Eijs en Van Nes stapten de boot in en roeiden weg

AMSTELVEEN, 14 JUNI. Op de training, als de nevel het uitzicht versluiert, op vlak water of onder een brug zijn er momenten waarin alles samenkomt. Om zeven uur 's ochtends staan Irene Eijs en Eeke van Nes samen op het vlot aan het Galgewater in Leiden. Wanneer de riemen even later in perfecte cadans door het water snijden, tinkelen er luchtbelletjes langs de boot, vertelt Eijs. Ook bij de start, als je jezelf met felle halen uit het water tilt, hoor je boot praten, vult Van Nes aan. Dan hoor je dat het mooi klinkt. Per haal perfectie bereiken, verontschuldigt Eijs zich voor haar poezie van het roeien.

Tot veler verrassing blijkt de combinatie van de 26-jarige Eijs (Njord) met de twee jaar jongere Van Nes (Laga) oorspronkelijk bedoeld als afwisseling op de training, wonderwel te lopen. “We stapten in en roeiden weg”, zegt Eijs. De rationele verklaring luidt dat hun "haalbeeld' gelijk is. Minder grijpbaar is de mentaliteit die ze delen. Plezier en fanatisme.

Twee weken geleden zette Irene Eijs haar skiff-ambities voor een jaar opzij. Prompt verspeelde ze dit weekeinde op de Nederlandse kampioenschappen haar individuele titel. De roeister moest zaterdagmiddag Laurien Vermulst, zes kilo lichter en zes jaar ouder, voor laten gaan. Met Van Nes won Eijs gisteren wel goud in de dubbeltwee, de combinatie waarvoor de skiff in de steek liet, een ploeg die een medaille wil winnen op het wereldkampioenschap in september. Ook met een gelegenheidsacht bleek Eijs Nederlands sterkste.

Medailles op het NK tellen nauwelijks. Het is een tamelijk sfeerloos tussendoortje op de Bosbaan. Spannende races zijn zeldzaam, de skiff-finales de enige uitzondering. En de toppers zijn met hun hoofd al bij de WK-kwalificatiewedstrijden in Luzern, over een maand. Toch stond Eijs na afloop een half uur lang naast haar boot na te denken over de verloren finale. Tweemaal goud, de twee en de acht. Maar de prijs die ze in de skiff moest betalen voor haar gewijzigde plannen werd pijnlijk snel geind.

Eijs en Van Nes begonnen in hun studietijd. Ze moesten vechten om een bres te slaan in de gevestigde orde. “De top is afgesloten en beschermd”, ontdekte Eijs die net als Van Nes pas in 1988 begon met wedstrijdroeien. “Als je erbij hoort heb je het voor elkaar.” Bewijzen kon ze zich slechts via de skiff. Tot ze niet meer om haar heen konden. Maar toen rees de vraag hoe ze in een ploeg zou functioneren. Of ze wel constant presteerde en niet een enkele maal gepiekt had. Voor Van Nes bleven de Spelen in Spanje onbereikbaar. Eijs viel buiten de dubbelvier, wegens het hoofdstuk "inpasbaarheid'. Maar ze bereikte op het meer van Banyolas als "startende reserve' de achtste plaats. Ze kwalificeerde zich voor de wereldbeker, roeide in Melbourne (zesde) en Duisburg (vijfde) en mag zich sindsdien een topper noemen.

De Nederlandse vrouwentop is smaller dan de mannentop en haalde minder medailles op EK, WK en Olympische Spelen. De mannen (vanaf 1900) won 3,3 procent van het totaal, de vrouwen (sinds 1955) twee procent. De dominatie van Oost-Europa was bij vrouwen groter, er werd door de Nederlandse vrouwen relatief minder hard getraind. Alleen Van Ettekoven en Vermulst gaven alles. Een voorbeeld doet volgen. “Ik wil de nieuwe Harriet van Ettekoven worden”, riep Eijs een aantal jaren geleden.

Ook Eijs verzet de laatste jaren evenveel werk als de mannelijke toppers, traint meer dan tien keer per week. Van Nes doet mee. “Twee keer per dag. Het moet wel”, zegt ze. Eijs stemt haar carriere af op de skiff. Een medaille in Atlanta in 1996 is haar droom. Bij haar Leidse studentenvereniging Njord moest ze in het begin sparren om de beste boot en heerste er vanaf windkracht zes een vaarverbod. Dus regelde Eijs een privesponsor, Brocom, voor een boot, riemen en een ergometer thuis. En bepleitte ze bij de vakgroep biologie van de Universiteit van Leiden, waar ze aan haar dissertatie over sluipwespen werkt, een vierdaagse werkweek.

Op weg naar Atlanta onderbreekt ze, halverwege het seizoen en in het geheel niet gepland, het patroon voor de dubbeltwee met Van Nes. In Keulen bleef de Nederlandse twee in de buurt van de Duitse olympische kampioenen Boron/Koppe. Gisteren en vorige week klopten ze de twee duo's van de Nederlandse dubbelvier met ruim verschil.