Actualiteit wint op Weens overleg

WENEN, 16 JUNI. De Wereldconferentie over de rechten van de mens in Wenen beleefde gisteren een "Joegoslavië-dag' - dit ondanks de bedoeling van de VN-organisatoren om hier niet expliciet schendingen van de mensenrechten in landen aan de orde te stellen.

Met het dwingend onder de aandacht brengen van misstanden en gruwelijkheden in het vroegere Joegoslavië leek de conferentie gisteren het karakter van een tribunaal te krijgen, hoewel ze is opgezet om een steviger internationaal fundament te leggen onder de mensenrechten. De actualiteit was echter even sterker dan hooggestemde, abstracte morele overwegingen.

President Sali Berisha van Albanië opende het op ex-Joegoslavië geconcentreerde debat met de vaststelling dat in Bosnië iedere dag de waarden werden vermoord “waarop de moderne beschaving rust” en dat Bosnië “een “Golgota voor het universele systeem van menselijke waarden” is geworden. Het Albanese staatshoofd achtte het van het grootste belang dat de door Albanezen bevolkte Servische provincie Kosovo onder controle van de VN komt en tot “neutrale zone"" wordt verklaard. Als de Veiligheidsraad, de EG, de VS en de NAVO er niet in slagen Kosovo buiten het conflict te houden zal “de Albanese natie als geheel zich vastberaden verzetten”, wat zal leiden tot “een Balkan-oorlog”.

Nadat ministers van Noorwegen, Rusland, Kroatië en Frankrijk het conflict in het vroegere Joegoslavië bezorgd hadden aangeroerd was het de beurt aan Bosnië. Minister van buitenlandse zaken Silajdzic schokte de gedelegeerden met zijn schildering van de huidige toestand in zijn land, en vooral van de nijpende situatie in Gorazde, een van de door moslimtroepen verdedigde enclaves in het oosten van Bosnië. “Op dit moment zien in Gorazde zestigduizend mensen de dood in de ogen”, zei de minister, die eraan herinnerde dat Gorazde maar een uur vliegen van Wenen is. “Honderden van hen liggen dood in de straten terwijl wij hier over rechten van de mens spreken”. Hij riep de conferentie op actie te ondernemen in de vorm van een verzoek aan de Veiligheidsraad de volkerenmoord een halt toe te roepen.

De interventie sloeg aan. Silajdzic kreeg een staande ovatie. Zijn voorstel kreeg algemene steun onder het door de Oostenrijkse minister van buitenlandse zaken, Mock, geformuleerde motto dat “ons aller geloofwaardigheid op het spel staat”. In een oogwenk werd de Veiligheidsraad verzocht “maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn om de genocide in Bosnië, en met name in Gorazde, te stoppen”.

De Bosnische president Izetbegovic lanceerde daarop voor de pers een scherpe aanval op de internationale gemeenschap, “die ons niet alleen verhinderd heeft onszelf te verdedigen maar bovendien onze handen heeft gebonden”. Hij pleitte hartstochtelijk voor opheffing van het wapenembargo tegen zijn land. Volgens hem heeft de grote ongelijkheid in bewapening van deze oorlog “een vreselijke oorlog gemaakt"". Het beroep op de Veiligheidsraad, dat de mensenrechtenconferentie juist had gedaan noemde hij “noodzakelijk, maar niet effectief”. Van de tientallen resoluties die de VN over Bosnië hebben aangenomen is er geen uitgevoerd, aldus Izetbegovic. “Al die resoluties hebben geen enkel effect als het aangevallen land zich niet mag verdedigen. De tijd is aangebroken dat we niet alleen praten over rechten maar ook over gerechtigheid, dat we ons realiseren dat rechten ook uitgevoerd moeten worden.”

De "Joegoslavië-dag' eindigde met Chinees vuurwerk. Tegen de avond sprak op het terrein van het conferentiecentrum, maar buiten het gebouw, een andere symbolische figuur en steen des aanstoots als het om schendingen van de mensenrechten gaat, de Dalai Lama, over "Rechten van de mens en universele verantwoordelijkheid'. In afwijking van zijn van te voren uitgedeelde tekst hekelde hij de Chinese onderdrukking in Tibet. Hij verwierp de opvatting van China en andere Aziatische landen dat de standaarden voor de rechten van de mens zoals die in de Universele Verklaring zijn neergelegd niet in die vorm in Azië en andere delen van de Derde wereld kunnen worden toegepast wegens verschillen in cultureel opzicht en in sociale en economische ontwikkeling. “Ik deel deze visie niet en ik ben ervan overtuigd dat de meerderheid van de Aziatische landen deze evenmin deelt”, aldus de Tibetaanse leider.

Hij sprak onder de vlag van de parallele bijeenkomst van particuliere organisaties (NGO"s). De in ballingschap levende Dalai Lama was eerder de toegang ontzegd tot het complex waar de conferentie plaats heeft en het optreden voor de NGO"s werd als een compromis gezien tussen het gastland Oostenrijk en de VN.

China, dat de aanwezigheid van de Dalai Lama vindt ingaan “tegen de doeleinden van de conferentie”, waarschuwde Oostenrijk gisteren nog voor “negatieve gevolgen” van het optreden.

De Chinese onderminister van buitenlandse zaken Liu Huaqiu viel in zijn toespraak op de conferentie het geldende concept van de rechten van de mens hard aan. Hij verwierp het idee van de universaliteit van de mensenrechten door op te merken dat “de modellen van bepaalde landen op het gebied van de mensenrechten niet als enig geldende” kunnen worden beschouwd en dat niet kan worden geëist “dat de andere landen ze toepassen"". “Niemand heeft het recht de kwestie van de rechten van de mens te gebruiken om politieke en economische druk op een ander land uit te oefenen”, zei de Chinese bewindsman, die zo nog eens onderstreepte waar de mensenrechten op deze conferentie liggen: in de gevarenzone.

    • W.H. Weenink