Górecki blijft ondanks de suggestie van diepte steken in oppervlakte

Concert: Schönberg Ensemble en het Nederlands Kamerkoor o.l.v. Reinbert de Leeuw. Programma: werken van Ton de Leeuw, Henryk Górecki en Sofia Goebaidoelina. Gehoord 12/6, Beurs van Berlage, Amsterdam.

Henryk Górecki doet niet ingewikkeld over muziek. Liever dan zich te verliezen in cerebrale constructies, put hij zijn inspiratie uit de vitaliteit van de volksmuziek in zijn geboorteland Polen. Zo duikt in Kleines Requiem für eine Polka, dat gisteravond tijdens een Holland Festival-concert in de Amsterdamse Beurs van Berlage in wereldpremière ging, plotsklaps een polka op. De verwijzing klonk echter als een nogal bizar gebaar dat het zicht op Górecki's compositorische drijfveren eerder verduisterde dan het die verduidelijkte.

Kleines Requiem für eine Polka begint met een zacht pianomotief dat wordt beantwoord door de buisklokken. Het is het eerste in een reeks figuren die bestaan uit obstinate herhalingen van korte, soms milde dan weer gehamerde notenpatronen die worden gespeeld door vaste combinaties van instrumenten. Geleidelijk ontstaat een mozaëk van momenten, een werkwijze die Górecki ook in zijn Eerste strijkkwartet uit 1988 toepaste. Na even te zijn ontregeld door de schelle polka, keert de statische opeenvolging van figuren terug om uiteindelijk vast te lopen in een minutenlang aangehouden diatonisch akkoord door het strijkkwintet waartegen buisklokken en piano ingehouden dissonanten spelen.

Górecki's muziek zou de uitdrukking zijn van een ongecompliceerd levensgevoel waarin nog plaats is voor oprechte verwondering en stille devotie. Maar zijn kleine requiem mist diepere lagen die deze argeloze wereld alleen maar suggereren en juist daardoor tot leven brengen. Waar het raadsel ontbrak, restte een oppervlakkigheid die scherp contrasteerde met het prachtige Nu eeuwig sneeuw... voor koor en ensemble van Sofia Goebaidoelina, dat eveneens zijn wereldpremière beleefde.

Goebaidoelina werkte de labyrintische poëzie van de Russische dichter Gennadi Ajgi uit door de positie van de musici in de ruimte te variëren. De koorleden staan eerst verspreid in de zaal en op het podium, waardoor hun stemmen klinken als individuen die geen onderlinge band hebben. In het laatste gedicht hergroeperen ze zich tot een mannen- en vrouwenkoor.

Net als in eerdere composities toonde Goebaidoelina zich verbazend inventief in het verzinnen van nieuwe klanken. De tremolerende strijkersglissandi, donderende paukenroffels en het vreemde hoge fluiten van aangestreken flexatons (een slagwerkinstrument van gebogen metaal) gaven haar muziek een beklemmend expressieve kracht.

De toewijding en precisie waarmee het Schönberg Ensemble en het Nederlands Kamerkoor onder Reinbert de Leeuw de werken van Górecki en Goebaidoelina uitvoerden, schoot maar een fractie tekort in het lastige Transparence voor koor en koperblazers uit 1986 van Ton de Leeuw.