Vredesmacht moet weg uit Bosnië

Met de escalatie van vijandelijkheden in Midden-Bosnië, en de reële kans op hervatting van grootscheepse vijandelijkheden in Kroatië, is het onvermijdelijk vraagtekens te plaatsen bij de zin van verdere aanwezigheid van de VN-vredesmacht in deze gebieden. De commandant in Bosnië-Herzegovina, Philippe Morillon, heeft deze kwestie dit weekeinde in niet mis te verstane termen aan de orde gesteld: als géén van de oorlogspartijen erop uit is de werkzaamheden van de vredesmacht te respecteren, dan vervalt de mogelijkheid van een verdere zinvolle taakvervulling. Sterker nog: de situatie wordt in hoge mate bedreigend voor de VN-soldaten wanneer zij, zoals nu het geval lijkt, door álle oorlogspartijen als de vijand worden beschouwd.

Dit vraagstuk is geenszins academisch, zoals de pleitbezorgers van een meer militair-offensief ingrijpen van de vredesmacht wellicht denken. Bij anderhalf jaar toezicht houden, bemiddelen en begeleiden van humanitaire konvooien in Bosnië-Herzegovina en Kroatië, zijn tot nu toe al bijna vijftig VN-militairen omgekomen en vijfhonderd gewond.

Zoals meestal in de Joegoslavische burgeroorlog heeft de misstand, het gebrek aan respect voor de VN-vredesmacht, twee dimensies: die welke het gevolg is van de eigenmacht van lokale militie-commandanten, of liever nog van doldrieste boerenzonen die, met het wapen in de hand, de tijd van hun leven hebben en al oorlogje spelend ook de VN-vredesmacht als doelwit nemen. Hun leiders in Belgrado, Zagreb of Sarajevo plegen, wanneer zij van zo'n incident horen vroom het hoofd te schudden en hun trouw aan de beginselen van militair fatsoen te betuigen. Tenslotte hebben zij allen hun instemming betuigd met de stationering van de VN-soldaten.

Maar al deze leiders, of ze nu Servisch, Kroatisch of moslim zijn, hebben allen boter op het hoofd: achter de schermen laten ze de door hen gecontroleerde media rustig doorgaan met haatcampagnes tegen de soldaten van de Verenigde Naties. De suggestie daarbij is altijd weer, dat de VN-troepen de vijand helpen. En de reden van deze frustraties is ook duidelijk: alle oorlogspartijen zijn sterk geporteerd voor de aanwezigheid van de VN-vredesmacht, maar alleen als deze een bijdrage betekent aan de realisering van de eigen militair-strategische oogmerken. Onpartijdigheid? Ongewenst en schandelijk en niet nuttig voor de militaire eindoverwinning. Onderhandelingen? Waarom zou je onderhandelen terwijl het nu juist oorlog is? Bescherming van burgerbevolking? Maar die bevolking is nu juist de inzet van het conflict. De instelling van de vredesmacht kampt, net als andere internationale initiatieven ter beteugeling of beëindiging van de Joegoslavische burgeroorlog, met één belangrijke handicap: de basis-vooronderstelling dat de partijen ter plaatse eveneens streven naar beperking of beëindiging van de oorlog. Maar dat doen deze niet, zij willen oorlog.

Daarbij is echter niet gezegd dat de oorlogspartijen geen betekenis hechten aan de internationale bemoeienissen met "hun' oorlog. Dat doen ze juist in hoge mate. In het naoorlogse Joegoslavië van Tito is de bevolking tientallen jaren ingepeperd, dat Joegoslavië - schakel tussen Oost en West - een heel belangrijk land was, waarop de ogen van de wereld permanent waren gevestigd. Die opvoeding lijkt zich nu te vertalen in een permanente overschatting van het belang en de aandacht van de rest van de wereld voor de conflicten in Joegoslavië. Wie de nationalistische pers uit Servië, Kroatië of (voor zover nog bestaand) Bosnië leest, zou de indruk krijgen dat niemand hier nog tijd heeft, zich ook maar met iets anders bezig te houden. De meest fantastische verhalen over internationale intriges, machinaties of verschillen van mening vullen kolom na kolom, de doodenkele serieuze of goede krant in ex-Joegoslavië niet te na gesproken.

