Duisenberg: sneller omlaag met financieringstekort

DEN HAAG, 15 juni. De president van De Nederlandsche Bank, W.F. Duisenberg, vindt dat het financieringstekort in de volgende regeerperiode (1994-1998) moet uitkomen op één procent van het netto nationaal inkomen. Hij zegt dit in een interview met UT Mediair, het blad van de universiteit van Twente.

Duisenberg gaat ervan uit dat het financieringstekort volgend jaar uitkomt rond de 3 procent van het nationaal inkomen. “Stel dat het doel van 3,25 wordt gehaald, dan moet het toch mogelijk zijn daar jaarlijks een half procent vanaf te halen. Drie procent in een laagconjunctuur zou een mooie start zijn. Dan kan er in de volgende regeerperiode gestreefd worden naar een daling tot een procent”, zo meent de president van De Nederlandsche Bank.

Duisenberg spreekt van een “nieuwe één-procentsnorm”, waarmee hij verwijst naar zijn eigen optreden als minister van financiën in het kabinet-Den Uyl (1973-1977). Bij de begroting van 1976 stelde hij toen de één-procentsnorm vast om de stijging van de overheidsuitgaven af te remmen. Duisenberg vindt dat de huidige minister van financiën, W. Kok, strak moet vasthouden aan de begrotingsdiscipline. “Dus niet een tandje lager, maar de tanden op elkaar”, aldus Duisenberg.

Hij vindt dat de politiek te veel op een korte termijn werkt en vreest dat de begrotingsdiscipline in gevaar komt in het verkiezingsjaar 1994. Duisenberg noemt de bezuinigingen in de Voorjaarsnota op onderdelen “boterzacht”. En hij vindt het “onjuist” dat de verkoop van staatsaandelen van de PTT wordt gebruikt om het financieringstekort te dichten. Duisenberg voegt er aan toe dat “Nederland elk jaar weer wordt gebiologeerd door de inkomensplaatjes”. Volgens hem is er weinig ruimte om de inkomens van minima te repareren door geld weg te halen bij hogere inkomens. “Langs die weg zal het niet lukken om de koopkracht te redden. Bovendien: de lastendruk is al de hoogste in Europa, en dan praat ik alleen over de bovenste helft, nog niet eens over de echte topinkomens.”