Als water

Andere mensen vragen of ik schrijf om de natuur te redden. Dan zeg ik ronduit nee, ik heb geen mobiliserende bedoelingen, en dan begin ik nog maar eens over Paustovskij.

In zijn levensverhaal beschrijft Paustovskij de roep van kraanvogels. Hij herinnert zich die uit zijn jeugd, helemaal in het begin van de twintigste eeuw, ergens in de onmetelijke ruimte van het Russische platteland.

“In de nevelige blauwte”, schrijft hij, “klonken eigenaardige geluiden, alsof er water langs de hemel vloeide.”

Deze verrukkelijke zin dankt zijn ontstaan natuurlijk aan die grote vogels zelf. Als zij niet op zo'n fenomenale manier langs de hemel trokken, was geen schrijver ter wereld ooit op het idee gekomen.

Mijn mening over deze zin, de reden dat ik van verrukkelijk spreek, is al net zo goed aan de vogels zelf ontleend. In één beweging ben ik terug op een heuvel in de Extremadura, winter '81, ondergaande zon - honderden, honderden, kraanvogels in glijvlucht naar hun overnachtingsplaats, en het geluid van stromend water, als een rivier die langs de hemel vloeit.

De schrijver en zijn lezer, Rusland-Nederland, begin en eind van onze eeuw - verbonden door de roep van kraanvogels.

Ik zie het eerder andersom. Ik vestig meer en meer mijn hoop op de natuur, dat zij het schrijven redden zal.