Alliantie Kroaten en moslims lijkt begraven

De gevechten tussen moslims en Bosnische Kroaten luiden het definitieve einde in van het bondgenootschap dat beide groepen kort na het begin van de oorlog tegen de gemeenschappelijke Servische vijand sloten. Het is altijd een controversiële alliantie geweest, die op het slagveld soms tot gezamenlijk optreden leidde maar waaraan onder die oppervlakte toch veel schortte.

Wat er vooral aan schortte is dat het ongelijk was: de Kroaten hebben de moslims altijd in de tang gehad. De moslims waren op de oorlog niet voorbereid. Ze hadden bij het uitbreken ervan geen leger en geen wapens. Toen dat leger werd gevormd, werd de materiële bevoorading al snel een probleem, voor de oplossing waarvan de moslims waren aangewezen op de hulp van de Kroaten. Die controleerden de grensgebieden tussen Bosnië en Kroatië en daarmee de aanvoerroutes van de wapens voor de moslims.

Voor die hulp hebben de Kroaten zich altijd goed laten belonen. De verkiezing van de Kroaat Miro Lasic tot lid van het Bosnische staatspresidium was bijvoorbeeld een tegenprestatie voor de doorvoer van wapens voor de verdedigers van Gradacac. Kroatië kreeg olie uit het Midden-Oosten in ruil voor wapenleveranties aan de verdedigers van Tesanj. Daarbij hebben de Kroaten steeds alle troeven in handen gehad: bevielen hun de aangeboden tegenprestaties niet, dan lieten ze het afweten.

Voor de 266.000 moslims onder de vluchtelingen in Kroatië kan de opzegging van de alliantie grote gevolgen hebben: zij zijn in Kroatië heel wat minder welkom dan ze waren, want - zo vragen de Kroaten zich af - “waarom zouden we de vrouwen en kinderen huisvesten en voeden terwijl de mannen in Bosnië Kroaten bevechten?” Zevenhonderd vluchtelingen in Makarska hebben al het consigne gekregen te vertrekken - waarheen, dat lieten de lokale autoriteiten maar liever in het midden.