Een nieuw SPD-gezicht

DE DUITSE sociaal-democratie heeft een nieuwe leider, Rudolf Scharping (45) uit het Westerwald. De minzame jeune premier van de deelstaat Rijnland-Palts heeft de verkiezing gewonnen die gisteren onder de SPD-leden is gehouden. Ongeveer de helft van de 900.000 SPD-leden deed aan deze unieke vorm van uitverkiezing mee.

Hoewel het formeel alleen ging om een aanbeveling voor het voorzitterschap, is de kans groot dat Scharping niet alleen voorzitter wordt, maar volgend jaar ook de uitdager van Helmut Kohl om het bondskanselierschap.

De methode van uitverkiezing oogt democratisch en is het in zekere zin ook: niet in rokerige achterkamertjes, maar op het podium zichtbaar voor iedereen hebben enkele kandidaten gestreden voor de zege. Het Amerikaanse systeem van primaries dat in de jaren zestig al de macht van partij-elites heeft opgerold, heeft nu ook in Duitsland weerklank gevonden.

Toch is dit slechts een analyse op het eerste gezicht. De vlucht in de voorverkiezing kwam voort uit machteloosheid en radeloosheid, niet uit een behoefte aan nieuwe besluitvorming. Nog afgezien van de betrekkelijke willekeur wanneer slechts een deel van de 900.000 SPD-leden een stem uitbrengt, illustreert het procédé bovenal dat de partij geen koers en geen elite meer heeft. De mannen met de grote namen zijn of oud of dood, nieuwe voormannen hebben die naam niet kunnen verdienen en zijn gekomen en gegaan als passanten langs een terras.

IN ZOVERRE IS deze SPD-primary symbolisch voor wat de politicoloog Klaus von Beyme ooit in zijn algemeenheid constateerde. Namelijk dat “systemen die zich in een crisis bevinden een neiging ontwikkelen hun elites te verslijten”. Dat is een fenomeen dat om te beginnen van toepassing kan worden verklaard op praktisch alle sociaal-democratische partijen in Europa. Wie kent nog het lijstje Labour-leiders van de laatste vijftien jaar en wie heeft nog het overzicht in de Franse socialistische top? Hoe vertrouwd is dan in internationaal perspectief gezien eigenlijk ook niet de aanblik die de PvdA biedt?

Von Beyme volgend kan men ook nog een stap verder gaan. Hoe staat het met de politieke elites in andere stromingen? Brokkelt het gezag van leiders in conservatieve partijen ook niet af nu de utopie van de status quo overal wankelt? Helmut Kohl staat nog sterk, omdat er niemand anders is en hij altijd nog meer het sociale midden dan het conservatisme vertegenwoordigt, maar verontrustend moet het voor de CDU toch zijn dat er geen nieuwe generatie met aankomend gezag en eventuele ideeën in zicht is. De ontluistering van de Britse premier Major is ronduit adembenemend, nadat de man net een jaar geleden een verrassende overwinning had behaald. In Frankrijk is het beeld al niet veel anders: twee venijnige routiniers, Chirac en Giscard, die elkaar nu al twintig jaar dwarszitten en daarachter niets.

HOE HET OOK ZIJ, de partij van August Bebel, Fritz Erler en Willy Brandt, zo rijk aan traditie, heeft na het debâcle van Björn Engholm binnenkort weer een voorzitter. Hij is 45 jaar en daarmee dus in de sociaal-democratie lid van de generatie der verloren zekerheden. Met andere woorden, meer dan tien jaar bevindt de SPD zich nu in de oppositie en zij vindt weer een nieuwe voorzitter, maar het wachten blijft op enigerlei vorm van cement.