Nieuwe Ton de Leeuw: heerlijk, briljant werk

Concert: Nieuw Ensemble, Het Trio, Lucia Meeuwsen (mezzosopraan) en anderen met werken van Ton de Leeuw. Gehoord: 13/6 Concertgebouw Amsterdam.

Het Holland Festival heeft dit jaar gekozen voor een vijftal thema's en één daarvan betreft de muziek van Ton de Leeuw. Vrijdag en zaterdag werden enkele voorproefjes gegeven en zondag was in de Kleine Zaal van het Concertgebouw het gehele programma gewijd aan deze componist, culminerend in de eerste uitvoering van het prikkelend virtuoze Faux Bourdon, geschreven voor het Nieuw Ensemble.

Veel muziek gaat over waanzin en hartstocht, de hitte straalt er af, zeker bij neo-expressionisten als Wolfgang Rihm. Ontspannen muziek lijkt uit een ver verleden afkomstig, maar die van Ton de Leeuw vormt een uitzondering: wars van expansiedrift, bescheiden en introvert, sterk in zijn eenheid van uitdrukking en vormgeving, muziek met stijl.

Het vroegste werk op het programma, Music for oboe bekoorde mij het minst, ook al werd het nog zo prachtig licht en slank geblazen door Bart Schneemann. De latere werken in de techniek van de verwijde tonaliteit boeien meer. Apparences I voor cellosolo (1987) bouwt door zijn rusten spanningen op, zeer besteed aan cellist Taco Kooistra in een grofkorrelige, dramatische voordracht.

Misschien is Het Trio (1990) voor fluit, basklarinet en piano wel het meest karakteristiek in zijn ingehouden opzet. Neem alleen al de eerste pianosolosectie, slechts gebaseerd op enkele tonen, een lichte versnelling houdt de aandacht vast. Het klonk nu nog overtuigender dan bij de eerste kennismaking in Maastricht, de tempi lagen iets hoger, waardoor het karakter vloeiender werd.

Ook Hommage à Henry (1989) voor klarinet en piano is zo'n werk dat per uitvoering lijkt te groeien, de ditmaal wel degelijk dramatische opbouw is bepaald on-Hollands van allure en een enkel ongelukje zoals gisteravond deed daar niets aan af. Karel Mengelberg placht eertijds in De suite bij zo'n gelegenheid te roepen: Geeft niet, nog maar een keer!, welke criticus heeft vandaag de dag zo'n gezag? Aan And they shall reign forever (1981) daarentegen bewaar ik betere herinneringen, misschien heeft dit werk een gullere akoestiek nodig.

Ten slotte klonk de première van Faux Bourdon voor fluit, (bas)klarinet, mandoline, piano, synthesizer, marimba, viool en altviool. Het is in wezen een luchtig scherzo dat vooral profiteert van de combinatie van instrumenten als mandoline met getokkelde strijkers, al begint het heel rustig als een oude ballade, met de bourdon in de piano, later in de doorklinkende synthesizer, met een prominenter partij voor de "vertellende' klarinet. Heerlijke muziek met een briljant tutti-hoogtepunt!

    • Ernst Vermeulen