In de Weense vergaderfabriek zitten de staten boven en de mensen beneden

WENEN, 15 JUNI. Vanaf een afstand bezien leek het alsof het mozaëkdak van de Weense Stephansdom op het plein naast de kerk werd gekopieerd. Maar het was een actie voor de rechten van de mens. De mozaëkleggers waren Deense activisten van Amnesty International, die op de Stephansplatz duizenden zeshoekige kaarten met delen van gezichten aan elkaar legden. Zo maakten zij een lappendeken van felgekleurde, steeds andere portretten. De kaarten zijn door mensen over de hele wereld naar Wenen gestuurd onder het motto "Onze wereld, onze rechten'. In de buurt loopt een man met het bord "Islam is voor vrede en gerechtigheid'. Even verderop staan plakkaten met de tekst "Iraniers zeggen nee tegen de islamitische republiek" en "Vrijheid en mensenrechten voor Iran'. “Er is veel bla-bla in Wenen”, zegt een Amnesty-medewerker. “Wij willen laten zien dat het om mensen gaat.”

De wereldconferentie over de rechten van de mens (WCHR), die gisteren werd geopend, speelt zich af in een moderne vergaderfabriek ver buiten het centrum, waar iedereen die zich ter wereld bezighoudt met de rechten van de mens te vinden is. Vlak voor de eerste barrière van dranghekken en agenten dansen schaars geklede indianen bij een reukoffer. Ze noemen zich Azteken. "Geef alstublieft de Azteken hun veren hoofdtooi terug', is hun boodschap. Twee versperringen verder zingen Koerdische kinderen, omgeven door mannen met Koerdische vlaggen en spandoeken met "Turkse staatsterreur in Koerdistan'. “De militairen moeten Koerdistan verlaten”, herhalen ze steeds. Tegen het dranghek zitten figuren in oranje gewaden die aandringen op "Religieuze vrede voor een vrij Vietnam'. Aan de andere kant staat een grote groep te roepen onder een banier met "Vredesmars om de mensen van Bosnie-Herzegovina te redden'. En vlak voor de ingang vraagt een eenzame Koreaanse vrouw aandacht voor het leed dat Japanse bezettingstroepen hebben toegebracht. Ze buigt als ze haar pamflet uitdeelt.

Op de bovenste verdiepingen wordt de conferentie gehouden. De particuliere belangengroepen - de zogeheten non-gouvernementele organisaties (NGO's) - hebben de benedenruimte toegewezen gekregen. Met een roltrap zijn ze verbonden. Het contrast kon niet groter zijn: serene vergaderrust op de officiele conferentie boven, chaotische drukte beneden; boven vermijdt men angstvallig het noemen van man en paard, beneden gebeurt wijst de beschuldigende vinger zeer nadrukkelijk.

De staten zitten boven, de mensen beneden, zou men de NGO's kunnen nazeggen. Met dan die ene mens als uitzondering: de Dalai Lama, die zowel boven als beneden door de VN-organisatoren als persona non grata werd beschouwd - uit vrees voor de Chinese reactie - hoewel het er gisteravond naar uitzag dat de in ballingschap levende Tibetaanse leider toch zal worden toegelaten, misschien zelfs tot de officiële vergaderzaal.

En het bla-bla? Zeker, dat was er, maar er was meer. Zoals het verrassend concrete Amerikaanse "actieplan' voor versterking van de VN om de rechten van de mens beter te beschermen. President Bill Clinton treedt wat dat betreft in de voetsporen van zijn Democratische voorganger Jimmy Carter. “President Clinton heeft versterking van de democratie en de bescherming van mensenrechten tot een pijler van onze buitenlandse politiek gemaakt - en tot een centraal element van ons programma voor buitenlandse hulp”, zei minister van buitenlandse zaken Warren Christopher gisteren. “Mijn land zal de rechten van de mens najagen in onze bilaterale betrekkingen met alle regeringen - van grote en kleine landen, ontwikkeld of in ontwikkeling. De Amerikaanse verplichting aan het nastreven van de mensenrechten is mondiaal, zoals ook de VN-verklaring (over de rechten van de mens) universeel is”, zei Christopher.

Hij kondigde bovendien directe actie aan: de regering van de VS zal direct stappen ondernemen om de goedkeuring van de Senaat te krijgen voor de ratificering van de Internationale Conventie voor de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie - een verdrag waar Washington tot nu toe moeite mee had. En daarna zal alles in het werk worden gesteld om ook voor andere nog niet geratificeerde internationale afspraken op het terrein van de mensenrechten de instemming van de Senaat te krijgen, zoals voor het Internationale Convenant over economische, sociale en culturele rechten. Dat houdt een veelbetekenende koerswijziging in: voor het eerst erkent een Amerikaanse regering dat er verband bestaat tussen de individuele mensenrechten en de mate van economische ontwikkeling waarin een samenleving verkeert. Kortom: het recht op ontwikkeling kan na vele jaren op steun uit Washington rekenen.

De Indonesische minister van buitenlandse zaken, Ali Alatas, hield een andere opmerkelijke toespraak, die geen betoog was om de tijd vol te praten. Als eerste vertegenwoordiger van de Aziatische landen die er de afgelopen maanden door het Westen van werden verdacht de algemene geldigheid van de mensenrechten in twijfel te trekken, en als voorzitter van de 108 Niet-gebonden landen, onderstreepte ook hij de universele waarde van mensenrechten en fundamentele vrijheden. De media hadden volgens hem voor een verkeerde voorstelling van de Aziatische stellingname gezorgd. Hij gaf zelfs toe dat de in het Westen geboren ideeën over mensenrechten veel nieuwe naties in Azië en Afrika ertoe hebben aangezet het koloniale juk af te werpen.

Maar hij leek later deze verzoenende uitspraken te nuanceren. “Terwijl mensenrechten inderdaad universeel van karakter zijn, wordt nu algemeen erkend dat hun uitdrukking en uitvoering in de nationale context onder de bevoegdheid en verantwoordelijkheid van iedere regering moeten blijven.”

Niet onverwachts achtte de Indonesische minister het toepassen van mensenrechten als politieke voorwaarde bij economische samenwerking en ontwikkelingshulp uit den boze. “Zo'n koppeling zal aan de waarde van beide afbreuk doen”, zo waarschuwde Alatas.

De toon was gezet en de komende twee weken zal moeten blijken welke visie zal prevaleren in de Verklaring van Wenen, die aan het eind van de conferentie moet worden uitgegeven. Nu nog staan tweehonderd passages van het ontwerp daarvoor tussen haken, wat wil zeggen dat overeenstemming ontbreekt. Maar dat is vaker het geval bij dit soort onderhandelingsexercities.

Voor het mensenrechtentapijt op de Stephansplatz zongen gisteravond de "Moeders van Vukovar', die een beroep deden op de wereldleiders om hun door Servische troepen weggevoerde geliefden te vinden. Het herinnerde eraan dat op korte afstand de rechten van de mens ernstig worden geschonden - zonder dat de conferentie daar direct invloed op zal kunnen hebben.

    • W.H. Weenink