RUTH BADER GINSBURG; Voorvechtster vrouwenrechten

Toen Ruth Bader Ginsburg in 1959 na een briljante studie aan Harvard Law School solliciteerde naar een tijdelijk assistentschap bij een opperrechter werd ze afgewezen. De edelachtbare wilde geen vrouw. Dus werd ze secretaresse. Later wilde geen New-Yorks advokatenkantoor haar aannemen.

Sindsdien is ze een voorvechtster geworden voor de rechten van de vrouw. In 1971 was ze mede-oprichter van de Women's Rigths Project, een nieuwe tak van de American Civil Liberties Union. Vijf van de zes anti-discriminatiezaken die ze als advokate voor het Hoge Gerechtshof aanspande, heeft ze gewonnen.

Ze is ook hoogleraar geweest aan de Columbia Universiteit in New York en in 1980 benoemde president Carter haar tot rechter voor het Gerechtshof in Washington. Daar nam ze een onafhankelijke positie in. Ze heeft soms de neiging om te vallen over kleine details. Alan Dershowitz, hoogleraar aan Harvard, had kritiek op wat hij noemde haar “technocratische” werkwijze.

Ginsberg heeft Oliver North, de verdachte in de Iran-contra-zaak onder president Ronald Reagan, de keuze voorgelegd om te getuigen of naar de gevangenis te gaan. Ondanks haar opkomen voor gelijke rechten voor vrouwen is ze kritisch over de Roe versus Wade zaak, waarmee het Hoge Gerechtshof in 1973 het recht op abortus schaarde onder het recht op privacy van de vrouw. Ze vond dat het Hof daarmee te ver op de samenleving vooruitliep.

Tijdens een toespraak voor New York University een paar maanden geleden zei ze dat de controverse over abortus niet zo hoog zou zijn opgelaaid als het Hof een “meer afgemeten” beslissing over abortus had genomen. “Roe versus Wade stopte een politiek proces dat in de richting van hervorming ging en daarmee verlengde het de periode van verdeeldheid en hield het een stabiele beslechting van de strijdvraag op.” Ze vind het eerder een kwestie van gelijkberechtiging voor de vrouw dan van privacy. Daarmee heeft ze de achterdocht van de pro-abortus-beweging gewekt, hoewel ze voor het recht op abortus is.

Ginsburg is in 1933 in Brooklyn geboren. De tragiek uit haar leven had grote indruk gemaakt op president Clinton die zijn vader nooit heeft gekend. Haar zus overleed al vroeg en haar moeder stierf, toen ze zeventien was. Inmiddels is ze zelf grootmoeder en tijdens haar presentatie gisteren liet ze een foto van haar kleinkind met Hillary Clinton zien. Ze sprak ook met trots over haar gezin. Haar man is hoogleraar rechtsgeleerdheid aan de Georgetown Universiteit en haar dochter doceert rechten aan Columbia University.

Ginsburg is de vijfde joodse opperrechter. Opperrechter Louis Brandeis was de eerste joodse rechter en sindsdien is de zogenoemde “joodse zetel” bezet gebleven tot 1969, toen opperrechter Abe Fortas ontslag nam. Er wordt niet zoveel belang meer gehecht aan een “joodse zetel” omdat de joden als groep volledig zijn geëmancipeerd in de Amerikaanse samenleving.