Albeda hekelt critici van overlegeconomie

ROTTERDAM, 16 JUNI. Dit kabinet heeft onvoldoende begrip voor het functioneren van de overlegeconomie. Dat zegt prof.dr. W. Albeda, oud-minister van sociale zaken en deskundige op het terrein van de arbeidsverhoudingen, in het blad De Werkgever van het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond (NCW) dat morgen verschijnt. “Ik erger me aan de manier waarop en aan het gemak waarmee de politiek afgeeft op sociale partners.”

Albeda sluit zich aan bij de kritiek die voorzitter J. Stekelenburg van de vakcentrale FNV en NCW-voorzitter drs. J.C. Blankert vorige week uitten. Stekelenburg verweet het kabinet “een ramkoers” te varen die de stabiliteit van de Nederlandse arbeidsverhoudingen bedreigt. Blankert beklaagde zich erover dat het kabinet de sociale partners negeert. Albeda zegt zich die kritiek te kunnen voorstellen. “Dit kabinet gedraagt zich of het de overlegeconomie niet begrijpt of deze niet ziet zitten. Er is sprake van vervreemding tussen sociale partners en overheid. Dat is merkwaardig bij een kabinet met zowel christen-democraten als sociaal-democraten, twee bewegingen met een grote traditie op het gebied van samenwerking met sociale partners. Een kabinet waarin nota bene oud-FNV-voorzitter Wim Kok zit ... het kan bijna niet.”

De CDA'er Albeda zegt de indruk te hebben dat het kabinet “vooral met de knikkers bezig is en dat het spel er niet toe doet. Dat past niet in de traditie van de christen-democratie.” Hij vindt dat de rol van sociale partners op het terrein van de sociale zekerheid eerder uitgebreid dan teruggedrongen moet worden. Overigens vindt hij dat sociale partners “overdreven paniekerig” reageren op het kabinetsplan de adviesplicht van de Sociaal-Economische Raad af te schaffen. Als dat gebeurt, kan de minister van sociale zaken best met de SER afspreken dat hij over bepaalde onderwerpen altijd advies zal blijven vragen. “Dan hoef je niet meer voor elk wissewasje een SER-advies te hebben.”

Albeda, die deel uitmaakte van het eerste kabinet-Van Agt (1977-1981), herinnert eraan dat de overlegeconomie in het begin van de jaren tachtig nauwelijks functioneerde en na 1985 weer beter ging draaien. Hij werpt de these op dat de betekenis van de overlegeconomie in een periode van recessie afneemt. “Op dit ogenblik heeft de overlegeconomie het tij tegen, maar dat kan weer keren.”