Interview

Over het interview als journalistiek genre wordt beweerd dat vooral luie journalisten het hanteren.

Je gaat naar een politicus, kunstenaar of slachtoffer, stelt de vraag hoe het zo gekomen is en de kopij stroomt binnen. Zo gaat het inderdaad vaak, maar niet altijd. De interviews die Ischa Meijer jarenlang voor Vrij Nederland maakte, zijn nog steeds befaamd. Er waren gezagsdragers - die we hier vriendelijkshalve niet zullen noemen - die door hun grootste vijanden niet harder aangepakt konden worden dan dat ze dat zelf deden tijdens een gesprek met Ischa. Als ijdelheid en domheid bij elkaar komen, leidt dat tot blindheid, viel uit die interviews te leren.

In het goede interview staat informatie die niet in een beschrijvend artikel te lezen is. Stelt u zich voor een enorme hekel te hebben aan iemand die tot het steeds maar uitdijende leger Bekende Nederlanders behoort maar u komt er niet achter waarom. We nemen als voorbeeld Catherine Keyl. Lezers die niet weten wie mevrouw Keyl is, kunnen gewoon doorlezen want zij zullen haar nu beter leren kennen dan fanatieke televisiekijkers die haar al twintig jaar lang op het scherm zien praten. Want er zijn wel meer Bekende Nederlanders die populistische serviceprogramma's voor een pulpzender volkletsen. En dat mevrouw Keyl in het redelijk serieuze programma De Vierde Kamer, naast Ton Elias leek te zijn ingehuurd om de afdeling domme en demagogische vragen te stellen, is niet haar schuld.

Onlangs verscheen een interview met Keyl in het Nieuw Israelietisch Weekblad . Onder de kop Twee maal uitverkoren sprak zij een pagina lang met interviewster Loeki Abram. De aanleiding was haar net verschenen boekje Kind van de Feiten. Keyl is aan het schrijven geraakt omdat iemand haar heeft gezegd “Goh, waarom schrijf je het niet eens op?” Dat "het' slaat op Keyls verhalen over wat ze als verslaggeefster heeft meegemaakt. Jammer dat die iemand anoniem wordt gehouden want ik lees het nu alsof die iemand het gebabbel van Catherine niet meer kon aanhoren en haar afscheepte met het valse “Goh, waarom schrijf je het niet eens op”. Verder vertelt de Bekende Nederlander, zoals ze zichzelf noemt, iets over haar programma, de 5-uur show, dat ik niet voor mijn rekening zou durven nemen: “Oh die trut maakt zó'n programma, dan zal het boekje ook wel niets zijn.”

Jan Zandbergen van HP/De Tijd schijnt het met deze analyse eens te zijn geweest en bovendien verweet hij haar dat ze het Oude Testament met de Thora verwarde. “Zoiets dergelijks”, zegt Keyl er luchtigjes achteraan, terwijl het verwijt volgens haar ernstig genoeg is om de recensent een SS-mentaliteit toe te dichten. “Als Ischa Meyer nou had geschreven dat ik nergens van af weet, maar wie is nou meneer Jan Zandbergen.” Vervolgens blijkt dat Keyl jaren geleden door iemand SS-Hauptsturmbahnführer is genoemd. “Ik heb wel gedacht dat als ik hem bij wijze van spreken eens een mes in zijn nek kan steken, ik dat niet zal nalaten.”

Tegen het einde van het gesprek somt Keyl op wat ze allemaal voor de televisie heeft gedaan. “Het was allemaal even goed.”

Ik kan me voorstellen dat u nu nieuwsgierig bent geworden naar de 5-uur show. Maar pas op. “Een paar weken geleden had ik in een ander interview nog het idee dat ik helemaal niet zo getraumatiseerd was. Dat het allemaal wel mee viel. Maar door alle aandacht en gesprekken denk ik: Nee, dat is niet waar.”

Als ik zo'n diagnose zonder aanhalingstekens zou publiceren, viel ik ongetwijfeld - bij wijze van spreken - in het zwaard van Catherine Keyl.