Aan Servische zijde doet daarbij de stelling opgeld, dat de grootmachten in ex-Joegoslavië een post-Koude oorlog conflict uitvechten. De bij vele simpele zielen op grond van nationalistische propaganda bestaande verwachting dat Rusland zich aan Servische zijde zou scharen, is daarbij echter niet bewaarheid. Ook de Kroatische- en moslim-leiders die hun volken "internationalisatie' van het conflict hebben beloofd, zijn bedrogen uitgekomen in hun aanvankelijke verwachting, dat het Westen voor hen wel een wereldoorlog zou riskeren. De teleurstelling is groot nu blijkt dat de internationale gemeenschap niet bereid is voor de diverse regimes in Joegoslavië ten strijde te trekken. Ze draagt bij aan de alom bestaande vijandigheid jegens de VN-vredesmacht.

Daarnaast hebben de verschillende oorlogspartijen geprobeerd de VN-vredesmacht te gebruiken voor hun eigen strategische doeleinden, en gedragen zich vijandig jegens de vredesmacht wanneer deze de gewenste taak niet vervult. Zo eisen de Serviërs in Kroatië op hoge toon, dat de vredesmacht hen verdedigt tegen aanvallen van het Kroatische leger, nadat zij eerst de gedachte achter het VN-mandaat, terugkeer van vluchtelingen, ontwapening van milities en een terugkeer naar civiel bestuur in Kraotië na onderhandelingen, rondweg hebben gesaboteerd. Sinds de Kroatische aanval bij Zadar in januari van dit jaar beperken de Kroatische Serviërs in hoge mate de bewegingen van de VN-vredesmacht. In Bosnië zijn Servische beschuldigingen dat de vredesmacht de moslims helpt, aan de orde van de dag.

De Kroaten van hun kant verwachten van de vredesmacht dat deze, in plaats van Kroatische troepen, de Servische sectoren van hun republiek terugverovert. Net als de Serviërs blijken de Kroatische autoriteiten niet of nauwelijks bereid te zijn geweest tot de onderhandelingen, die daarvoor eigenlijk het geëigende middel waren. Bij hun aanval in januari bleken Kroatische troepen volop bereid, VN-soldaten die in de weg stonden, om te brengen. Iets dergelijks blijkt bij de stad Mostar, waar Kroatische troepen de moslims proberen te verdrijven. En bij het moslim-offensief bij Travnik kwamen de Kroaten met het de gemoederen verhittende verwijt, dat de VN-macht de moslims hielp. De Kroatische verbittering komt mede voort uit het cultuurhistorische misverstand, dat Kroatië "voor Europa' zou vechten.

De houding van de moslim-leiders, oftewel president Alija Izetbegovic en de andere aanvoerders in Sarajevo, is zo mogelijk nog curieuzer. Evenals de Kroaten hebben zij in een vroeg stadium van de oorlog hun kansen op een militaire overwinning overschat, en gemeend dat het dus niet echt nodig was tot een politieke overeenkomst met de tegenstanders te komen. De overijlde internationale erkenning voor Bosnië-Herzegovina, een staat die voor de oorlog begon al niet effectief bestond, omdat in tweederde van het land Servische of Kroatische autoriteiten de dienst uitmaakten, heeft het misverstand zeker in de hand gewerkt. In januari van dit jaar zei Izetbegovic nog in Genève, dat “wij niet kunnen verliezen”. Of de moslimpartij kreeg de gewenste eenheidsstaat Bosnië-Herzegovina, of er kwam een internationale militaire interventie, aldus haar president.

De relatie met de vredesmacht of andere betrokkenen bij de humanitaire hulp voor de bevolking van Sarajevo of andere, in merendeel moslim-steden, was aan de zijde van de moslim-partij van het begin af gespannen. Niet alleen zag de regering in Sarajevo in de humanitaire acties een ongewenst uitstel van een militaire interventie, maar ook de onpartijdigheid van de VN-vredesmacht, die bijvoorbeeld protesteerde tegen het om publicitaire overwegingen bombarderen van eigen bevolking, zette veel kwaad bloed. De vredestroepen zijn in Sarajevo eigenlijk met grote regelmaat van moslim-zijde beschoten, al spraken ook de Serviërs een woordje mee. Slechts met veel aarzeling lijken de moslim-autoriteiten nu bereid, de vredesmacht verbaal te steunen bij de inrichting van de "veilige zones' voor moslim-bevolking, waartoe de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties besloten heeft.

Weghalen dus maar die VN-soldaten, omgeven als zij zijn door zoveel verraderlijkheid en kwade trouw? Misschien is het Westen het wel eerder aan zichzelf verplicht, iets te doen ten behoeve van al die miljoenen mensen, die door hun perfide politieke leiders worden opgehitst, en opgeofferd aan politieke spelletjes om de macht. De stem van al diegenen die slechts rust en vrede willen, wordt bijna niet meer gehoord in het geweld.

    • Raymond van den Boogaard