaalt over een spannende strijd tegen “gehaaide tegenstanders waardoor je alle registers moet opentrekken”. De bestrijding van drugshandel betekent volgens de hoofdinspecteur bovendien dat “je voortdurend spitsroeden moet lopen om de strafrechtelijke mogelijkheden maximaal toe te passen. Alle kennis en kunde van het politievak moet je benutten”.

Steeds meer krachten worden gemobiliseerd tegen de verdovende middelen. De vangsten stijgen jaarlijks, maar het effect lijkt nihil. Op de markt is eerder sprake van een daling van de prijs van verdovende middelen als gevolg van het royale aanbod. Van Heijningen wijt het aan de aanwezigheid van voorraden. “Maar wat ook een rol speelt is dat bij drugs, analoog aan het normale beroepsgoederenvervoer, de partijen die in Nederland worden ingevoerd in kleinere porties naar het buitenland gaan en er hier dus geen invloed op de prijs is.”

Van Heijningen noemt zijn werk “dweilen, zonder de illusie om het ooit droog te krijgen”. “We houden de situatie beheersbaar. Ik kan me evenwel voorstellen dat er over een jaar of 30 een wereldwijde ontwikkeling ontstaat om drugs uit het strafrecht te halen. Dat men inziet dat het een utopie is dat we een samenleving vrij kunnen krijgen van middelen die schadelijk zijn voor de volksgezondheid.”

De advocaat

Gouden handel is de drugscriminaliteit voor de strafpleiter. Advocaat mr. W.F. van der Griend, een van de ongeveer tien geroutineerde full-time Rotterdamse strafpleiters, doet daar niet kinderachtig over. Zeker de helft van ongeveer 250 strafzaken die hij jaarlijks behandelt heeft met drugs te maken: van groothandelaar tot junk.

“Drugszaken behoren tot het aantrekkelijke gedeelte van de praktijk. Ze kunnen heel lucratief zijn, maar het beeld dat wij strafpleiters grote zakkenvullers zijn klopt niet”, verzekert hij. Over omzetcijfers laat Van der Griend zich niet uit. Hij zegt alleen “een behoorlijk inkomen” te genieten en ter illustratie wijst hij naar zijn voor het pand geparkeerde Mercedes diesel 250 td. “Maar ik wil alsjeblieft niet als een poenige advocaat overkomen.”

Van der Griend spreekt van harde concurrentie en veel afgunst tussen advocaten. Vooral in het arrondissement Haarlem wordt volgens hem gevochten om aantrekkelijke drugscliënten die op Schiphol zijn aangehouden. “De concurrentie is soms wat ongezond. Advocaten die elkaars cliënten proberen te roven.”

Mond-tot-mondreclame, daar leeft een strafpleiter van, zegt Van der Griend. “Hoewel, het allermooiste is natuurlijk een verslag, liefst met tekening, van je rechtszaak in De Telegraaf, de penose-krant bij uitstek.”

Door het ontbreken van een harde justitiële aanpak is de drugsbestrijding in Nederland volgens Van der Griend een lachertje. Drugshandelaren zijn calculerende ondernemers en die kiezen Nederland volgens hem niet alleen om geografische of infrastructurele redenen uit als vestigingsplaats. “Als ik buitenlandse vakbroeders uitleg wat voor straffen er hier voor drugs worden uitgedeeld, ben ik de risee van de avond. Er is hier een geringe pakkans, een relatief lage straf en het leven in de gevangenissen is internationaal bekeken goed. Ik snap niet dat die evangelisten bij Justitie dat niet begrijpen.”

Het werk van de strafpleiter wordt overigens steeds moeilijker, ervaart Van der Griend. “Ik laat me niet inhuren om lulverhalen op te hangen over de moeilijke jeugd van mijn cliënt. Maar op technisch gebied, met formele punten, is steeds minder te scoren. Vroeger had ik veel plezier van legale trucs: op het verweer onrechtmatige huiszoeking sneuvelden zaken bij bosjes. Bij een beetje foute dagvaarding werd een drugsbaron vroeger nog wel weggestuurd, maar nu worden de regels zo gemaakt dat processuele voorbereidingsfouten van het OM volop gecorrigeerd kunnen worden. Ik vind dat detestabel.”

De officier van justitie

Te soft, te mild, officier van justitie belast met de aanpak van zware criminaliteit mr. R. de Groot kent het verwijt, maar werpt het ver van zich. “Hier krijgen gedetineerden geen gratie als de koningin jarig is”, zegt hij. “In Nederland zit je minimaal tweederde van de opgelegde straf uit en daardoor is de netto celstraf voor drugsdelicten zeker niet lager dan in het buitenland.”

“En dacht je echt dat die drugsdealers niet kwamen als de straf twee keer zo hoog werd? Ik betwijfel het. Kijk maar naar Singapore waar ondanks de doodstraf voor drugsdelicten het aantal arrestaties stijgt.”

Bij het Rotterdamse openbaar ministerie werken 35 officieren van justitie - een verdubbeling in 15 jaar. Twee op elke drie officieren van justitie houden zich regelmatig bezig met bestrijding van drugscriminaliteit in wat voor vorm dan ook. Twee officieren van justitie behandelen permanent drugszaken.

