Voortgaan "etnische zuivering' onvermijdelijk

Toen de internationale gemeenschap niet lang na het begin van de oorlog in ex-Joegoslavië voor het eerst werd geconfronteerd met het concept van de "etnische zuivering', maakte die praktijk zo mogelijk nog meer indruk dan het schieten, moorden en plunderen zelf. Dat in Europa mensen op grond van hun etnische en/of religieuze achtergrond massaal en georganiseerd uit hun woonplaatsen konden worden verdreven stond immers haaks op alles wat we in het VN-handvest, in Helsinki, in mensenrechtenconventies en in andere multilaterale verdragen hadden afgesproken. "Etnische zuivering' deed denken aan de wanbeschaving van lang vergeten tijden en was - dachten we - vergeten sinds het tijdperk van Stalin met zijn deportaties van hele volkeren en de nazi's met hun Lebensraumtheorieën tot de geschiedenis waren gaan behoren. Etnische zuivering, kortom, stond haaks op al onze laat-twintigste-eeuwse opvattingen over fatsoen en beschaving.

Bijna anderhalf jaar na het begin van de oorlog in Bosnië begint evenwel het besef door te dringen dat die verschrikkelijke praktijk wel eens de enige mogelijkheid op vrede kan opleveren. Volgens de jongste gegevens heeft de oorlog in Bosnië circa anderhalf miljoen mensen op de vlucht gedreven - meer dan eenderde van de totale oorspronkelijke bevolking. Van de Bosnische moslims is volgens sommige bronnen zelfs zeventig procent verdreven. Bijna de helft van het aantal vluchtelingen heeft zijn toevlucht ergens in Bosnië zelf gevonden, in overvolle enclaves die permanent worden belegerd en beschoten en die systematisch worden uitgehongerd. Van de rest zitten er vijfhonderdduizend in Kroatië en driehonderdduizend in Servië. Hun toekomst is in beide landen onzeker, want in Kroatië neemt de tolerantie jegens de moslims razendsnel af en in het zwaar door de sancties getroffen Servië voelen steeds meer steeds minder voor het uitgeven van geld voor de Servische vluchtelingen uit Bosnië en Kroatië.

Het fanatisme waarmee de drie oorlogvoerende partijen zich vanaf het begin van de oorlog hebben overgegeven aan het "etnisch zuiveren' van veroverde gebieden - de lokale bevolking had vaak de keus tussen een haastig vertrek en de dood - maakt duidelijk dat niet slechts land, maar meer nog mensen de inzet van de strijd hebben gevormd. De Serviërs en de Kroaten hebben zich vanaf het begin laten leiden door de gedachte, een etnisch zo zuiver mogelijk gebied in handen te krijgen om dat later aan te kunnen sluiten bij het moederland. De moslims maken zich - zie de verdrijving van tienduizenden Kroaten uit Travnik en omgeving - net zo goed aan die praktijk schuldig, zij het dat zij de zwakste partij vormen en zich bovendien nergens bij kunnen aansluiten.

Als de internationale gemeenschap het beëindigen van het bloedvergieten als belangrijkste prioriteit blijft zien, zou ze zich misschien beter kunnen neerleggen bij de feiten. De "etnische zuivering' is zo'n feit, hoe ongemakkelijk te accepteren ook. Een verdergaande etnische zuivering is bovendien overmijdelijk, omdat ze niet te verhinderen is, noch met sancties, noch met militair geweld. Als eenderde van de bevolking van een land op de vlucht is gedreven en hun dorpen ofwel zijn vernield ofwel worden bewoond door leden van de andere etnische groep, is er geen macht ter wereld die dat zonder nieuw bloedvergieten op grote schaal kan veranderen.

De internationale gemeenschap heeft zich tot dusverre niet bij de feiten willen neerleggen. Ze houdt vast aan een federatief Bosnië - ook al hebben de drie gemeenschappen elkaar vijftien maanden lang wederzijds uitgemoord en voelen twee van de drie meer voor een prettige opdeling van de republiek en schrikt de derde terug voor de consequenties van een verder samenleven. Ze houdt vast aan beschermde enclaves - hoewel die niet te beschermen zijn, niet op korte termijn nog veel minder op langere termijn. Ze houdt vast aan de terugkeer van vluchtelingen - naar dorpen die van de aardbodem zijn verdwenen. Ze houdt vast aan de uitbreiding van een vredesmacht - hoewel geen vredesmacht ter wereld in staat is drie gemeenschappen te dwingen in vrede met elkaar samen te leven na een oorlog, zo wreed en meedogenloos als deze en zo exclusief gericht op de vernietiging en verplaatsing van burgers als deze.

Als wordt erkend dat de etnische zuivering voor zover die zich al heeft voltrokken niet ongedaan kan worden gemaakt en dat een voortzetting - met veel bloedvergieten en veel vluchtelingenleed - van die praktijk, hoe immoreel men die ook mag vinden, onvermijdelijk is, kan de internationale gemeenschap zich misschien gaan buigen over de vraag, hoe dat onvermijdelijke verdere leed zoveel mogelijk kan worden beperkt. Die internationale gemeenschap zou een verdergaande etnische zuivering kunnen begeleiden. Ze zou kunnen garanderen dat die zonder bloedvergieten verloopt, dat vluchtelingen worden beschermd, opgevangen, gevoed en gehuisvest. Het is zinvoller de moslims van Srebrenica en Gorazde fysiek in veiligheid te brengen dan hen, "beschermd' door blauwhelmen maar onder de loop van de voortdurend dreigende (of schietende) Servische kanonnen, permanent in hun getto te laten zitten. Het is niet menselijk hen tot vertrek te bewegen, maar het is menselijker dan het alternatief.

Het concept van de "etnische zuivering' is nieuw voor de Westerse krantenlezer en televisiekijker van de jaren negentig. Het is op de Balkan niettemin eeuwenlang een dagelijkse praktijk geweest: twaalfhonderd jaar lang is Balkan het toneel geweest van de massale verplaatsing van hele volkeren. Serviërs en Albanezen, Bulgaren en Roemenen - er is wat afgezworven tussen Vojvodina in het noorden en de Macedonische zuidgrens. Dat is geen argument om anno 1993 de praktijk van de "etnische zuivering' te aanvaarden. Maar het is wel een reden om die praktijk niet af te doen als de uitvinding van het wiel van de onmenselijkheid, waartegen men zich tot elke prijs zou moeten verzetten.

Er zijn talrijke redenen om de praktijk van de etnische zuivering te verafschuwen. Ze is wreed wegens het toegebrachte leed. Ze is immoreel en racistisch. Ze is onacceptabel, ze beloont geweld en ze beloont de agressor. Maar hardnekkig verzet tegen iets dat onvermijdelijk is verlengt het bloedvergieten. De in het kader van de etnische zuivering gevoerde oorlog heeft in Bosnië al honderdvijftigduizend mensen het leven gekost, onder wie meer dan vijftienduizend kinderen. Honderdvijftigduizend mensenlevens zijn belangrijker dan de morele, politieke en andere bezwaren tegen een geordende voltooiing van de etnische zuivering.

    • Peter Michielsen