CONTRA LEGEM

De voorzitter van de enquêtecommissie uitvoeringsorganen sociale verzekeringen legde mij als getuige de vraag voor of de uitvoeringspraktijk van de bedrijfsverenigingen voor de toepassing van de zogeheten verdisconteringsbepalingen in de AAW en de WAO als contra legem moet worden beschouwd. Twee voormalige staatssecretarissen, zo lichtte de voorzitter zijn vraag toe, hadden op dit punt tegenstrijdige verklaringen afgelegd. Volgens het oordeel van mevrouw Ter Veld was er sprake van uitvoering contra legem; haar voorganger De Graaf deelde die opvatting niet.

Waarom is die uitvoeringspraktijk naar mijn oordeel contra legem? Het antwoord is te vinden in uitspraken van de Centrale Raad van Beroep en in publikaties als het in 1974 verschenen artikel "De WAO, een mistap?' van mr.J.G. Hibbeln en het in 1985 verschenen rapport "Contra legem-uitvoering in het sociaal zekerheidsrecht'. Dat laatste rapport omschrijft het aldus: “Deze praktijk kan als contra legem gekwalificeerd worden, omdat de wet slechts een veel beperktere uitleg toelaat en met name geen grond geeft voor het op voorhand aannemen van een causaal verband tussen de handicap en het niet verkrijgen van werk. De bedrijfsverenigingen verlenen in geval de arbeidsongeschikte geen werk vindt een uitkering naar de hoogste klasse. De Centrale raad van Beroep meent evenwel dat deze opvatting in de wet geen steun vindt, omdat daar gesproken wordt van verminderde gelegenheid tot het verkrijgen van arbeid ten gevolge van een handicap. Volgens de Centrale Raad dient in ieder individueel geval onderzocht te worden of er sprake is van verband tussen de handicap en het niet verkrijgen van werk. Dat een eenmaal toegekende arbeidsongeschiktheidsuitkering zou moeten worden voortgezet totdat in feite arbeid is verkregen, valt uit het wetsartikel niet te lezen en is niet met de inhoud daarvan verenigbaar.”

Datzelfde rapport noemt ook een aantal correctie-instrumenten, waaronder het schorsings- en vernietigingsrecht van de Kroon van besluiten van een bedrijfsvereniging wegens strijd met de wet of het algemeen belang (artikel 28, eerste lid, Organisatiewet Sociale Verzekering), het beroepsrecht van de minister in het belang der wet (artikel 43 Beroepswet) en de bevoegdheid van het Arbeidsongeschiktheidsfonds om de kosten van uitvoering niet te vergoeden indien het beleid van een bedrijfsvereniging ten aanzien van het verlenen van uitkering in strijd is met de wet (artikel 73, tweede lid, WAO).

De opmerking van oud-minister van sociale zaken De Koning in NRC Handelsblad van 11 juni dat het afschaffen van de verdiscontering voorkomen had kunnen worden onderschrijf ik. De bestaande wetgeving bood voldoende bestuurlijke correctie-instrumenten om ongewenst contra legem-handelen tegen te gaan. De vraag blijft: waarom zijn deze instrumenten niet gebruikt?