Sneller monetaire unie nodig; BIB vreest handelsfricties binnen de EG

BAZEL, 15 JUNI. De Europese munten moeten weer sterker aan de Duitse mark gekoppeld worden om het hoofd te bieden aan dreigende handelsfricties in Europa door voortdurende competitieve devaluaties.

Dit heeft Alexandre Lamfalussy, topman van de Bank voor Internationale Betalingen (BIB), gisteren gezegd bij de presentatie van het jaarrapport.

Volgens Lamfalussy zijn de huidige monetaire afspraken, waarbij de Italiaanse lire en het Britse pond buiten het Europees Monetair Stelsel verkeren en de Noorse, de Zweedse en de Finse munten zweven ten opzichte van de ecu, “op langere termijn niet houdbaar.” Lamfalussy onderstreepte het gevaar van handelsfricties in Europa als sommige landen met de devaluatie van hun munt hun voordeel doen. Door devaluatie worden goederen en diensten van deze landen op de exportmarkt goedkoper.

De BIB-topman pleitte voor versnelling van de monetaire eenwording tussen de Europese landen met een sterke munt. Gebeurt dit niet, dan bestaat het gevaar, aldus Lamfalussy, dat ook de sterke munten hun toevlucht moeten zoeken in veelvuldige devaluaties. De topman onderstreepte dat de toenemende macht van de internationale financiële markten meer en meer van invloed is op het internationale wisselkoersmechanisme. “Monetaire autoriteiten moeten leren te opereren in een financieel milieu dat steeds minder manoeuvreerruimte biedt, een milieu dat steeds minder tolerant is ten opzichte van politieke misrekeningen”, aldus fungerend BIB-voorzitter Bengt Dennis, tevens president van de Zweedse centrale bank.

De BIB, waarbij 32 Westerse centrale banken zijn aangesloten, verwacht verdere verlaging van de rentetarieven. Versoepeling van het monetaire beleid is de enige manier om uit de recessie te komen, aldus de bank.

De bank waarschuwt dat het economisch herstel in de Westerse industrielanden vertraging dreigt op te lopen door het gebrek aan internationale samenwerking. Ook het feit dat de industrielanden er voor terugschrikken om via fiscale maatregelen de vraag te bevorderen uit vrees voor groeiende overheidstekorten draagt niet bij aan het herstel van de economie.

De toon van het rapport is somber. “Vrijwel alle lichtpunten bevinden zich buiten Europa.” De bank is met name bezorgd over de aanhoudend hoge werkloosheid. “Vooral op het Europese vasteland, waar 40 tot 50 procent van de werklozen al ten minste een jaar zonder werk zit, is werkloosheid een structureel probleem dat niet eenvoudig door hogere produktie kan worden opgelost”, aldus het jaarrapport. De bank wijt de werkloosheid aan de hoge lonen in Europa en de hoge sociale-zekerheidspremies voor werkgevers.

De BIB waarschuwt voor de trend van importbeperking om banen in eigen land te beschermen. In het rapport wordt kritiek geuit op het feit dat bepaalde industrielanden de import uit Oost-Europa aan banden leggen. Volgens de bank strookt dit niet met eerdere toezeggingen aan het voormalige Oostblok om hulp te bieden bij de ontwikkeling van een markteconomie. (Reuter)