De agenda van Wenen

De onderhandelingen van de WCHR concentreren zich op vier punten: De universaliteit.

Zijn mensenrechten algemeen geldig - zoals tot nu toe in VN documenten en verdragen vastgelegd, of zijn ze afhankelijk van de culturele wortels van een land, zoals veel niet-Westerse landen staande houden? De verbinding tussen "individuele' mensenrechten en "collectieve" economische, sociale en culturele rechten. Tot voor kort stonden veel Westerse landen sceptisch tegenover deze koppeling, maar nu het standpunt van de VS hierover is gewijzigd, lijkt de ondeelbaarheid van de rechten geen problemen meer op te leveren. Het recht op ontwikkeling zal vermoedelijk algemeen erkend worden. Het beginsel dat landen op schendingen van de mensenrechten kunnen worden aangesproken. Op dit punt leven grote bezwaren in de Derde wereld, waar dit wordt uitgelegd als aantasting van soevereiniteit en recht op zelfbeschikking. zien. Verbetering van het VN-instrumentarium om de rechten van de mens te handhaven. Hierbij gaat het om de benoeming van een hoge functionaris die binnen het VN-apparaat verantwoordelijk is voor alles wat de mensenrechten betreft en om het beschikbaar stellen van voldoende fondsen voor activiteiten op het gebied van de mensenrechten. Nu besteedt de VN slechts één procent van het budget aan rechten van de mens, en houdt driekwart procent van het VN-personeel zich hiermee bezig met dit beleidsterrein. Onder andere wordt het voorstel besproken om een Hoge Commissaris voor de rechten van de mens aan te stellen. Ook komt het idee aan de orde voor een Wereldfonds voor de rechten van de mens.