Publiek Rosmalen krijgt op finaledag toch nog Krajicek; Zege Boetsch nog net geen drama

ROSMALEN, 14 JUNI. Arnaud Boetsch won in Rosmalen het eerste toernooi in zijn inmiddels al ruim zes jaar durende profcarrière, tegenstander Wally Masur stond sinds twee jaar weer eens in de eindstrijd van een enkelspel. Voor twee mensen was de ontknoping van de Continental Grass Court Championships gisteren op de banen van het Autotron in ieder geval een opwindende gebeurtenis.

Voor de doorsnee tennisliefhebber was alles minder dan Krajicek een kater. De Nederlander was zeker na zijn halve-finaleplaats op Roland Garros de grote lokvogel van het toernooi. Een gegeven dat nog eens werd onderstreept door de organisatie die het programma zodanig omgooide dat Krajicek met Jan Siemerink de halve eindstrijd van het dubbelspel mocht spelen op het centre court. Uitgerekend op een moment dat eigenlijk de finale van het enkelspel, het beoogde hoogtepunt van elk toernooi, moest worden afgewerkt.

Om de bezoekers en de sponsors tevreden te stellen werd het risico genomen dat het door regen bedreigde programma niet eens behoorlijk zou kunnen worden afgewerkt. Dat het duo verloor van McEnroe/Stark - de latere eindwinnaars van het dubbelspel - telde niet meer. Waar het om ging was dat het grote publiek op de baan en vooral op de buis ook op de laatste dag nog een glimp had kunnen opvangen van Krajicek en de hem omringende reclame.

Nederland heeft op het gebied van tennistoernooien geen grote traditie, met uitzondering van 't Melkhuisje (anno 1957) dat wel al een geschiedenis heeft. Op gras was er een hele tijd niets. Tot iemand op het idee kwam dat daar een gat in de markt moest zijn. Een grastoernooi op het vasteland. Een idee was geboren, maar verschilt niet wezenlijk van de plannen die een oliesjeik in Dubai opvatte en midden in de woestijn een park liet oprichten.

Het jonge evenement (sinds 1990) op het terrein van een pretpark annex automuseum heeft nog geen wortel geschoten. De tennissport mag dan excessief gegroeid zijn, het bezoeken van wedstrijden als deze heeft daarmee geen gelijke tred gehouden. Wel als nationalistische, chauvinistische gevoelens een rol spelen. Zoals de Davis-Cupwedstrijd tegen Zweden op het Malieveld in juli. Op zo'n moment weet je zeker dat de eigen helden een hoofdrol spelen, bestaat niet het risico van uitschakeling in de eerste ronde. Bij andere gelegenheden zijn alleen echt grote namen trekpleister.

“Wij hadden hier negen spelers uit de top dertig, van wie vijf uit de top twintig”, weerde toernooidirecteur Jacques Kloppert bij voorbaat aanvallen af op de status van "Rosmalen'. En hoewel niemand van zijn gehoor de aanval koos, hakte hij vervolgens in zijn slotoffensief nog in op een toernooi in het Westduitse Halle dat deze week begint, aanvankelijk pronkte met de deelname van Wimbledon-winnaar Andre Agassi, teleurgesteld werd door diens afmelding en hem uiteindelijk via een zogenoemde wild-card (en in zijn geval waarschijnlijk een onwaarschijnlijk groot pak geld) toch zijn wens in vervulling liet gaan daar wat gras onder zijn voeten te voelen.

Maar het gaat er niet om wie er aan de start komt, wat evenzeer telt is wie de finale haalt en wie er wint. En met alle respect, Boetsch - de nummer vier van Frankrijk, het land dat geen indrukwekkende tennisspelers meer kent - als winnaar is voor een toernooi even erg als een hele week regen, het volledige deelnemersveld geveld door voedselvergiftiging of driemaal daags een ontruiming van het volledige tennispark wegens een bommelding. Al kan het nog erger. Jarryd als winnaar bijvoorbeeld (Rotterdam) of Horacio de la Pena (Charlotte USA), al zitten we dan in de categorie organisatorische drama's. Iedere organisatie wil graag dat een topspeler wint, een probleem dat je niet oplost door de nummer 28 van de wereld - wat op zich een bijzonder eervolle plaats is - tot topper te promoveren.

Boetsch is dat niet, zijn tegenstander Masur kan vooral bogen op een lange staat van dienst. Met zijn 30 jaar geldt hij als veteraan met als grootste verdienste dat hij zeer consistent is. Hij is acht jaar lang niet weggeweest uit de top honderd van de wereld, maar datzelfde geldt voor Jaime Yzaga van wie toch moeilijk beweerd kan worden dat hij grote bekendheid geniet. Wel is Masur een bijzonder goed dubbelspeler.

Zondag moest hij in de ochtenduren eerst een restantje van zijn halve finale tegen MaliVau Washington uitspelen die zaterdag wegens de regen was afgebroken en later op de middag de eindstrijd tegen Boetsch. Hij begon de eerste set met een zege (3-6), maar stuitte vervolgens op de uitstekende return van de Fransman die zelf zijn service als belangrijkste wapen beschouwde en zowel de tweede (anderhalf uur door de regen ondebroken) set als de derde met 6-3 won. “Ik heb eerder twee finales gespeeld en verloren. Dan gaan ze aan je vragen of je denkt dat het ditmaal eens een keer wel zal lukken. Ik weet nu dat ik het kan en dat zal me hopelijk vertrouwen geven.”

    • Peter de Jonge