Fractieleider Brinkman betaalt "de tol van de roem'

LEIDEN, 14 JUNI. Fractieleider Brinkman van het CDA in de Tweede Kamer heeft afgezien van het plan om zijn huis in de Leidse Merenwijk met een atelier uit te breiden. De toekomstige partijleider betaalt hiermee, vindt hijzelf, de tol van de roem.

Dit blijkt uit een brief die Brinkman heeft gestuurd naar de Leidse wethouder Van Rij. Deze wethouder van PvdA-huize had zich er in de gemeenteraad sterk voor gemaakt het bouwplan van Brinkman niet anders te behandelen dan van "gewone' burgers. Van de wethouder en van een meerderheid in de raad mocht het bestemmingsplan worden veranderd om een versnelde uitvoering van het bouwplan mogelijk te maken. Brinkman neemt de gemeente dan ook niets kwalijk.

Het atelier dat hij voor zijn aquarellerende echtgenote had willen neerzetten, riep bij buurtbewoners echter zoveel commotie op, dat zij hun toevlucht in bezwaarschriften zochten. Het zou daardoor worden onderworpen bij procedures via de gemeente en de Raad van State en dus terecht komen in de door Brinkman zo verfoeide stroperigheid.

Brinkman stelt nu in zijn brief vast dat de bezwaren tegen het atelier - het uitzicht dat voor buurtbewoners verloren zou gaan - stellig te ondervangen zou zijn. De “hoge bomen” rond zijn huis zouden, aldus Brinkman, het zicht op het atelier wegnemen. Maar het waren niet alleen direct-omwonenden die bezwaarschriften indienden. De aanstaande CDA-leider constateert daarom dat hij “figuurlijk zelf een hoge boom” is geworden die zoveel wind vangt “dat het niet verantwoord is daarmee democratische processen verder te belasten”. Hoewel hij zich eigenlijk slechter voelt behandeld, wil Brinkman “gelet op mijn publieke functie” ook niet de schijn van het tegendeel wekken. En dus trekt hij zijn plan in.