Vliegtuigfabrikant Rusland snoept van dessert Boeing

PARIJS, 14 JUNI. In het Russische paviljoen op de luchtvaartshow van Parijs op Le Bourget ontbreekt de agressieve aanpak waarmee honderden westerse fabrikanten hun goederen proberen te slijten. Informatiemateriaal is maar mondjesmaat voorhanden, rap pratende pr-managers zijn afwezig. Niettemin vermeldt het informatiebord bij het buiten opgestelde gevechtsvliegtuig MiG 29, het uithangbord van de Russische defensie-industrie, in het Engels dat het toestel is volgepropt met westerse elektronika en daardoor aan alle eisen voldoet voor de klant.

Dat is al een wereld van verschil met het verleden toen Russische fabrikanten niet eens gewend waren een handboek voor vliegers in een andere taal te leveren dan het Russisch. De verkoop van hun produkten werd bovendien belemmerd door het feit dat Russische toestellen soms moeilijk in aanmerking kwamen voor een vliegcertificaat van de Federal Aviation Administration. De Amerikaanse luchtvaartdienst die de regels dicteert voor de vliegvaardigheid van een nieuw toestel, waar de meeste nationale luchtvaartdiensten zich internationaal aan conformeren. Een derde probleem vormde de storingen van de motoren die onder de Russische toestellen waren gebouwd.

Maar in al die zaken is de laatste jaren verandering gekomen. Een flink aantal westerse bedrijven loopt tegenwoordig de deur plat in Moskou om één of andere vorm van samenwerking met de Russische luchtvaartindustrie aan te kunnen kondigen. Afgelopen vrijdag maakte de Franse fabrikant Snecma op Le Bourget bekend dat het samen met Mikoyan de MiG-toestellen van nog krachtiger motoren gaat voorzien. De Israeli's doen al geruime tijd zaken met de Russen om de MiG 21 te moderniseren.

Wat verkeersvliegtuigen betreft maakte Iljoesjin op Le Bourget bekend dat het dertig kopers - waarvan tien in het Westen - heeft voor de Iljoesjin 96. Een vliegtuig uit het zogeheten wide-body segment dat zeventig miljoen dollar kost en 350 passagiers kan vervoeren. Het nieuwe in Parijs gedemonstreerde toestel is uitgerust met Amerikaanse motoren en cockpit-apparatuur en is de tegenhanger van de Airbus 340 en de Boeing 767. “We hebben bij de bouw van dit toestel met 18 Amerikaanse firma's samengewerkt”, verduidelijkt Genrikh Novozhilov, één van de ontwerpers.

Om de vinger aan de pols te houden wat deze ontwikkelingen betreft heeft Boeing voorzichtigheidhalve een klein research-instituut opgezet in Moskou. “Ze zullen niet ons diner opeten, maar we moeten wel oppassen voor het dessert”, zegt Boeings produktie-manager John Hayhurst. Bij de Amerikaanse fabrikant wordt er rekening mee gehouden dat Rusland en de onafhankelijke staten de komende 18 jaar alleen al voor hun thuismarkt 2000 nieuwe verkeersvliegtuigen nodig zullen hebben.

Vooral het gebruik van westerse motoren heeft de zaak in Rusland volgens een aantal betrokkenen radicaal op zijn kop gezet. Dat blijkt ook uit de prestaties van de op de Parijse luchtvaartshow gelanceerde Toepolev 204, die is uitgerust met motoren van Rolls Royce. Het toestel dat 35 miljoen dollar moet kosten en 215 passagiers kan vervoeren is de directe tegenhanger van de Boeing 757 en de Airbus 320. Aerodynamisch wordt de Toepolev echter als een beter toestel beschouwd dan zijn westerse concurrenten.

In dat verband is ook de in Parijs bekend gemaakte samenwerking tussen de motorenfabrikanten MTU (een volle dochter van Dasa), Snecma, Pratt & Whitney en General Electric interessant. Het project, een initiatief van Dasa-bestuursvoorzitter Jürgen Schrempp, voorziet in een nieuwe motor voor straalvliegtuigen voor de regionale mark en is derhalve ook voor de Fokker 100 geschikt. Via MTU (Dasa) en Snecma krijgen de twee grootste Amerikaanse fabrikanten van motoren Pratt & Whitney en GE een betere entree in Rusland. Of zoals Dasa-woordvoerder Christian Poppe dat formuleert: “Als Dasa zijn we ook actief in het voormalige Oost-Duitsland. Daar kunnen we beschikken over de know-how van veel mensen die precies weten hoe ze moeten onderhandelen met Russen. Wat ze beweegt, hoe ze denken. Daar profiteren de Amerikanen door dit nieuwe samenwerkingsverband ook van.”