Van Moer en Gullit

Lezend in een boek van mijn voortreffelijke Belgische collega Rik de Saedeleer kwam ik een episode tegen, die over Wilfried van Moer ging. Van Moer was een uitstekende voetballer en tevens caféhouder te Hasselt. Na een fiks aantal goede jaren bij Standaard Luik zocht hij een plaatsje in de kelder van het Belgische clubvoetbal en speelde hij bij Beringen in de richting van zijn emeritaat. Hij was toen 34 en afgeschreven als een oude man, zij het met 36 interlands achter zijn naam. Maar toen kwam er een tijdperk waarin de Belgen een ijzersterke defensie bezaten, plus een niet zo slechte voorhoede, maar waarin op het middenveld een sturende figuur ontbrak, die defensief en offensief van grote klasse was.

In het vliegtuig na een weer niet gewonnen uitwedstrijd zuchtte de coach, die altijd met een sigaar in de mond en een glas whisky in de hand werd afgebeeld, Guy Thys dus, tegen De Saedeleer: “Rik, we zijn er nog lang niet.” De journalist hield toen een gloedvol betoog, dat eindigde met het advies: “Neem Van Moer terug”. Er zijn in Nederland ook wel journalisten (geweest), die redelijke invloed op bondscoaches en keuzecommissieleden hebben gehad, maar vermoedelijk niet zoveel als De Saedeleer op Thys. Die gaf tenminste als reactie: “Waarom niet? Ik zal eens met Wilfried gaan praten.”

Aanvankelijk had Van Moer weinig trek in een come-back. Hij had zijn tapperij plus Beringen, een vriendelijke omgeving waar hij werd gewaardeerd en men hem niet dwong alle trainingen mee te maken. Ook nam hij af en toe een soort time-out in de wedstrijden. Dan moesten de jongeren de kar trekken en kon hij op adem komen. Maar het aanbod van de coach was aantrekkelijk, want hij mocht zelf bepalen wanneer hij vervangen wilde worden. Men ging er vanuit, dat hij maximaal een uur aan de strijd zou deelnemen. Maar in die periode moest hij het middenveld beheersen en voor uitstekende passes zorgen.

Van Moer was een type met een buitengewoon groot ego. Afgaan, gezichtsverlies lijden of zich openbaar belachelijk maken is het ergste wat dergelijke naturen kan overkomen. Tegelijkertijd is dat ego in staat om mysterieuze krachten te organiseren. Ook bij Wilfried van Moer, die als bijna 35-jarige terugkwam in de Belgische nationale ploeg. Dat gebeurde eind 1979 en de getalenteerde middenvelder had toen al vier beenbreuken achter de rug. Hij zou doorgaan als international tot het wereldkampioenschap in Spanje in 1982, was toen bijna 38 en had nog 21 interlands aan zijn staat van dienst toegevoegd. Een miraculeuze herrijzenis, omdat de coach hem veel vrijheid gaf en er niet van hem werd verlangd dat hij de wedstrijden tot en met de 90ste minuut volhield.

In Nederland zijn ook wel eens vertrokken speler teruggehaald in Oranje. Maar bij mijn weten niet zo frappant als bij Van Moer. Andriesen, de half-aanvallende spil uit de jaren dertig, werd journalistiek onder druk gezet om op zijn besluit tot stoppen terug te komen. “Blijf Willem!”, schreef Van Emmenes, nadat hij keeper Leo Halle tijdens een scrimmage voor het Nederlandse doel had horen schreeuwen: “Ga weg Willem!” Direct na Wereldoorlog II kwamen Kick Smit en Henk Pelli kaan nog eens opdraven en zij deden het lang niet slecht. Maar het was voor een zeer korte tijd. Piet Kraak was 39 toen hij voor een enkele interland nog even van stal werd gehaald. Van der Meulen had al bedankt, toen de periode van "We gaan naar Rome' aanbrak. Ook hij kwam even terug onder de schijnwerpers, al baatte het toen niet.

Nu valt de naam Gullit, door Rik de Saedeleer “wellicht de compleetste voetballer aller tijden” genoemd. Hij heeft bedankt voor Oranje en gaat weg uit Milaan. Komt hij ooit terug in de nationale ploeg of is het een afscheid voorgoed? Van Moer steunde op techniek en inzet. Zijn machtige ego dreef hem voort. Als de knie meewerkt moet Ruud Gullit dat ook kunnen.