Openbaarheid over sterfgevallen in cel

ROTTERDAM, 15 JUNI. Het ministerie van justitie moet rapporten van de Rijksrecherche over sterfgevallen na arrestatie door de politie openbaar maken. Dat heeft de afdeling rechtspraak van de Raad van State bepaald in een procedure tegen het ministerie, die is aangespannen door de Landelijke Werkgroep Verdediging in Strafzaken in Maastricht.

De werkgroep had het ministerie in april 1991 gevraagd inlichtingen te geven over in totaal vijf van dergelijke sterfgevallen, twee bij arrestaties in Schiedam en Leiden en drie in politiecellen in Assen, Capelle aan den IJssel en Velsen. Het ministerie heeft wel een aantal vragen beantwoord, die de werkgroep bij die gelegenheid heeft gesteld. Maar in juli 1991 weigerde het ministerie uiteindelijk de rapporten van de rijksrecherche naar de gang van zaken bij de arrestaties en in de politiecellen openbaar te maken.

Mr. J. Serrarens van de werkgroep heeft een beroep gedaan op de Wet Openbaarheid van Bestuur. Volgens die wet kan de overheid weigeren stukken te openbaren als daardoor bijvoorbeeld iemands persoonlijke levenssfeer in het geding is. Dat is het geval als medisch of psychologisch onderzoek naar buiten wordt gebracht. Daarvan is in deze gevallen geen sprake, zo heeft mevrouw Serrarens gesteld, omdat gevraagd is om geanonimiseerde versies van de rapporten.

Het ministerie van justitie meent echter dat ook de nabestaanden van overledenen recht hebben op bescherming van de privacy. Voorts stelt het ministerie dat een rijksrecherche-onderzoek enkel wordt verricht om het openbaar ministerie in staat te stellen al dan niet tot vervolging over te gaan en om die reden geheim dient te blijven. Bovendien zijn de rapporten volgens het ministerie van dien aard dat er een onvolledig en daardoor vertekend beeld van de gebeurtenissen naar buiten komt.

De Raad van State acht het denkbaar dat het ministerie sommige passages uit deze rapporten terecht geheim zou willen houden, maar dat zou dan degelijk gemotiveerd moeten worden. In zo"n geval zou het departement in elk geval een "geschoonde versie' moeten verstrekken.