Juarroz leest bij opening Poetry als tango-danser

ROTTERDAM, 15 JUNI. Poetry International staat dit jaar in het teken van Latijns Amerika. Dat was gisteren, op de officiële openingsavond te merken. Het festival is afgestapt van de zogeheten landenavonden, waar uitsluitend dichters uit één land of gebied optreden, maar we konden toch al kennis maken met een Mexicaan, een Argentijn, een Chileen en een Braziliaan. Bovendien werd de avond afgesloten met het orkest Tango Tupambae en de zangeres Mabel Gonzalez. De zuidelijke stemming zit er in.

Het meest Europese land van het Latijnsamerikaanse continent is nog Argentinië. Het land, zo wil het vooroordeel, van de goed gesneden pakken en de zware brillen. De Argentijn Roberto Juarroz voldeed in ieder geval uitstekend aan deze verwachting. Hij las zijn werk, zoals aan van de aanwezigen opmerkte, als een volleerd tango-danser. Hij keek het publiek dramatisch aan en onderstreepte elke zin met strakke handgebaren, alsof hij zo de taalbarrière te niet wilde doen. En dat lukte wonderwel. In zijn "verticale gedichten' combineert Juarroz peilloze diepten met een grote dosis humor en relativering. Het resultaat is een reeks aangenaam luchtige bespiegelingen over zoiets zwaars als het volgende: Ik draai me naar je om / in bed of in het leven / en ik ontdek dat je onmogelijk bent // Dan keer ik naar mezelf / en vind precies het zelfde.

Er was veel onheilsdreiging op de eerste officiële avond. De Mexicaan Homero Aridjis die zich de laatste jaren actief in de milieubeweging heeft gestort, presenteerde visioenen van een afstervende natuur. Rivieren die uitmonden in 'de meren van de dood en de gezegende zee die niet meer van ze houdt'. Verrassender waren de catastrofistische gedichten van de Chileen Gonzalo Millán. Hij las werk dat hij schreef ten tijde van de eerste oliecrisis en dat, zo merkte hij op, na de Golfoorlog weer heel actueel was.

Tussen het Spaanse en Portugese geweld hadden drie Nederlandstalige dichters gisteren de taak voor wat snelheid te zorgen. Omdat zij zonder tolken lazen konden zij meer zeggen in minder tijd. Leo Vroman buitte dit voordeel als enige niet uit. Hij las de meeste van zijn gedichten zowel in het Engels als in het Nederlands ('minder goed dan in het Engels'). Veel indruk maakte zijn vorige maand voltooide cyclus "Twee of drie dromen' die eindigt met de memorabele regels: Het water, eeuwen later maar nog te vroeg / raast, in de ketel opgesloten, / om te fluiten, maar praat niet genoeg.

De Vlaming Eddy van Vliet die als tweede voor de pauze optrad, blijft wat gewoontjes. Dat geldt niet voor Anne Vegter, al slaagt ook zij er niet in iets over te brengen van de gemoedsbewegingen die haar kennelijk belagen. Haar gedichten zijn vreemd, anti-retorisch, ze missen een duidelijke vorm en zijn wat mij betreft eerder afstotend dan aantrekkelijk.

Het 24ste Poetry International werd dit jaar geopend door de Israëlische dichter Yehuda Amichai. Hij kwam met een een reeks opmerkelijke vergelijkingen. Het festival vergeleek hij met geisers. “Het leeft en bruist onder de grond en op een bepaald uur barst het uit in een glorieuze schitterende straal”. De dichters vergeleek hij met paarden die het serum tegen tetanus leveren. Dichters overleven in de visie van Amichai om anderen met hun pijnlijke ervaringen te helpen. “Onze grootste beloning is om anderen te genezen.”

Vanavond lezen in De Doelen: Silvia Bre (Italië), Inger Christensen (Denemarken), Maria van Daalen (Nederland), James Fenton (Engeland), Horacio Ferrer (Argentinië), Dmitri Prigov (Rusland) en Willem van Toorn (Nederland). Aanvang 20.00 uur.