Controle beurshandel is moeilijk; Toezichthouder op effectenverkeer laat "buitenlandroute' ongemoeid

AMSTERDAM, 16 JUNI. De Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) heeft nog nooit een onderzoek laten instellen naar handel met voorkennis via een buitenlandse bank. Volgens ingewijden in financieel Amsterdam is de buitenlandse route een gebruikelijk middel om de controle op beursfraude te ontwijken.

Directeur mr. E.E. Canneman bevestigt in een toelichting op het vanmorgen verschenen jaarverslag dat de STE nog nooit bij een buitenlandse bank cliëntenbestanden heeft laten doorlichten. “Ik acht de kans niet uitgesloten dat het er wel eens een keer van komt. Een dergelijk onderzoek kan alleen worden aangevraagd via het ministerie van financiën, dat op grond van verdragen een onderzoek kan vragen aan de autoriteiten in het buitenland. Dat kost veel tijd en bovendien doe je dat pas als het grootste deel van het onderzoek is afgerond.”

Canneman erkent dat effectentransacties langs de buitenlandse route moeilijk te controleren zijn: “Het is een probleem. In het geval van Steinkühler (de afgetreden IG Metall-voorzitter die met voorkennis handelde in Fokker-aandelen, red.) is het een handicap dat in Duitsland voorwetenschap niet strafbaar is, zodat ook de autoriteiten niets kunnen afdwingen. Binnen een jaar, anderhalf jaar wordt dat daar wel wettelijk geregeld, verwacht ik. In een land als Zwitserland is voorkennis wel strafbaar, maar wij kunnen er geen kijkje nemen, ook niet via de toezichthouders op banken daar.”

Handel met voorwetenschap is, ondanks het bestaan van zoiets als een buitenlandse route, geen groot probleem op de Amsterdamse beurs, vindt toezichthouder Canneman. Het normbesef op vloer van de Amsterdamse effectenbeurs en de EOE-optiebeurs is de afgelopen jaren toegenomen, aldus Canneman, ondanks het rumoer dat enkele vermoedelijke fraudezaken de afgelopen maanden veroorzaakten. “Het is niet zo dat de zaken die wij onderzoeken het topje van de ijsberg vormen”, aldus Canneman.

De STE houdt namens het ministerie van financiën toezicht op de wijze waarop het controlebureau van de effectenbeurs en de compliance van EOE-optiebeurs de handel controleren. Vorig jaar werd de Wet Toezicht Effectenverkeer ingevoerd. Met deze wet, die ook misbruik van voorwetenschap verbiedt, heeft de STE nieuwe bevoegdheden gekregen. Ze kan nu bijvoorbeeld inzage krijgen in het cliëntenbestand van een effectenbank; voorheen moest daarvoor de Economische Controle Dienst (ECD) worden ingeschakeld.

De afgelopen maanden is het misbruik van voorwetenschap in het middelpunt van de publieke belangstelling gekomen door enkele affaires. Zo had enige weken voor de fusie van drankenfabriek Bols en voedingsmiddelenconcern Wessanen begin dit jaar al een levendige aandelenhandel plaats door mensen die vermoedelijk afwisten van het samengaan. Ook speelt nog de "koersorkestratie' bij het automatiseringsbedrijf HCS, die Begemann-topman Joep van den Nieuwenhuyzen zijn reputatie kostte.

Op het moment heeft de STE onderzoek lopen naar acht zaken waarvan het vermoeden bestaat dat de beursregels zijn overtreden. In een aantal gevallen is aangifte gedaan bij de officier van jusTitie in Amsterdam, die in tegenstelling tot de STE wel onderzoek kan doen naar niet-beursleden. Voor Canneman zijn de zaken geen reden voor alarm: “Afgemeten naar het aantal zaken die lopen is er geen sprake van een groot probleem. Zaken zoals een opzetje, of meelopen met een opdracht (profiteren van de kennis dat een grote belegger een transactie wil verrichten, red.), dat hou je gewoon. Maar ik heb geen aanwijzingen voor structurele misstanden.”

Afgezien van HCS is van de onderzoeken die met veel tam-tam zijn aangekondigd niets meer vernomen. Gebeurt er nog wel iets mee?

Niet bekend

Heeft u het idee dat Justitie misbruik van voorwetenschap net zo serieus neemt als inbraken en straatroven?

“Ik ben ervan overtuigd dat het bestrijden van handen met voorwetenschap prioriteit heeft bij Justitie: er is een officier aangesteld speciaal voor misbruik van voorwetenschap. Justitie moet alleen nog wel ervaring opdoen met deze materie en het is ook een kwestie van ontwikkeling van jurisprudentie. Sommige gevallen kunnen zij overigens ook met een schikking afdoen. Ik verwacht wel dat het aantal vervolgingen de komende jaren toeneemt.”

Moet de STE niet meer bevoegdheden krijgen, bijvoorbeeld om straffen uit te delen?

“Ik zou wel meer bevoegdheden willen hebben, maar de structuur van de wet is nu eenmaal zo. Overigens, dat zou alleen opgaan als zou blijken dat het gehele systeem niet werkt. Tot nu toe zijn de ervaringen nog zo pril dat het te vroeg is dat te zeggen.”

Behalve de specifieke onderzoeken zijn met name de hoekmansbedrijven wekelijks voorwerp van onderzoek naar hun vermogen en aandelenposities. Blijven de grote banken niet buiten schot?

“De controle bij de kleinere leden van de beurs is inderdaad uitgebreider dan bij de grootbanken. We moeten er natuurlijk rekening mee houden dat het om grote instellingen gaat met een eigen interne accountansdienst. Die dienst fungeert, door financiële gegevens te verzamelen, vaak als schakel bij het toezicht door het controlebureau. Maar het controlebureau is in een aantal gevallen ook bij de banken binnen geweest. We moeten er wel sterk op letten dat er geen ongelijkheid in de controle bestaat. Elk beurslid komt ieder jaar een keer aan bod. Het controlebureau en de compliance bekijken cliëntenbestanden, optie-overeenkomsten, of het bedrijf zich houdt aan de regels van de beurs, de belangen van de cliënt.”

Heeft u het gevoel voldoende serieus te worden genomen op de beurs?

“Je zit als toezichthouder altijd in een moeilijke positie. Het is niet goed als men op de beursvloer denkt: STE prima, heb je geen last van. Als je wel wat doet, is het al gauw: die ambtenaren begrijpen niets van de handel. Je moet in deze positie niet streven naar populariteit.”