Verborgen

Die middag sjouwden we kriskras door een stuk bos. Rob wist er een aantal oude nesten te zitten. En ligt er geen vers loof op de rand, dan staat al vast dat het niet wordt bewoond. Toch ga je een schop geven. Bonk tegen die boom - niet één keer gevolgd door het "flap' van opgestoken vleugels.

“Ze zijn er wel”, zei Rob. “Alleen, je vindt ze niet. Daarom werkt niemand aan wespendieven. Het loont de moeite niet.”

De wespendief broedt laat. In juni, als van andere roofvogels al jongen rondvliegen, legt zij haar eieren pas, gewoonlijk twee. Ze opereert dus in een ondoorzichtig bos.

Oude nesten worden zelden opnieuw in gebruik genomen. Nieuwe nesten zijn van bescheiden afmetingen; soms past de wespendief er zelf maar half op.

Van wespendief broedt bovendien zowel het vrouwtje als de man. Bij havik, buizerd wordt het vrouwtje op het nest door haar partner gevoerd. Bij wespendief zorgt ieder voor zichzelf. Dat brengt dus weinig vliegverkeer, heel weinig wat de ligging van het nest verraden kan.

Prozasche verklaringen voor een poëtisch gegeven: dat zo'n grote vogel zo geheimzinnig kan bestaan in een land dat zo grondig is opengebroken als het onze.

Verborgen leven, heet het dan. Dat moet het hoogste zijn wat je bereiken kunt. Alles doen wat nodig is, maar zo dat haast geen mens er iets van merkt.