"We moeten anarchie in het onderwijs tolereren'; Kamerleden moeten tien jaar lang hun mond houden, vindt voorzitter Gevers van UvA

Na het uitbrengen van haar advies over de toekomst van het leraarschap, is de commissie Van Es met haar rapport de boer op gegaan. Gisteren organiseerde ze een conferentie in Den Haag, met onder meer minister Ritzen (onderwijs), premier Lubbers, voorzitter Rinnooy Kan van het VNO, en vice-voorzitter Adelmund van het FNV.

DEN HAAG, 15 JUNI. Premier Lubbers reageert opgelucht op het advies van de commissie Van Es. “Eindelijk eens niet een wijziging van de onderwijsstructuur, zoals bij de middenschool, basisvorming en wat hebben we al niet gehad.” Hij is blij dat “de school centraal is komen te staan” en dat er afstand is genomen van “structuur”. Hij ziet ook wel iets in de voorgestelde versoepeling van de bevoegdheden. “Gaat het bij de bescherming van het beroep om de bevoegdheid punt uit, of moet er ook dynamiek zijn en flexibiliteit in de uitoefening?”

De commissie onder leiding van oud-GroenLinkspolitica Andrée van Es vindt dat de scholen veel meer vrijheid moeten krijgen om eigen personeelsbeleid voeren. De salarisstructuur moet worden gemoderniseerd en de bevoegdhedenregeling moet minder streng worden. Het advies om zo het leraarschap te "professionaliseren' sluit nauw aan bij het al langer bestaande streven van de onderwijspolitiek om meer macht bij de scholen te leggen.

Een andere spreker was de secretaris-generaal van het ministerie van economische zaken, prof. L.A. Geelhoed. Hij voelde bij het lezen van het advies van de commissie Van Es aanvankelijk “de bevreemding van Kuifje in Tibet”. Maar al snel herkende de oud-voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid bekende patronen: “Net als in andere sectoren waar de intermediaire organisaties domineren zijn er in het onderwijs heel veel betrokkenen, heel veel belanghebbenden, maar er zijn slechts weinigen die verantwoordelijkheid dragen. Het resultaat is net als elders: stagnatie. Het onderwijs wordt bedekt door een kleileemlaag van verzorgende instellingen. Het is alsof die tegen de onderwijsmensen zeggen: U bent gek, maar wij zorgen er gelukkig voor dat u niet gekker wordt. Maar met de resultaten van die bemoeienis is het slecht gesteld. De waarde van dit rapport is dan ook dat het het onderwijs wil laten emanciperen van de publieke banden.”

Dat de zelfstandiger functionerende school, “losgekomen uit het spinnenweb van afhankelijkheden”, vervolgens door de toegenomen concurrentie meer risico's zal lopen, kan Geelhoed niet deren. “Als een school blijkt te mislukken, kan ze altijd gebruik maken van het grondrecht om te niet te gaan. We willen de gelijkheid tussen scholen handhaven, maar die illusie bestaat alleen in de paar honderd vierkante meter in Den Haag waar de beleidsmakers bijeen zijn. In de praktijk van alle dag is er helemaal geen gelijkheid. Laten we ons toch niets wijsmaken.”

Minister Ritzen zei in de nu al bestaande verschillen tussen scholen dan ook een aansporing te zien om ze meer autonomie te geven. Ritzen: “Ik zie op de scholen die ik bezoek dat er scholen zijn die meer doen met dezelfde middelen. Ook andere scholen moeten dat dus kunnen. Het ijzer is heet om iets te gaan doen. Drie jaar geleden zou op een bijeenkomst als deze het vijandbeeld hebben overheerst van: Het ministerie doet het fout. Maar nu legt vrijwel iedereen terecht de nadruk op het zelfoplossend vermogen van het onderwijs. Als je de school meer vrijheid geeft, bestaat de kans dat je niet krijgt wat je wil. Maar als je meer regels gaat stellen, weet je zeker dat je het niet bereikt. Dat hebben we ervaren met de Mammoetwet.” Ritzen kondigde aan over enkele weken met een officiële reactie te komen “waarin ik sterk zal uitgaan van het rapport-Van Es.”

Ook J.K. Gevers, voorzitter van de Universiteit van Amsterdam, ziet veel in het rapport. Hij zei tot het publiek van onderwijsgevenden en onderwijsbestuurders: “We zullen moeten tolereren dat er een beetje anarchie zal komen. En dan zal het in de Alblasserwaard eens mis gaan. Nou en? Veel van die vrees wordt uitgesproken door de intermediaire organisaties, maar dat zijn plaatsverwarrende sprekers. En ook de Tweede-Kamerleden moeten een prop in de mond krijgen, en een doek voor hun ogen, propjes in hun oren. Tien jaar lang.”

Gevers betuigde zijn steun aan versoepeling van de lesbevoegdhedenregeling, een voorstel van de commissie dat in maart tot veel ophef leidde bij de onderwijsbonden. Gevers: “Weinigen zullen betwisten dat enige vorm van certificatie nodig is, maar het huidige systeem is bedacht buiten de school en biedt ook geen kwaliteitsgarantie. We moeten dus eerst iets kapot maken alvorens er iets goeds ontstaat. De intermediaire organisaties moeten zich er niet mee bemoeien. Over twee jaar komt er dan van onderop wel weer een discussie over een nieuw stelsel.”

Maar het ideaal van de autonome en flexibele school stuitte ook op kritiek. En niet op kritiek van de aanwezige vertegenwoordigers van de door Gevers en Geelhoed zo verfoeide vakbonden of besturenorganisaties. Adelmund van de FNV zei alleen maar te hopen dat de werkgevers niet tè veel macht zouden krijgen en Rinnoy Kan van het VNO liet het bij de waarschuwing dat de vakbonden niet te veel moesten "dichtregelen'. De scherpste kritiek op plannen had G.T.C. Bonhof, rector van het Goois Lyceum in Bussum. Ze zei gisteren: “Hoe kan ik nu de leraren omvormen tot echte teamwerkers als ik op school moet werken met mensen die er al 30 jaar zitten en die zich koesteren in hun isolement? Hoe kan ik van mensen vragen om meer te overleggen als ze al 50 uur per week moeten werken?”