Joggen tegen de depressie

Wat medicijnen en een therapeutisch gesprek niet kunnen, kan een rondje joggen soms wel. Uit een deze maand in het Maandblad voor Geestelijke gezondheidszorg gepubliceerd onderzoek blijkt dat mensen die lijden aan een lichtere vorm van depressiviteit baat hebben bij hardlopen.

Onderzoekers van de Vrije Universiteit in Amsterdam togen de afgelopen drie jaar naar de nabijgelegen Valeriuskliniek en selecteerden er dertig patiënten die zich daar met depressieve klachten hadden gemeld. Vijftien van hen moesten joggen om van hun depressiviteit af te komen, de andere vijftien gingen in gesprekstherapie. Bij deze laatste groep constateerden de onderzoekers geen vooruitgang. Onder de joggers bereikten echter alle patiënten die kampten met een lichtere vorm van depressiviteit een aanzienlijke verbetering.

Als nadeel van het joggen in het hoofdstedelijke Vondelpark, waar de hardloop-therapie werd uitgevoerd, noemen de onderzoekers de confrontatie met "Amsterdamse humor'. Onderzoeker dr R. Bosscher liep mee.

Amsterdamse humor?

“Voorbijgangers die uitgebreid niets zitten of liggen te doen, riepen je van alles toe. Zo van "ze hebben 'm al hoor' en "het is veel te mooi weer om je zo in het zweet te werken'. Dit werkte soms demotiverend voor patiënten die net begonnen met lopen. Als begeleiders moesten we de groep tegen deze humor beschermen.”

Is een looptraining niet juist gevaarlijk voor deze groep patiënten. Met een gemiddelde leeftijd van ruim veertig jaar is de kans op blessures immers groot. Daarvan word je niet vrolijker?

“Ja, daarom had het voorkomen van blessures onze eerste prioriteit. We zorgden voor goed schoeisel en deden voorafgaande aan de looptherapie uitgebreide rekoefeningen.”

Kan met een bredere toepassing van deze looptherapie niet veel geld in de gezondheidszorg worden bespaard?

“Dat zou je wel zeggen. Feit is dat een psychiater twee maal zoveel verdient als een begeleider van een looptraining. Toch zul je mij niet horen zeggen: doe alle psychiaters nu maar weg. Ze zullen bij de verwijzing betrokken moeten blijven. Zij moeten bepalen of een patiënt geschikt is om aan de looptraining deel te nemen.”

Hoe nieuw is het onderzoek? Riaggs in den landen werken toch al langer met deze vorm van therapie?

“Het Riagg in Eindhoven is er al langer mee bezig maar de meeste andere Riaggs hebben voordat ze met de looptherapie begonnen, eerst contact met ons gezocht. Ons project heeft duidelijk een aanjagende invloed gehad.”