Britten voelen zich ook na incident veilig in Bosnië

GORNJI VAKUF, 14 JUNI. "Staat van alertheid: laag', luidt nog altijd de tekst op het informatiebord in de kantine van de Britse VN-troepen in Gornji Vakuf in Centraal-Bosnië. Bij wijze van grap hebben de soldaten een eigen bord opgehangen, waarop te lezen valt: "Staat van moreel: laag'. Maar ook die tekst hangt er al maanden. “Dat we nu twee Kroaten hebben doodgeschoten, heeft weinig invloed op onze positie in Bosnië”, meent majoor G. Binns, commandant van de B-compagnie van het eerste bataljon van The Prince of Wales's Own Regiment of Yorkshire.

Hij stelt dat er al “vele malen” op de Britse VN-troepen in Bosnië is geschoten, maar dat zijn mannen zoveel beter zijn uitgerust en opgeleid dan de plaatselijke milities dat ze daar in het algemeen weinig van hebben te vrezen. “Een veel groter gevaar vormen de mijnen. Daarvan zijn er vele gelegd door mensen die inmiddels zijn omgekomen. Niemand heeft nog enig overzicht waar de mijnen liggen.”

Een probleem voor zijn manschappen vormt de onvoorspelbaarheid van de Bosnische strijders. “De ene dag schiet zo'n halfdronken kerel bij een controlepost onze mannen voor de voeten, de volgende dag nodigt hij ze uit voor een kop koffie. Het is heel moeilijk voor een 19-jarige soldaat om daarmee om te gaan.”

Groot-Brittannië is in totaal met ongeveer duizend manschappen in Bosnië vertegenwoordigd, met bases in Vitez, Gornji Vakuf en Tuzla. Met de Canadezen en de Fransen vormen de Britten de belangrijkste buitenlandse militaire factor in Bosnië. De Britse beroepssoldaten hebben daarbij het voordeel over een ruime oorlogservaring te beschikken. De meeste van hen vochten eerder in Noord-Ierland, de Falkland Eilanden en de Golf. Maar deze oorlog is anders, stelt soldaat P. Beacock. “Als iemand ons bedreigt, richten we onmiddellijk de vuurmond van onze tank op hem. Haakt hij niet af, dan zouden we hem normaal gesproken overhoop schieten. Hier niet, want onze handen zijn door het mandaat gebonden.”

Officieel mogen VN-militairen in Bosnië alleen het vuur openen als hun leven in gevaar is. In de praktijk trekken de Britten zich daar weinig van aan. “Wij interpreteren ons mandaat ruimhartig”, geeft commandant Binns toe. “Als er een levensbedreigende situatie ontstaat - ook voor degenen die wij moeten beschermen - treden we op. Dat deden we in Vitez en indien nodig zullen we het weer doen.”

Binns realiseert zich terdege dat de situatie kan escaleren, zeker wanneer moslims wraak zouden nemen op de Kroaten door ook hun konvooien aan te vallen. Als ook dan VN-troepen zouden ingrijpen, zou het Britse leger doelwit kunnen worden van alle drie de strijdende partijen.

Pag 5: Een wapen geeft hun een Rambo-gevoel

Volgens Binns is het echter niet waarschijnlijk dat de Britten een doelwit worden. “Ik verwacht wel wat kleinschalige en sporadische aanvallen op onze troepen.” Echt wakker ligt de majoor daarvan niet. “Soldaten uit Bosnië schieten maar een eind weg. Ze hebben geen werkelijk idee hoe ze militaire macht moeten gebruiken. Het is meer zo dat ze het vermogen zijn verloren om iets in woorden uit te drukken. Soms zet iemand een raketwerper tegen je hoofd. Dan geef je hem gewoon een sigaret en daarna ben je de vriend van zijn leven.”

