Voordracht rechter VS na lang weifelen

WASHINGTON, 15 JUNI. Na 88 dagen nadenken heeft president Clinton gisteren een nieuw lid van het Hooggerechtshof voor benoeming aan de Senaat voorgedragen, de zestigjarige rechter Ruth Bader Ginsburg. Tot dit weekeinde had het Witte Huis andere namen laten circuleren.

Als de voordracht door de Senaat wordt bekrachtigd, is Ginsburg de honderzevende opperrechter en de tweede vrouw in die functie sinds de eerste zittingsdag in 1789. De eerste vrouw is de huidige opperrechter Sandra O'Connor. Ginsburg versterkt vooral het centrum van het Hooggerechtshof. Ze staat wel links van opperrechter Byron White, die ze moet vervangen.

Zowel Democraten als Republikeinen, van de progressieve senator Edward Kennedy tot de conservatieve, mormoonse senator Orrin Hatch, hadden lof voor de nieuwe opperrechter. “Ruth Bader Ginsburg kan geen progressief of conservatief worden genoemd. Ze is te bedachtzaam gebleken voor zulke etiketten”, zei president Clinton gisteren. “Ik geloof dat ze in de komende jaren een motor achter de consensusvorming in het Hooggerechtshof zal zijn.”

Sommige leden van de Republikeinse oppositie waarschuwden dat zij haar veertig artikelen en vele rechterlijke uitspraken zullen uitpluizen alvorens zij de hoorzittingen over haar benoeming zullen houden. Toch wordt verwacht dat haar benoeming zonder problemen zal passeren.

Ginsburg is zowel advokate als hoogleraar aan Columbia University geweest. Ze heeft geprocedeerd voor gelijke rechten van de vrouw. Sinds 1980 is ze rechter voor het gerechtshof (US Court of Appeals) in Washington, ook wel als de machtigste rechtbank na het Hooggerechtshof beschouwd, omdat er in de regeringsstad Washington zo veel belangrijke zaken in hoger beroep voorkomen.

Clintons langdurig weifelen over de benoeming van een opperrechter heeft een slechte indruk gemaakt, vooral in Washington. Namen van kandidaten werden vrijgegeven, waarop ze publiekelijk werden genspecteerd en aangevallen, zonder dat ze zichzelf konden verdedigen. Omdat de pretendenten nog geen officieel kandidaat waren, kon Clinton zich ook niet borg stellen voor hen maar was hij wel in staat om de reacties van het Congres en het publiek te peilen.

In het totaal zijn meer dan veertig kandidaten de revue gepasseerd in het Witte Huis. Toen White meer dan drie maanden geleden waarschuwde dat hij zijn zetel in juli beschikbaar zou stellen, overwoog Clinton eerst om een persoon met politieke ervaring te benoemen. De Newyorkse gouverneur Mario Cuomo sloeg zijn aanbod echter af, evenals minister van onderwijs Richard Riley.

De laatste weken stond de populaire minister van binnenlandse zaken Bruce Babbit in de etalage van het Witte Huis. Milieugroepen protesteerden echter omdat ze hem als minister niet willen missen. Ook conservatieven maakten bezwaar tegen zijn informele kandidatuur. Daarop werd Babbit naar de achtergrond geschoven en eind deze week bedankte hij Clinton officieel voor de post.

Eind vorige week gooide Stephen Breyer, rechter bij het Gerechtshof in Boston, hoge ogen. Maar tegen het weekeinde kwam uit dat hij meer dan tien jaar geen sociale lasten voor zijn werkster had betaald. Over dat probleem waren eerder twee vrouwelijke kandidaten voor de ministerspost op Justitie gestruikeld. Clinton was ook teleurgesteld over zijn gesprek met Breyer, die uitgesproken opvattingen heeft over de noodzaak tot harde afdwinging van anti-kartelwetgeving.

Ruth Ginsburg maakte grote indruk op de president tijdens haar lunch met de president afgelopen zondag. Hij was ook gemponeerd door haar toespraakje tijdens haar officiële voordracht. De president raakte daarbij gepikeerd door de vraag van een journalist over zijn getwijfel. “Ik heb allang de gedachte opgegeven dat ik iemand van u ervan zou kunnen afhouden om enige substantiële beslissing te veranderen in iets anders dan een politieke procedurekwestie. Hoe u zo'n vraag kunt stellen na een dergelijke verklaring van haar zojuist, kan ik gewoon niet begrijpen”, zei Clinton boos en gelastte de rest van de persconferentie af.