Roet en herrie in de gracht

Tussen de gevels van de Oudezijds Voorburgwal loeit een scheepstoeter, dan het bassende geronk van een hoge toeren draaiende dieselmotor. Het is een smal keerpunt voor de lange rondvaartboot. De toeristen kijken met angstige ogen naar de kademuur die met grote snelheid op hen af komt. Nog een dot gas, de schroef slaat terug en de boot maakt een geslaagde draai. Een scheepsramp lijkt voorkomen, applausje voor de kapitein.

Niet iedereen is even ingenomen met de stuurmanskunsten op de gracht. De herrie en vooral de blauwe dieselwalm van de rondvaartboten eisen zo hun tol. In het nabijgelegen Allard Piersonmuseum bijvoorbeeld, waar op gezette tijden museumbezoekers flauwvallen als gevolg van het “overschrijden van de hygiënische grenswaarden voor kooldioxide”. Volgens een onderzoek van de Universiteit van Amsterdam worden zelfs de beelden in het museum aangetast door de walmende uitlaatgassen waar behalve het auto- en busverkeer de boten aan bijdragen.

“We hebben zelfs overwogen de ramen aan de voorzijde maar helemaal dicht te kitten”, zegt dr. R. Lunsingh Scheurleer, conservator van het museum. Regelmatig moet een "olie-achtige' substantie van de vitrines worden afgeveegd. Op waterniveau is het nog een graadje erger. “Als je ziet wat er onder de bruggen blijft hangen... Het lijken me behoorlijk ongezonde tochtjes”, meent de museumconservator.

De tachtig rondvaartboten in de Amsterdamse grachten vervoeren jaarlijks ongeveer 2,5 miljoen bezoekers en zijn daarmee een van de meestbezochte toeristische trekpleisters in Nederland. Een aantrekkelijke markt, die naar verwachting de komende jaren verder zal groeien. En nu maar afwachten of er straks ernstiger ongelukken in het Allard Piersonmuseum gebeuren.

Na de oorlog gold in Amsterdam het zogenaamde volumebeleid, dat er in praktijk op neer kwam dat alle nieuwe rondvaartondernemers van de markt werden geweerd, terwijl de bestaande vloot alleen onder strikte voorwaarden werd uitgebreid. Met vervuiling had dat niets te maken. De gemeente had genoeg van de haat en nijd tussen concurrerende familierederijen die elkaar desnoods van de steigers smeten bij het afsnoepen van de klanten.

Het volumebeleid ontwikkelde zich al snel tot een perfecte afscherming van de markt. Nieuwkomers waren er niet, ieder had zijn vaste plaats aan de meestal openbare (en dus goedkope) aanlegsteigers en de boten met hun taaie, walmende diesels gingen onverslijtbaar lang mee. “Die boten waren cash cows. Je zette er een oude binnenschipper op die gewend was zakken meel en aardappels te varen en klaar was kees”, weet een medewerker van een van de rederijen.

Twee jaar geleden concludeerde de gemeentelijke nota Amsterdam Toeristenstad dat het zo niet langer kon. Er werd te weinig genvesteerd in goede dienstverlening en nieuwe boten. Het bestaande beleid werd dan ook radicaal op de helling gezet. Vrije vestiging van reders werd het streven. In principe mag in de toekomst iedereen een rondvaart beginnen, mits de boot binnen de lengtenorm van maximaal ongeveer 25 meter valt. Ook worden normen ingevoerd voor de uitstoot van uitlaatgassen en de hoeveelheid lawaai op het water.

Het eerste onderzoek van de gemeentelijke milieudienst toont aan dat er veel mogelijkheden zijn om roet en herrie te beperken. Rederij Lovers, die al eerder blijk gaf van enige creativiteit door de introduktie van de Museumboot en de Watertaxi, vaart al met twee door stille elektromotoren aangedreven boten in Utrecht. De proef is volgens Lovers een succes. Canalbus, een andere meer innovatieve Amsterdamse reder, test twee boten die op aardgas lopen.

Volgend jaar moet het nieuwe vergunningensysteem gaan werken. Bij de aanlegsteigers en op de grachten moet het dan aanmerkelijk schoner en geluidlozer worden. Of de rederijen onder druk van mogelijke nieuwkomers elkaar ook feller de loef zullen afsteken in andere vormen van service wordt door ingewijden evenwel betwijfeld. De beste plekjes op de aanlegsteigers zijn nog steeds in vaste handen.

    • Steven Adolf