Zowel moslims, Kroaten als Serviërs beschuldigen de VN-troepen van partijdigheid. “Een prima zaak”, meent Binns. “Als ze allemaal zeggen dat we de tegenpartij helpen, houdt dat in dat we ons werk goed doen.” Extra maatregelen ter bescherming van zijn troepen vindt hij “op dit moment niet opportuun”. Uitbreiding van het aantal VN-troepen in Bosnië acht hij evenmin noodzakelijk. “Onze taak hier is uitsluitend het mogelijk maken van humanitaire hulp. In de huidige situatie doet het er niet toe hoe veel troepen je daarbij inzet. Volledige veiligheid voor alle voedselkonvooien kun je toch nooit garanderen.”

Het terrein in Bosnië - de ene dicht beboste berghelling na de andere - is ideaal voor een guerrilla-oorlog. Wegens de ontoegankelijkheid van het gebied gaat de strijd vooral om de macht over de wegen. “Iemand heeft tien man en een stuk weg. Dat is van hem”, zegt luitenant C. Ratcliffe. “Wat een hoge commandant heeft afgesproken, daar heeft hij niets mee te maken. In Centraal-Bosnië heerst totale anarchie. Het land bestaat uit eilandjes. Iedere tien huizen zijn onafhankelijk en soms loopt er zelfs dwars door een dorp nog een frontlijn. Dat maakt de situatie uitermate onoverzichtelijk.”

Volgens Ratcliffe, commandant van vier Warrior-pantserwagens, zijn de strijders in het gebied niet alleen ongedisciplineerd, maar ook totaal ongetraind. “In feite zijn het helemaal geen soldaten. Het zijn de middenstander en de loodgieter die een camouflagepak aantrekken en met een geweer zwaaien. Dat wapen geeft hun macht, het gevoel dat ze alles kunnen doen.” Ook teenagers mengen zich in de strijd. “Er lopen hier 16-jarige jochies rond die denken dat ze Rambo zijn en in hun eentje een dertig-tons Warrior-pantserwagen kunnen tegenhouden”, zegt soldaat Beacock. “Wij rijden in zo'n geval gewoon door, dwars door de wegversperring heen, en die jongen moet dan maar zien dat hij op tijd wegspringt.”

Alom bekend is de 15-jarige sluipschutter uit Vitez die dagelijks vanuit een hoog gebouw probeert zo veel mogelijk moslims neer te schieten. Hij doet dat schuin tegenover de Britse basis. Soms belanden zijn kogels binnen de afrastering van het Britse kamp. “Op een keer hadden we zo genoeg van die knaap dat we zijn moeder erbij hebben gehaald”, vertelt een Britse soldaat. “We zeiden haar hem weg te halen omdat we hem anders zouden neerschieten. De jongen verdween. Maar de volgende dag was hij er weer.”

Soldaat Beacock diende langdurig in Noord-Ierland. Daar kon hij tenminste met de bevolking praten maar in Bosnië gaat hem dat slecht af. “Je moet ook nooit te lang bij zo'n controlepost blijven hangen. Want opeens kan de stemming omslaan.” Het communiceren van de Britten met de plaatselijke warlords verloopt meestal in gebarentaal, al heeft Beacock zich inmiddels wel de meest noodzakelijke Bosnische vocabulaire eigen gemaakt. “De belangrijkste zin hier is Jebi se”, zegt hij. “Dat betekent: fuck you.”

VN-troepen trekken ook regelmatig de dorpen in om te kijken of er behoefte is aan medicijnen of voedsel. Dat levert soms bedreigende situaties op. “De oorlog hier staat vooral in het teken van wraak en haat. Je moet dus zorgen zo neutraal mogelijk te blijven. Maar de reactie van de bevolking blijft absoluut onvoorspelbaar”, zegt Beacock. Veel hinder ondervinden de troepen van kinderen. “Witte voertuigen staan voor hen gelijk met kauwgom en chocolade. Maar het is vaak veel te gevaarlijk om te stoppen en bovendien hebben we hier wel wat anders te doen. Dat irriteert die kinderen. Daarom staan ze vaak met één hand te wuiven terwijl ze ons met de andere met bakstenen bekogelen.”