KOERS EN DE MACHT VAN 'T ZELFBEELD

Hij wil niet gevangen zitten in de Nederlandse traditie van inpoldering en begrenzing. Hij accepteert pas grenzen als hij erop stuit. Toch is hij tegenwoordig wel wat zuiniger geworden met zijn krachten en kan hij zijn ongeduld om de grens te verleggen bedwingen. Marco Koers, atleet.

Hij ziet eruit als een grote jongen van twintig. Glad en ongeschonden. Gepenseelde wenkbrauwen boven reebruine ogen die nog nooit een jager hebben gezien.

Maar hij ademt de innerlijke rust van een oosterse wijsgeer. Verstild en onaanraakbaar. Hij wandelt over water, zweeft boven de besneeuwde Himalaya-toppen. Eén met wat hij doet.

En toevallig loopt hij 800 meters. Hij had ook de Oepanisjaden kunnen bestuderen. Of mantra's kunnen zingen in een afgelegen bergdorp. Hij loopt trouwens niet alleen 800 meters. Ook 1500 meters, ook crosses. Want hij wenst zich niet bij voorbaat te beperken. Hij voegt zich niet naar de Nederlandse traditie van inpoldering en begrenzing. Het liefst zou hij ook nog een 400 meter lopen. “Zolang ik geen limiet stel aan mezelf, zolang ik alle mogelijkheden open houd, kan mij niets belemmeren.” De filosofie van Marco Koers.

Daarom sluit het grootste Nederlandse talent op de 800 meter sinds Rob Druppers zich ook niet voetstoots aan bij de stelling van zijn trainer dat hij eigenlijk meer geschikt is voor de 1500 meter. Omdat die uitspraak van Theo Joosten is gebaseerd op een vooronderstelling. Het idee dat Koers waarschijnlijk nooit in staat zal zijn om een 400 meter te ronden in minder dan 47 seconden. Een absolute voorwaarde als je op 800 meter de wereldtop wilt halen. Koers reikt voorlopig niet verder dan 48,3.

Maar waarom zou hij zich bij voorbaat grenzen stellen in zijn hoofd? Hij aanvaardt pas grenzen als hij erop stuit. En dan nog alleen als voorlopige grenzen. Waarom zou hij erkennen dat hij geen sprinter is? Hij remt daarmee zijn eigen snelheid, berooft zich van bewegingsvrijheid, van de kans om ooit nog een andere gedaante aan te nemen, die van sprinter bijvoorbeeld. Zo groot is de macht van het zelfbeeld: het woord wordt werkelijkheid.

Terwijl veel andere atleten die de indoorbanen hebben gemeden zich nu voorzichtig pas opmaken voor hun eerste opwarmraces, heeft Koers al een compleet seizoen achter de rug. In het Amerikaanse Champagn, Illinois, combineert hij al twee jaar sport en studie. Dat schept verplichtingen. Bijna wekelijks verdedigde hij de kleuren van zijn universiteit. Dertien races liep hij dit jaar al in de Verenigde Staten: zes keer binnen, zeven keer buiten. Dertien keer won hij. Indoor werd hij Amerikaans studentenkampioen op de 800 meter, outdoor trok hij vorige week in New Orleans ook de titel op de 1500 meter naar zich toe.

Soeverein won hij gisteren bij de Europa-Cupwedstrijd voor C-landen op de Nenijto-baan in Rotterdam ook de 800 meter. Na de eerste ronde lag hij nog in het middenveld. Hij dreigde zelfs te worden ingesloten, maar met zijn ellebogen vocht hij zich een uitweg naar de kop. En in de laatste bocht liep hij Anatoly Marakevich uit Wit-Rusland, op papier de sterkere, schijnbaar moeiteloos voorbij. Zeker van de zege keek hij niet een keer om.

Kan hij na dat zware Amerikaanse voorseizoen ook in Europa nog presteren? Als hij zich dat zou afvragen, zegt hij, zou hij geen wedstrijd meer winnen. Alleen al die kwalificatie - zwaar voorseizoen - maakt de benen slap. Want hoezo: zwaar? Hij heeft in Amerika geleerd zijn krachten te doseren. Zen of de kunst van meer met minder doen.

In zijn eerste jaar in Champagn heeft hij geleerd om zijn rust te bewaren in een wedstrijd. Buiten de baan leek hij altijd al de rust, de zachtmoedigheid, zelve. Maar in trainingen, bij wedstrijden, kon hij “als een beest te keer gaan”, zegt Theo Joosten. “Dat was "zijn wil om te winnen' die zich manifesteerde. Geen hersenconstructie. Een natuurkracht die van diep uit zijn binnenste kwam.

Die uitbarstingen zorgden voor wel heel veel energieverspilling. Hij sleurde aan kop, liep meters buitenbaan. Tactiek, dat vond hij een vies woord. Maar tegenwoordig springt hij veel zuiniger met zijn krachten om. Hij kan ook zijn ongeduld bedwingen. Dat leer je als je veel loopt.

Zo leerde hij in zijn tweede jaar om selectief te lopen. Niet elke wedstrijd te behandelen als een titeltoernooi. Want dan ben je snel opgebrand. Minder belangrijke races trad hij als een training tegemoet. Dat scheelde in mentale voorbereiding. Dat schonk hem rust.

Joosten wil best bekennen dat hij in spanning heeft gezeten het eerste jaar dat Koers in Illinois verbleef. Zou zijn pupil niet onder de Amerikaanse prestatiedruk bezwijken? Zou hij niet door de veelheid aan races over de kling worden gejaagd? “Maar mijn vertrouwen in hem is nog gegroeid”, zegt een vaderlijke coach. “Hij weet zich in het Amerikaanse systeem uitstekend overeind te houden.”

De grote kracht van Koers? “Zijn zelfstandigheid”, zegt Joosten. “Zijn zelfvertrouwen. Zijn vermogen om spanning en ontspanning af te wisselen. En dat hij zich niet gek laat maken. Marco blijft Marco. Marco blijft zichzelf.”

Op de universiteit in Champagn, waar hij zich in de werktuigbouw verdiept, is Marco Koers al een held. In de Amerikaanse studentensportwereld geldt hij als "celebrity'. Hij heeft al voor een publiek van 20.000 mensen gezegevierd. “Maar ik ben er nog lang niet”, weet de atleet uit Molenhoek. Dat heeft hij ook geleerd van zijn deelname aan de Olympische Spelen, waarvoor hij zich een jaar geleden met een persoonlijk record van 1.45,57 kwalificeerde. Meedoen vond hij prachtig, want je voelt je “toch deel van de wereldtop”. Maar een volgende keer wil hij ook werkelijk deel zijn van die wereldtop.

Daarom zou hij ook niet tevreden zijn als hij zich volgende week in Hengelo bij de Adriaan Paulen Memorial voor de wereldkampioenschappen in Stuttgart kwalificeert met eenzelfde tijd als vorig jaar. Hij is eraan gewend om zijn persoonlijk record elk jaar opnieuw toch zeker met een seconde te verbeteren. Dat het steeds moeilijker zal worden die traditie voort te zetten, wenst hij niet te accepteren. Sprak Lao Tse niet al over de einder die zich verplaatst als je hem nadert. Koers' ambitie is grenzeloos.