Zijn werkkamer vult zich met homerisch gelach als De Groot de vraag hoort of het zinvol is, die justitiële drugsbestrijding? “Wat moet ik daar nu op zeggen”, zegt hij. “Als je niets doet is het hek helemaal van de dam. Je probeert de maatschappij leefbaar te houden. We kunnen nu eenmaal niet het experiment uitvoeren door te kijken wat er gebeurt als we eens een tijdje drugshandelaren ongemoeid hun gang laten gaan.”

De Groot geeft evenwel toe dat bestrijding van de georganiseerde misdaad moeizaam op gang is gekomen vooral omdat de politiek er lang over heeft gedaan de problemen te onderkennen. De officier van justitie verwacht evenwel veel van nieuwe wettelijke mogelijkheden en in het bijzonder van de pogingen om criminelen hun wederrechtelijk genoten voordeel af te nemen.

“Toch heb ik niet het idee dat het drugsprobleem er op termijn niet meer zal zijn”, zegt De Groot, die verdere twijfels over het effect van de War on Drugs niet toelaat. “We hebben democratisch afgesproken dat we handel in giftige stoffen niet accepteren, dus pak je die zaak aan als rechtshandhaver. Punt uit.”

De rechter

Nee, het zijn niet bepaald de leukste dossiers voor een strafrechter, die drugszaken. “Ze zijn zeer bewerkelijk, omvangrijk en lastig. Bovendien gaan ze ontzettend op mekaar lijken en wordt het spel steeds hard gespeeld.”

Mr. J.W. Heyman, vice-president van de rechtbank Rotterdam en een van de vijf voorzitters van de meervoudige kamers (3 rechters) die strafzaken behandelen, heeft zijn collega's gevraagd wat drugscriminaliteit voor hun werk betekent. Een conservatieve schatting leert dat 50 à 60 procent van de magistratelijke arbeid met verdovende middelen te maken heeft.

Het aantal meervoudige strafkamers in Rotterdam is de afgelopen jaren van twee uitgebreid naar vijf en de zesde kamer zal waarschijnlijk niet lang op zich laten wachten. “De oorlog tegen drugs is in volle gang. De strijd heeft een omvang aangenomen die niemand in het begin had voorzien. Er is sprake van een soort bewapeningswedloop. Steeds meer crime control-middelen. Het strafprocesrecht en de middelen worden afgestemd op de tegenpartij. Als de penose in een Porsche rijdt, wil de politie dat ook. De oorlog kost ook veel geld: het aantal rogatoire commissies voor onderzoek naar het buitenland neemt hand over hand toe, er volgen steeds strengere straffen dus meer cellentekorten”, zegt Heyman.

Met name drugsdealers lijken nogal eens in herhaling te vervallen, is de indruk van Heyman, maar om nou te zeggen dat zijn werk weinig rendement heeft gaat te ver. “We leveren onderhoudswerk, laten steeds zien dat we het niet pikken, anders wordt het leven een chaos”, zegt de strafrechter. “Drugsdealers komen praktisch nooit in aanmerking voor een alternatieve straf en dus beperken we ons tot celstraffen. Dan geven we ze weer een hardere douw zodat ze in ieder geval van de straat zijn. Het klinkt defaitistisch maar de maatschappij verlangt ook beveiliging van ons.”

De gevangenisdirectie

In het Rotterdamse Huis van Bewaring De Schie bestaat geen registratie over wie van de 240 gedetineerden er zit wegens drugsgerelateerde delicten. Maar enige indicatie over de achtergrond van de arrestanten valt te distilleren uit het feit dat tussen de 45 à 60 procent van de populatie zich bij de medische dienst opgeeft als verslaafde aan hard drugs.

In De Schie zitten, afgezien van acht gedetineerden op de extra beveiligde afdeling, alleen mensen die in voorarrest verblijven. Dat betekent tegenwoordig dat een eenvoudige junk die een autoradio gapt er niet terecht komt. “Je moet het behoorlijk bont maken om hier te zitten. Onze populatie vormt zich pas na een zeer negatieve selectie. De junk komt hier doorgaans alleen nog maar als hij bij zijn tasjesroof een oude vrouw gewelddadig heeft belaagd. Een heleboel mensen worden buiten dit circuit afgehandeld. Vorig jaar is het aantal alternatieve sancties in Rotterdam verdubbeld”, zegt gevangenisdirecteur J.C.N. Duindam.

De drugscriminaliteit heeft het klimaat binnen de gevangenissen sterk benvloed. In de eerste plaats zorgt het gebruik van drugs binnen inrichtingen voor problemen. “Gedetineerden moeten nadrukkelijk gevisiteerd worden, er wordt gechanteerd en er zijn vechtpartijen. Mensen die niks gebruiken storen zich aan de junks omdat die een zeer egostisch gedrag vertonen”, ervaart unit-directeur B. Bijker.

De grote drugshandelaren zijn bovendien vaak zo vermogend dat er een voortdurend gevaar bestaat van het corrumperen van penitentiaire inrichtingswerkers. In De Schie zijn recent nog twee bewaarders ontslagen die tegen betaling wapens naar binnen smokkelden. Bijker: “Een aantal gedetineerden weet zwakke plekken haarfijn te benutten. Ze slagen er soms in bewaarders, die vaak toch nog een redelijk vertrouwen in de mensheid hebben, afhankelijk te maken. Voor je het weet is er een glijdende schaal bij het verlenen van diensten. Maar we moeten oppassen dat de zware jongens niet tot algehele repressie leiden in de behandeling van de hele populatie.”

bptk Symbolisch

    • Marcel Haenen