Regenschermen uit de rechterkolom

In de rechterkolom van het optie-overzicht staan onder "Meerjarige optier' de toppers ABN Amro, Aegon, Akzo, DSM, ING, KLM, Philips, Koninklijke Olie, Unilever, de brede aandelen-index en de smalle top5index. Uit die aandelen, indexen en meerjarige opties kan een ieder iets halen om zijn of haar behoeften te bevredigen. Dit zijn waarden waar (zeer) veel in omgaat en de fluctuaties zijn voldoende om zelfs met lange opties iets te verdienen als het tussen nu en ruim een jaar flink gaat regenen op de beurs.

Neem het vlaggeschip Koninklijke Olie dat vorige week sloot op 171,50, terug in de schijnwerpers. Veel beleggers beginnen dan te twijfelen: moet ik nog op die rijdende trein springen?

Je kan ook mikken op een herkansing, veel treinen komen immers gewoon weer terug. Ook Olie dat eind augustus vorig jaar 31 gulden lager noteerde op 140,50, door de val van de dollar tot 1,60. Als de koers terugvalt naar dat peil, hoe kan je dan profiteren? Door meerjarige put-opties te kopen, als je het rustig aan wilt doen. Voor de hand liggen de oktober 1996 uitoefenprijs 160 op 8,70 en oktober 1994 145 op 1,60. Toen deden die 21,30 en 9,70. In die 145 zit misschien muziek, vooral vanwege de geringe investering.

Dan Unilever: afgekoeld op 196,30 na de top van 217,50 op 11 maart j.l. en in diezelfde week van augustus slechts 177,60. Nu doen de put oktober 1996 160 circa 3,00 gulden en de 1994 150 1,00. Toen noteerden ze 6,50 en 3,00.

Mag je al twijfelen aan ABN Amro op 54,10? Vorig jaar begin september deed de bank 42,00. De lange put januari 1995 van 45 gulden stond op 4,00 gulden, nu op 80 cent.

Ook Aegon moet je als kritisch belegger even in de hand nemen om te keuren. De koers van 84,40 ligt maar 5 gulden onder de top. In augustus 1992 leed ook deze verzekeraar mee: 59,30. De put januari 1995 uitoefenprijs 65 kost nu maar een gulden en toen 7,00. Dat zijn mooie sprongen!

Hoe knutsel je met deze overwegingen en koersen een paraplu in elkaar? Dat gaat zo. Koop van Olie, Unilever, ABN Amro en Aegon (minimaal) 3 contracten van de goedkoopste opties. Die bescherming kost (zonder kosten) circa 1.300 gulden en wanneer het loopt als verondersteld, stijgt de waarde tot 7.000. Dat moet voor oktober 1994 gebeuren. Een beschaafde speculatie.

Kan dat vlug, veilig en voordeliger?, 12 contracten (4 maal 3) kopen en verkopen is niet handig. Ja, daarvoor zijn opties op indexen uitgevonden. Neem de EOE november 1994 verrekenprijs 290 die ongeveer 9,00 kost bij een index van 313. In augustus 1992 deed die optie 20,50 en de index circa 274. Zo kan het dus ook, maar er kleven nadelen aan.

De investering in 2 of 3 opties (vanwege de kosten) is hoger en de mogelijke winst veel lager. Bovendien ben je afhankelijk van een beweging van de hele beurs, waarop stijgers en dalers elkaar kunnen compenseren tot nul. Vier verschillende fondsen geeft meer kans op profijt, twee dalers leveren al winst op.

Ook houders van aandelen Koninklijke Olie vinden in deze kolom toppers iets van hun gading, althans wanneer ze actief willen beleggen. Ze zullen hun bezit niet graag verkopen en tot nu toe terecht: Olie valt en staat weer op en blijft groeien.

Je kan van een volgende regenbui ook nog profiteren met deze bescherming: schrijf per 100 aandelen 1 call oktober 1994 met uitoefenprijs 145 gulden. Wat zijn de gevolgen van die stap?

Allereerst tijdens de komende 16 maanden de plicht, zeker is dit niet, de stukken op 145 gulden te moeten verkopen en zo goed als zeker dividend mislopen. Daar staat een vergoeding van 3.000 gulden (aandeel 170,80) per optie/100 aandelen tegenover. Vrij van inkomstenbelasting. Je verkoopt feitelijk op 175 gulden; 145 plus 30.

Gaat de koers naar het al beschreven (augustus) niveau van 140,50 gulden, dan doet de 145-call 15,00 (1500) gulden. Dat compenseert de daling van 31 gulden voor de helft. Je kan dan de optie met 15 gulden winst sluiten wanneer de bui achter de rug lijkt en Olie weer omhoog gaat, maar ook rustig blijven zitten tot donderdag 20 oktober 1994 en dan beslissen over de afwikkeling. Een stijlvolle royal speculatie met geld toe.

Een vergelijke constructie bestaat voor Unilever-houders. De call oktober 1994 150 levert 5200 gulden op (aandeel 196,40) en de plicht aandelen te verkopen op 150 gulden, eigenlijk op 150 plus 52 is 202 gulden.

Zo haalt een handige knutselaar allerlei strategieën uit de rechterkolom.