Engelen der wrake

Hoe oud meneer Asbai precies is, weet hij niet. Officieel wordt 56 jaar opgegeven, maar zijn advocaat houdt het op 62. Asbai is een Marokkaan, een Berber, die lang geleden naar Nederland is gekomen. Zijn hoekige gezicht verraadt een peilloze moedeloosheid, alsof hij tot het definitieve inzicht is gekomen dat het nooit meer goed komt met zijn leven.

Makkelijk zal het inderdaad niet worden, dat staat vast. Asbai moet zich voor de meervoudige strafkamer van de Utrechtse rechtbank verweren tegen een nogal bijzondere aanklacht. Hij zou over een aantal jaren - in de telastelegging beperkt tot drie jaar omwille van de overzichtelijkheid - voor twee ton ten onrechte aan uitkeringen hebben gevangen.

Waarom ten onrechte? Omdat hij in Marokko het nodige onroerend goed zou bezitten. Hoe hoog de waarde daarvan precies is, blijft onduidelijk. Eén huis zou hij voor anderhalve ton hebben gekocht. Daarnaast zou hij nog een huis en een winkel bezitten. Dat maakt - als het waar is - Asbai voor Marokkaanse begrippen tot een man in bonis.

Bij het invullen van zijn bijstandsformulieren heeft Asbai nooit zijn bezittingen en inkomsten opgegeven. Vermoedelijk zou dat niemand ooit zijn opgevallen, als er geen breuk was ontstaan in het gezin van Asbai. Asbai wilde terug naar Marokko, zijn vrouw weigerde, waarna Asbai besloot met een tweede vrouw in Marokko te huwen en daar te blijven.

Dit besluit veroorzaakte een explosie van verontwaardiging bij mevrouw Asbai en haar dochters. Wilde pa oorlog? Dan kon pa oorlog krijgen. En mevrouw stapte met haar dochters naar de politie om haar man aan te geven. De dames beweerden dat de pater familias jarenlang zijn bijstandsformulieren onvolledig had ingevuld.

En daar zit meneer Asbai nu. Zijn leven is volledig ingestort. De familie heeft hem uitgestoten, hij is dakloos en zijn uitkering is geblokkeerd. “Hij is volstrekt afhankelijk van vrienden”, zegt zijn advocaat, mr. J. van Haren. “De schande raakt hij nooit meer kwijt, ook niet na vrijspraak.”

Maar vrijspraak lijkt er voorlopig niet in te zitten, want de rechters ondervragen de verdachte behoorlijk sceptisch. De communicatie verloopt moeilijk, omdat Asbai alleen kan praten via een tolk die het Berbers machtig is. Een gewone Marokkaanse tolk is niet toereikend, zegt hij. Dat wordt zoeken voor de officier, maar wonder boven wonder vindt hij snel een specialist.

“Heeft u geknoeid met de formulieren?” vraagt de voorzittende rechter, mr. Th. Clarenbeek.

“Mijn dochter heeft ze al die tijd ingevuld. Ik kan lezen noch schrijven.”

“Uw dochter zegt dat ze alleen de laatste drie jaar de formulieren heeft ingevuld. Daarvoor deed u het zelf.”

“Ik kan niet schrijven.”

“Zijn ze juist ingevuld?”

“Ik weet niet zeker of het eerlijk is gedaan.”

“U zou al die jaren onroerend goed hebben gehad in Marokko.”

“Dat is absoluut niet waar. Ik woon daar soms bij mijn vader.”

“Uw vrouw heeft de politie koopaktes gegeven met zegels en stempels.”

“Die papieren zijn allemaal vals. Het is heel makkelijk om in Marokko aan valse papieren te komen.”

“U zou een winkelpand met café hebben waarvoor u 8.500 gulden huur per jaar krijgt.”

“Allemaal verzonnen.”

En zo gaat het maar door. De rechter vraagt, Asbai ontkent. Het is wraak van zijn vrouw, zegt hij.

De laatste vijf jaar zou Asbai zijn vrouw niets meer van zijn uitkering hebben gegeven. Hij zette het geld op een aparte bankrekening om daarmee zijn aankopen te bekostigen. Zijn vrouw moest maar van het vakantiegeld zien rond te komen.

“Ik verzorg die vrouw al 37 jaar”, bromt Asbai. “Ze kreeg alles wat ze nodig had.”

“Uw dochter bevestigt dat u een huis heeft gekocht. Ze is er zelf geweest.”

“Mijn dochters doen mee aan de verhalen van hun moeder.”

De rechter overhandigt de verdachte een mapje met foto's van de panden die hij in Marokko zou bezitten. “Herkent u ze?” Asbai kijkt ernaar met de welwillende neutraliteit van een half genteresseerde buitenstaander. Als hij acteert, heeft hij talent.

“Als ik zoveel bezat, zou ik Nederland allang hebben verlaten”, zegt hij.

Het gerechtelijk laboratorium heeft geprobeerd de ondertekeningen van de aktes te vergelijken met krabbels van Asbai. “Maar daar is vanwege het Arabische schrift geen resultaat uitgekomen”, meldt de rechter. Misschien hadden ze het beter kunnen vragen aan een Arabisch gerechtelijk laboratorium.

Asbai begint opeens in gebroken Nederlands druk te praten tegen zijn rechters.

“Wat zegt meneer?” bitst mr. Clarenbeek, die al de hele zitting moeite heeft met het onderdrukken van zijn ergernis.

“Dat hij er gek van wordt”, meldt de tolk.

De officier van justitie, mr. G. Hofstee, vindt het “een erg grof staaltje” van fraude. Hij beschouwt Asbai als een vermogend man in Marokko. Zijn eis: achttien maanden gevangenisstraf waarvan zes maanden voorwaardelijk.

“Ik heb niks gedaan”, roept Asbai.

“Het is ons duidelijk dat u het er niet mee eens bent”, zegt mr. Clarenbeek.

De advocaat trekt woordenrijk, maar vermoedelijk tevergeefs ten strijde. “Een aangifte door vrouw en kinderen: dit is een unieke kwestie”, zegt hij. Hij wil de foto's en documenten niet als bewijsmateriaal beschouwen, omdat ze van de familie afkomstig zijn. De hypocrisie van de andere gezinsleden hekelt hij scherp. “Ze hebben jarenlang het voortouw genomen bij het invullen van de formulieren. Ze zeggen dat ze al die tijd wisten van zijn onroerend goed, maar pas dit jaar geven ze hem aan. Dit is wraak.” Hij verzoekt om vrijspraak.

Asbai krijgt het laatste woord. “Ik ben een sjieke man”, zegt hij. “Ik heb geen inkomen. Mij wordt onrecht gedaan.”

Zijn advocaat heeft er eerder op gewezen dat Asbai van zijn schamele bijstandsuitkering nooit een vermogen heeft kunnen opbouwen. Maar hij zag daarbij één mogelijke andere inkomensbron over het hoofd: de kinderbijslag.

Een andere interessante kwestie: staat de zaak-Asbai op zichzelf, of is het een ,topje van de ijsberg', zoals je in kringen van advocaten kunt horen? Per slot van rekening zou ook Asbai nooit tegen de lamp zijn gelopen, als hij vrouw en kinderen niet had gebruuskeerd.

(Het vonnis, twee weken later: een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden en een boete van 25.000 gulden.)

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.

    • Frits Abrahams