"Doel sociale vernieuwing niet bereikt'

DEN HAAG, 16 JUNI. De sociale vernieuwing heeft haar doel nog niet bereikt. De afstemming tussen ministeries is niet eenduidig, waardoor de beoogde decentralisatie en deregulering niet is gerealiseerd.

Dat schrijft het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in zijn vandaag verschenen Verkenningen 1993.

Doel van de sociale vernieuwing is het bestrijden en voorkomen van maatschappelijke achterstanden. Daartoe moesten, aldus de kabinetsnota uit 1990, bestuurlijke bevoegdheden worden gedecentraliseerd, waarbij het zwaartepunt bij de gemeenten werd gelegd.

Volgens het SCP hebben gemeenten weliswaar veel activiteiten ontplooid om te voorkomen dat langs elkaar heen wordt gewerkt, maar deze activiteiten hebben vooral geleid tot bestuurlijke resultaten, aldus het SCP. Het ondertekenen van convenanten, samenwerkingsafspraken, beleidsplannen en organisatorische veranderingen in de uitvoeringsstructuur bepaalden de agenda.

In het kader van de sociale vernieuwing werden 26 specifieke rijkssubsidies samengevoegd tot een Brede doeluitkering (BDU) met een totaalbedrag van 1,5 miljard gulden. Doel van de BDU is het vergroten van de bestedingsvrijheid van gemeenten die via een integraal beleid sociale achterstanden aanpakken.

“Alhoewel er op het gebied van de onderwijsachterstanden door de onderzochte gemeenten veel activiteiten zijn ondernomen heeft geen van deze gemeenten de budgetten voor het onderwijsvoorrangsgebiedenbeleid in de BDU opgenomen”, aldus het SCP, dat wijst op de vele juridische haken en ogen waardoor het opnemen van deze specifieke uitkering in de BDU werd belemmerd.

In 1991 vielen ook het ouderenbeleid en het minimabeleid onder de sociale vernieuwing. Voor beide beleidsterreinen kwam geld beschikbaar via de Brede doeluitkering. Volgens het SCP zijn de effecten “formeel gezien niet erg groot doordat de gemeenten met uitzondering van het welzijnsterrein over weinig bevoegdheden ten aanzien van het ouderenbeleid beschikken”.