TANSU ÇILLER; Net in de politiek

ANKARA, 14 JUNI. Turkije, een moslimstaat met wereldlijke wetten, krijgt binnenkort een vrouwelijke premier. De econome Tansu Çiller (47) werd gisteren met een overweldigende meerderheid (933 van de ruim 1.100 afgevaardigden op het buitengewone partijcongres schaarden zich in de tweede stemronde achter haar) als de nieuwe leider van de regerende, conservatieve Partij van het Juiste Pad gekozen.

President Süleyman Demirel heeft Çiller vanmorgen gevraagd ook het premierschap op zich te nemen. Die functie wordt nu waargenomen door vice-premier Erdal Inüon van de Sociaal-Democratische Volkspartij (SHP), sinds premier Demirel vorige maand werd gekozen als president. De verwachting is dat Çiller de komende dagen met de Sociaal-Democratische coalitiepartner rond de tafel zal gaan zitten om een nieuw regeringsprogramma op te stellen. Bovendien zullen er wijzigingen in de ministersploeg worden aangebracht.

Hoewel fundamentalistische moslims in Turkije grote moeite hebben met Çiller als nieuwe premier, overheerst in de rest van het land een gevoel van trots. Turkije, een samenleving die niet democratisch genoeg wordt bevonden om tot de Europese Gemeenschap te behoren, houdt datzelfde Europa nu als het ware een spiegel voor. In de Turkse pers wordt dan ook onderstreept dat de overwinning van Çiller het Westerse imago van Turkije verder verstevigt.

De econome Çiller, getrouwd met een bankier die haar naam heeft aangenomen en moeder van twee kinderen, is grotendeels aan de universiteiten van Connecticut en Yale in de VS opgeleid. Ze zit nog maar net in de politiek. Er wordt dan ook betwijfeld of ze voldoende ervaring heeft om een regering te leiden en oplossingen te vinden voor de binnenlandse problemen: de hoge inflatie, de stagnerende privatisering, de haperende democratisering en de nieuwe golf van terreur in het Koerdische zuidoosten van het land. Tijdens haar ministerschap is ze er in elk geval niet in geslaagd die inflatie te beteugelen. Mesut Yilmaz, leider van de oppositionele Moederlandpartij, wees er ook op dat ze er in de 19 maanden van haar ministerschap niet in was geslaagd de Turkse economie op te vijzelen.

Çiller, die tot dan toe economie doceerde aan de Bosporus-Universiteit in Istanbul, werd voor de parlementsverkiezingen eind 1991 door Demirel de politiek binnengeloodst om de aanhang van zijn partij in de steden - met name onder de industriëlen - te verbreden. In de coalitieregering van conservatieven en sociaal-democraten werd ze staatsminister voor economie. Hoewel ze op gespannen voet leefde met enkele hoge bureaucraten als het hoofd van het staatsplanbureau, Ilhan Kesici, en de directeur van de Centrale Bank, Rüsdü Saracoglu, wist ze niet alleen haar positie te behouden, maar die zelfs te verstevigen.

Naarmate ze zich meer en meer ontpopte - met de steun van de populaire Turkse pers die haar vrouw-zijn en economische kennis steeds positief hebben benadrukt, als het geesteskind van partijleider en premier Demirel, steeg ook haar ster in de partij. De dood van president Özal in april bood haar de mogelijkheid om haar invloed verder te vergroten. Demirel verhuisde naar het presidentiële paleis en de voorzitter van het parlement, Hüsmettin Cindoruk, kondigde aan geen partijleider te willen worden, zodat de weg werd geopend voor Çiller om de strijd aan te binden met de meer behoudende krachten binnen de Partij van het Juiste Pad, aangevoerd door de ministers van binnenlandse zaken en onderwijs, Ismet Sezgin en Köksal Toptan.

In de Turkse pers werd met grote stelligheid beweerd dat Sezgin de voorkeur had van president Demirel. Beide mannen zijn al decennia lang politieke vrienden. De verwachting is dan ook met de komst van Çiller als premier de afstand tussen de president en de regering groter zal worden. Zij vertegenwoordigt een nieuwe generatie van politici in Turkije, die nu de kans krijgen om een stempel op de ontwikkelingen te drukken. Zo wordt de conservatief-liberale Moederlandpartij inmiddels aangevoerd door de 46-jarige Mesut Yilmaz, terwijl de 67-jarige Inüon heeft aangekondigd zich in september niet opnieuw beschikbaar te zullen stellen voor het leiderschap van de SHP. De verwachting is dat zijn plaats zal worden ingenomen door de jonge en dynamische burgemeester van Ankara, Murat Karayalcin, of de huidige minister van buitenlandse zaken, Hikmet Cetin.

    • Froukje Santing