Staat geeft nieuwe 5-jr obligatielening uit voozien van lage coupon

ROTTERDAM, 14 JUNI. Afgelopen vrijdag kondigde de agent van Financiën een nieuwe staatslening aan met een looptijd van 5 jaar en een coupon van 6,25 procent. Het is voor het eerst sinds 1988 dat de staat een lening uitgeeft met een looptijd korter dan 6 jaar. De laatste jaren is de looptijd van de staatsschuld steeds verlengd, zeker door de uitgifte van de 15- en 30-jaars leningen. Een betere spreiding van de herfinancieringslasten vormde hiervoor de belangrijkste motivatie. Daarnaast speelde de inverse rentestructuur een rol. De rente op langerlopende leningen was lager, waardoor de staat met langere leningen gemiddeld tegen een lagere rente kon lenen.

Lage coupon. De staat heeft om enkele redenen voor het 5-jaars segment geopteerd. Ten eerste zijn er in de jaren 1997 en 1998 relatief weinig aflossingsverplichtingen. Door de nieuwe lening wordt die verplichting beter gespreid over de jaren. Ten tweede is het aanbod van staatspapier in dat segment, mede vanwege het geringe aantal staatsleningen, wat lager dan in andere segmenten. Door beleggers is dan ook belangstelling getoond voor de 5-jaars lening. Ook buitenlandse centrale banken hebben momenteel, vanwege de sterke gulden, veel beleggingen in guldens in hun portefeuille en voor sommige centrale banken geldt dat zij een maximale looptijd van 5 jaar mogen aanhouden. Ten derde speelt mee dat de rente in dat looptijdsegment het laagste is in Nederland. Hierdoor kan de staat met een 5-jaars lening tegen de laagste rente lenen. Het verschil met iets langere leningen is een kwart procentpunt, in vergelijking met de 30-jaars lening scheelt het een vol procent. D-markblok. Binnen het D-markblok is de gulden nog steeds zeer sterk. De mark kon licht herstellen, maar de Nederlandse korte rente ligt dan ook 80 basispunten (0,8 procent) onder de Duitse rente. Zo'n groot renteverschil met Duitsland is sinds de laatste devaluatie van de gulden ten opzichte van de mark van maart 1983 niet voorgekomen. Op langere termijn kwam de korte rente alleen in 1981 meer onder de Duitse: het verschil bedroeg toen twee procentpunt.

De Nederlandse lange rente ligt ook al sinds half april onder de Duitse lange rente. Meer en meer lijkt Duitsland haar rol als anker van het EMS te verliezen. Dit blijkt ook uit het feit dat de mark nagenoeg de zwakste EMS-valuta is en de lange rentes van de overige Europese obligatiemarkten konden inlopen op de Duitse lange rente. In Denemarken werd vorige week maandag de rente met een half procent verlaagd. De markt schat in dat landen als Nederland, Frankrijk, België en Denemarken hun rente nog wel eens onafhankelijk van de Bundesbank zouden kunnen verlagen. De Frans centrale bank deed dit vanochtend met een verlaging van haar belangrijkste rentetarieven voor de achtste keer in twee maanden. Dit zou de Bundesbank misschien ruimte kunnen geven om ook te verlagen. Daarmee lijkt de Duitse centrale bank eerder trendvolger dan trendsetter te worden wat betreft renteverlagingen. Spanje. Voorafgaand aan de een week geleden in Spanje gehouden verkiezingen was de rente licht gestegen. De oppositiepartij had namelijk gezegd zonodig bereid te zijn de Spaanse peseta uit het EMS te halen om daarmee de economie te steunen. Toen begin vorige week bleek dat de zittende regering de verkiezingen had gewonnen daalde de 10-jaars rente in enkele dagen tijd met 0,2 procent, terwijl ook de peseta zich kon herstellen. Vrijdag werd bekend dat Spanje in een recessie zit, wat de dalende rentetrend ondersteunde. Italië. In Italië werden vandaag voor de tweede keer binnen een maand de officiële rentetarieven met een half procent verlaagd. De zwakke D- mark en de extra bezuinigingen van de regering maakten dit mogelijk. Hierdoor kwam het disconto op het laagste niveau in ruim 17 jaar. Japan. De Japanse yen blijft, vooral door het grote handelsoverschot, enorm sterk. Per 100 yen moet men al ruim 1,70 gulden betalen. Tegen de dollar zette de yen een nieuw record neer van ongeveer 106 yen per dollar. In ruim 7 jaar is de waarde van de dollar tegen de yen ongeveer gehalveerd. De sterke positie van de yen had nagenoeg geen gevolgen voor de Japanse rentes.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank/Robeco